Overbrugd

Overbrugd

woensdag 25 januari 2023

Twee maal was ik in het eldorado van de ruimtevaart: Kennedy Space Center in Orlando. Het is een beleving die zich moeilijk laat vertellen. Mijn broer en schoonzus zijn er al verschillende keren geweest, dus logeer je ben hen in Florida, dan is dit oord van onbegrepen technologie een must. Gewillig laat ik me dan rondleiden, maar snap er weinig van. Alleen als er over beroemde ruimtevaarders wordt verteld en niet zelden hoe ze in dienst van de wetenschap soms verongelukten, lees ik alles met grote interesse.Door kijkers turen, gewichtloosheid testen, pakketten zien wat zoal mee wordt genomen op de ruimtevlucht. Astronautenvoeding, dat woord kennen we hier in een andere betekenis. Schepjes raar gruis, gevonden op de maan. Als ik niet meer geleerdigheid kan opnemen zak ik neer op een bank en vergaap me aan de Amerikanen. Luidruchtig, joviaal, willen altijd praten en willen altijd weten waar je vandaan komt. De doorsnee Amerikaan vindt het allemaal wel goed. Nederland? 'Nee, waar ligt dat?'  Holland kennen de meesten wel, maar soms denken ze dat je er gewoon rechtstreeks met de auto kan komen. Ze vertellen dan over klompen, tulpen en molens...

Willem Wilmink schrijft er een aardig gedicht over. Inmiddels is de wetenschap al weer zo veel verder en wordt het steeds onwezenlijker. En heb je een dikke portemonnee, dan is het zelfs mogelijk om een vlucht naar de maan te maken. En ik ken mensen die ik een enkeltje maanvlucht gun...




 

 Uit mijn foto-archief een paar plaatjes van Kennedy Space Center in Orlando...

***********************************************************************************

Mijn wetenschap 

 

Geen mens die ooit de sterren ziet,
want zover kijken we zelfs niet
bij helder weer.
Wel reikt ons blikveld mijlenver,
maar niet tot aan de Avondster
of Grote Beer.

Licht dat al weg is, zie je toch.
Het is één groot gezichtsbedrog
aan 't firmament.
Ik weet dit alles al zo lang,
en toch, ik raak er, ben ik bang
nooit aan gewend.

Voor mijn gevoel is de aarde plat
en elke ster gewoon een gat
in 't blauw gewelf.
Ze zeggen dat de aarde draait.
Ja... misschien als het heel hard waait,
maar niet vanzelf!

Willem Wilmink
Uit: Verzameld werk

dinsdag 17 januari 2023

Ik ben een jas. Niet zomaar een jas, maar een dure deftige jas. Mijn eerste eigenaar heeft er flink voor betaald. Inmiddels ben ik van eigenaar veranderd en de nieuwe eigenaar is reuze in zijn sas met mij. Zo mocht ik eergisteren met hem naar de kerk. Dat vond ik heel spannend. Ik werd opgehangen tussen allerlei jassen, die eerlijk gezegd, lang niet zo deftig waren als ik. Wij jassen hoorden de gemeente zingen en tenslotte kwamen de eigenaren van de jassen uit de kerkzaal en grepen hun jassen, luid kwakend. Maar hoe kon het? Vreemde handen grepen me en een groot lijf kroop gehaast in me. Alle naden kraakten. Hij draafde met me naar buiten en kroop in een auto. Zijn vrouw volgde en zo reden we met ons drietjes weg, zeer tegen mijn zin. Ondertussen gebeurde er het nodige in de hall van de kerk. Dat vertelde mijn rechtmatige eigenaar later. Hij zocht tussen de jassen, zijn partner graaide ook mee. Ze werden beiden zenuwachtig. En ze hadden reden, want in mijn zakken zaten de autosleutels en ook nog de huissleutel. Alle kerkgangers gingen mee zoeken, zo hoorde ik later. Ze kwamen met zwarte jassen aanzetten, ze hielden de verdrietige eigenaar een lichtbruine jas voor en keken hoopvol. 'Nee nee', riep de partner van de eigenaar,' de jas is donkerbruin!' En ze vertelde aan iedereen die het horen wilde dat ik misschien wel was gestolen. 'Ja', riep de hulp-kosteres, 'dat gebeurt steeds vaker als het om een dure jas gaat.' Een ander gemeentelid voelde eens in de zakken van de lichtbruine jas en zei besmuikt lachend: 'Er zaten hondenbrokken in en ook een huissleutel. 'Iemand anders riep: 'En staat er een nummer op de sleutel?' Hij werd vervolgens verwijtend aangekeken door andere gemeenteleden die in koor riepen: 'Dat moet je natuurlijk nooit doen. Zo kan een dief zo je huis binnenwandelen.' De organist, die vanmorgen vrij-af had zei troostend tegen de partner van de eigenaar: 'Je hebt de laatste woorden van de preek gehoord: 'Wees niet bang.' Daar reageerde de partner weer zenuwachtig lachend op: 'Maar ook de autosleutels en de huissleutel zitten in de zak en vanmiddag moet hij weer naar het noorden. En hoe komen we nu thuis? Het regent en het is te koud zonder jas.' De eigenaar was maar eens naar buiten gelopen en zie of het zo moest wezen, er stopte een auto, en de nep-eigenaar en ik stapten uit. Ik was terug in de kerk en mijn echte eigenaar dook ziels gelukkig in mij en knoopte me triomfantelijk dicht. Tevreden reden we met ons drietjes naar huis. En ik... de jas... ik was de gelukkigste van ons alle drie...

 


 

************************************************************************************

Wij begrijpen dat 

 

Je hebt een ruit vernield,
je hebt een tram beklad,
je hebt een rondvaartboot
maar witte verf bespat.
Maar wij begrijpen dat, wij begrijpen dat,
want je toekomst is hopeloos,
wij begrijpen dat, wij begrijpen dat,
ons krijg je niet boos.

Je hebt gevochten met
de hele Hermandad,
je hebt een huis gekraakt
dat al bewoners had.
Maar wij begrijpen dat, wij begrijpen dat,
want je toekomst is waardeloos,
wij begrijpen dat, wij begrijpen dat,
ons krijg je niet boos.

Je ging zo nu en dan
eens op het dievenpad,
je hebt wat radio's
en een pick-up gejat.
Maar wij begrijpen dat, wij begrijpen dat,
want je toekomst is uitzichtloos,
wij begrijpen dat, wij begrijpen dat,
ons krijg je niet boos.

Je stak je school in brand,
je spoot je zuster plat,
je hebt een hel gemaakt
van onze hele stad.
Maar wij begrijpen dat, wij begrijpen dat,
want je toekomst is brodeloos,
wij begrijpen dat, wij begrijpen dat,
ons krijg je niet boos.
 
Willem Wilmink
Uit: Verzameld werk


dinsdag 10 januari 2023


Het 06 nummer kende ik niet. Wat aarzelend nam ik de telefoon op. De verrassing was groot! Mijn dierbare kloostervriend waar ik sinds 2005 veel mee deel, belde vanuit de auto. We leerden elkaar kennen in de Sint Paulusabdij in Oosterhout en merkten al gauw dat we uit hetzelfde spirituele hout waren gesneden. Met dit verschil: zijn kennis van allerlei zaken is gigantisch, die van mij maar heel bescheiden. Maar gastenpater broeder Frans, waar we beiden mee bevriend waren, was enthousiast: een prachtige combinatie, jullie twee. En dat is zo gebleven, ook nu broeder Frans al jaren rust op het kloosterkerkhof in Oosterhout. Mijn goede vriend is een druk baasje. Naast zijn gezin en een docentenbaan aan de Universiteit van Maastricht, heeft hij ook een leerstoel aan een universiteit in Italië. Het gaat over de Benedictijnse spiritualiteit. Hij zit in de redactie van het Benedictijns tijdschrift en is abdijvriend van meerdere kloosters, waaronder de abdij in Egmond.

Vorige week belde hij dus onverwacht. Hij was die middag in de Slangenburg geweest, een klooster in Doetinchem waar nog zes benedictijnen de kloosterregels volgen in trouw en gehoorzaamheid. Als zeer goede vriend van de monniken was hij één van de genodigden om de uitvaart van oud-abt Rien van de Heuvel bij te wonen. Het was een kleine groep, zo vertelde hij, maar dit was de wens van Rien. We spraken over de overleden monnik, die ik kende als abt van de Sint Paulusabdij in Oosterhout. Ooit mocht ik hem interviewen. Hij was schuchter en toen ik mijn ellebogen op tafel zette werd ook hij ontspannen en hoorde ik prachtige dingen. Toen de broeders van de Sint Paulus verhuisden naar het kloosterbejaardenoord in Teteringen, werd Rien abt in de Slangenburg, waar hij overleed op 84-jarige leeftijd.

Mijn goede vriend en ik haalden herinneringen op. Af en toe hoorde ik vage verkeersgeluiden. We waanden ons weer in de Sint Paulus, maar zie, mijn vriend nam bij al die dierbare momenten, de verkeerde afslag bij Nijmegen. Door ons geklets één te vroeg. Maar humor is hem niet vreemd, dus zei hij laconiek: 'Nu ben ik tien minuten later thuis.' We namen afscheid en ik wist dat de spiritualiteit waarin we elkaar zo begrepen, nog springlevend was.

Op een later moment zocht ik naar de foto's die ik maakte in 2005 op Allerzielen. Ik vroeg de monniken of ik de plechtigheid op het kloosterkerkhof in Oosterhout mocht fotograferen. Ik had een telelens en als ik me onzichtbaar opstelde was het voor elkaar. In het dikke foto album over de Sint Paulus vond ik de foto's en het ontroerde me. Abt Rien leidde de plechtigheid op het kloosterkerkhof. Heel veel broeders waren er toen nog bij. Ook zij rusten nu op die gewijde plek. Voorzichtig probeerde ik de foto's los te maken, zodat ik ze kon scannen en naar mijn goede vriend sturen. Maar helaas, ik houd kennelijk van stevig vast plakken. 

 



 
Allerzielen 2005 op het kloosterkerkhof van de Sint Paulusabdij in Oosterhout...

 ***********************************************************************************

De bezielde leraar 

 

Toen ik voor het eerst al die kinderen zag,
stond ik voor de klas met een vrolijke lach:
de septemberdag leek op een lentedag.

Ik las met de klas een heerlijk gedicht,
daar stond: 'ik vin je zoo lief en zoo licht'-
toen kreeg ik een propje in mijn gezicht.

'Het is met de orde
dus nooit wat geworden.'

Ik las Anne Frank en 'Het bittere kruid'
en ook het ontroerende eind van 'Turks Fruit',
maar ze schreeuwden en tierden en lachten me uit.

Ik las Willem Elsschot: 'Lijmen' en 'Tsjip'
en één of twee toonden heel veel begrip.
Toen kreeg ik een eikel tegen mijn lip.

'Het is met de orde
dus nooit wat geworden.'

Toen heb ik beloofd: 'Als er minder kabaal is,
als in dit lokaal de toestand normaal is,
dan heb ik hier: een gedicht van Vasalis!'

Ze hielden niet op, dus pakte ik mijn tas
en momp'lend verliet ik de lastige klas
en toen koos ik voor een vak dat rustiger was.

Met mij gaat het goed. Met de kinderen niet:
voor hen geen Carmiggelt en geen Annie Schmidt,
zij moeten het doen met de pitamientjes
die de STER-reclame hun biedt.

Willem Wilmink
Uit: Verzameld werk

donderdag 5 januari 2023

Vanmorgen gekeken naar de uitvaart van Paus Benedictus XVI. Hij overleed op oudejaarsdag en is 95 jaar geworden. Het bijzondere van deze paus was dat hij al tijdens zijn leven met emeritaat ging en dat is niet eerder gebeurd. Pausen blijven in functie tot hun dood. Zo kon het gebeuren dat Paus Franciscus de uitvaart deed van oud-collega Paus Benedictus XVI. Vanmorgen nog snel op mijn mobiel gekeken en toen zag ik tot mijn verwondering dat Benedictus lag opgebaard vlakbij de gekruisigde Christus en aan de andere kant van de baar stond een kerstboom. Het was eigenlijk een lelijke boom, niet mooi vol in het groen. Aan de wat kale takken hingen heel gewone ballen. De ballen die in de kringloop in dozen worden aangeleverd. 'Waarom geen engelen aan de boom', zo vroeg ik me af. Vooral met het oog op misschien wel het mooiste lied van onze rooms-katholieke broeders en zusters het Im Paradisum, dat zeker zou worden gezongen. Met die prachtige zin 'Ten paradijze geleiden u de engelen.' Alles speelde zich af op het plein voor de Sint Pieter. Toen ik daar ooit was verbaasde ik me over het feit dat het plein helemaal niet groot is. Veel rood, veel wit, veel jonge priesterstudenten. Vooral bij die behoudende groep lag Benedictus goed. De camera bleef regelmatig rusten op zusters. Even was koningin Sophie van Spanje te zien en in een flits het Belgische koningspaar. Er werd onder meer gelezen uit Jesaja en Lucas. Mooi was dat dit gebeurde in verschillende talen. Als hommage aan de overleden paus eerst in het Duits, dat was zijn vaderland. Paus Franciscus hield zelf een korte overweging. Even keek hij op bij de zin: 'Liefhebben betekent ook kunnen lijden.' Zo'n zin stemt tot nadenken. Bekende rituelen, wijwater, wierook, gebeden. Tot slot werd Paus Benedictus door 12 dragers naar Paus Franciscus gedragen. In een klein en ontroerend moment liet deze zijn hand rusten op de kist en leek hij te bidden. Een historische uitvaart: Paus begraaft Paus...  

 


 Sint Pieter op een zomerse dag...


************************************************************************************

Christelijk Lyceum 

 

Ik zie nog voor me hoe dat was:
Lyceum. Onze hoogste klas.
Een kleine school op 't platteladn.
De halve klas werd predikant.

Calvijn bekeek uit zijn portret
ons doen en laten nauwgezet.
De rector leek wat op Colijn,
maar hij kon toch erg aardig zijn.

De NCRV gaf radio.
Een hoorspel ging er altijd zo:
'Daar word gebeld... da's dominee!
Wil dominee een kopje thee?'

Denk ook niet dat ik jou vergat
die naast me in de schoolbank zat,
die boos werd als ik zei: 'slecht weer',
want alle weer komt van de Heer.

We waren ernstig, jij en ik,
maar keken soms een ogenblik
het venster uit bij wintertij,
dan kwam een mooie meid voorbij.

Wanneer je op de kansel staat
en over schuld en zonde praat,
bedenk dan ook eens in je preek
hoe jij die mooie meid bekeek.

Herdenk de fijne jongenstijd, 
de klas en de saamhorigheid.
Jongen, het kon genoeglijk zijn
onder de schaduw van Calvijn.

Willem Wilmink
Uit: Verzameld werk



dinsdag 3 januari 2023

Vanmorgen het bekende ommetje gemaakt en nagedacht. Het was nog wat mistig en af en toe zag ik iemand met een hond. Verder was het stil. Negen uur, mensen slapen uit want het leven is zeer vermoeiend. Dichtregels van Ida Gerhardt kwamen spontaan boven: 'Het sneeuwt over Uw geschonden aarde'. 'Nou Ida', mompelde ik, 'misschien was het toen geen pretje, maar wat denk je van dit hedendaagse?' De column van Ephimenco schoot me te binnen. 'Voorspellingen', stond er boven. Nu ben ik niet zo van voorspellingen en ik ben ook niet zo van Ephimenco, maar eerlijk is eerlijk: hij kan prachtig schrijven. Zo las ik toch de column uit. Dimitri Medvedev voorspelt een 'Vierde Rijk' met koning Poetin aan het hoofd. Het omvat Duitsland, Polen, de Baltische staten, de Tsjechische Republiek, Slowakije, de Republiek Kiev en andere marginale landen. En iets verder kwam er een andere voorspelling: Door de oorlog in Oekraïne zal er geen boterham met hagelslag te vinden zijn en zullen we op elkaar moeten kauwen. Als ik goed begrijp worden we kannibalen. En redactie van Trouw, het Dagblad van het Noorden heeft het meest actuele nieuws: 'Voor 2023: grote oorlog, nieuwe paus, kannibalisme en stijgende prijzen.' De wandeling zat er bijna op, maar eerst dook ik de supermarkt in en kocht tien pakken gekleurde hagelslag. Ik ben dol op roze muisjes. Ik voelde me een stuk rustiger.

Om de column niet al te katterig te laten eindigen zocht ik naar de Russische Kunst die ooit in het Asser Museum hing. Het was een prachtige tentoonstelling die veel kijkers trok. En zo raar, bij het kijken naar onderstaand schilderij zag ik in de gezichten steeds meer bekenden. Wordt dit onze toekomst?

 


Het gedicht van Wilmink eindigt plots. Het verhaal lijkt niet uit te zijn.. 

Afsluitend wens ik alle lieve bloglezers een gezond en goed jaar.Dat er een eind mag komen aan de vele oorlogen, dat er een eind mag komen aan de oorlog die ook ons dreigt mee te slepen...

 *************************************************************************************

Zo'n goeie jongen 

 

Een kleine jongen was
in huis en in de klas
gehoorzaam zoals geen.
Nooit kwaad. Nooit echt gemeen.
Een jongen die verdroeg
wat men ook deed of vroeg,
die nooit in opstand kwam,
die alles zo maar aan nam.
Het einde van dit lied,
ik weet het zelf nog niet.

Hij groeide op. Deed mee
aan Wereldoorlog Twee,
werd misschien ingezet
in 't hart van het verzet.
Daar dominee 't gebood, 
trotseerde hij de dood,
gehoorzaam zoals geen.
Hij redde menigeen.
Is dat het eind van 't lied?
Misschien. Misschien ook niet.

Mogelijk ook heeft hij
een gids gehad die zei
dat iedere Germaan
naar het Oostfront moest gaan.
In zijn gehoorzaamheid
voerde hij bitter strijd,
aan de verkeerde kant,
voor het verkeerde land.
We zijn nog lange niet
aan 't einde van dit lied.

Willem Wilmink
Uit: Verzameld werk

donderdag 29 december 2022

Het verhaal hoorde ik vanmorgen en de smeuige manier van vertellen deed de rest. Buurman X ging naar buurvrouw IJ. Hij zei: 'Wat ik nu toch meemaak! Ik kreeg een rekening van 1400 Euro voor mijn nieuwe smartphone en als ik maar betalen wilden, anders werden er maatregelen getroffen.' Hij vertelde helemaal geen telefoon te hebben besteld en wilde geen nader onderzoek doen. 'Waar kom je dan terecht?' Nu had de buurman toch een vraag voor zijn buurvrouw. Want de buurvrouw vindt het fietsen wat eng worden en was met dochter naar een fietsenhandelaar gereden om eens naar een driewieler te kijken. En laat het dat nu zijn! Ze had een uurtje heerlijk rondgefietst en zij en dochter besloten gelijk door te zetten: de driewieler werd besteld. Op een goede dag werd het 'rijtuig' afgeleverd en buurvrouw IJ hoopte dat niemand dat gezien had. Maar ze had buiten buurman X gerekend die het toevallig toch zag. Dus na het telefoonverhaal vroeg hij plots aan buurvrouw IJ: 'En hoe is het met je driewieler?' Ach, ach, wat een ellende, nu had toch iemand het gezien. Ze vertelde heel eerlijk tegen haar buurman er tegenop te zien met dat ding de weg op te gaan. Buurman IJ wist raad:'Weet je wat? Ik rijd er achteraan met mijn scootmobiel.' Toen ik het verhaal hoorde bood ik spontaan aan als hekkesluiter per fiets mee te rijden. Achteraan, dat wel. Buurvrouw IJ. bedankte voor zoveel eer...

 


 Geen driewieler, maar misschien nog wel een betere fiets...

************************************************************************************

Hoe het was in Luilekkerland 

 

Ik ben er vroeger veel geweest,
het was er alle dagen feest,
het heette daar: Luilekkerland.
Er zwommen daar de hele week
gebakken vissen door de beek,
je kon ze pakken met je hand.


Waar was dat land? Hier om de hoek.
De hoofdstad heette Pannenkoek.
De koning heette: Nooitgeendorst.
Uit elke pomp kwam bessenvla,
elk dak was er van chocola,
de regenpijp was leverworst.

Gebraden gans vloog in je mond,
gebraden varkens liepen rond
met mes en vork al in hun rug.
En als de klok ging beieren,
legden de paarden eieren,
van floep floep floep, wat ging dat vlug.

En bij een muur van wittebrood,
daar stond een boom, zo mooi en groot,
dat was de oliebollenbeuk.
En weet je wat de sneeuw dan deed?
Die gaf de boom een suikerkleed,
God, kinderen, wat was dat leuk.

Er was een sneeuwpop en een slee
en vader deed zo vrolijk mee,
we waren dan opeens heel rijk.
Door de herinnering gevernist,
lijkt het zo mooi. Er is een mist
van tranen, als ik daarnaar kijk.

Willem Wilmink
Uit: Verzameld werk

woensdag 28 december 2022

Het zijn altijd wonderlijke dagen, die dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw. Voor velen sfeerdagen met vooral in een ander tempo overgaan en bijkomen van de afgelopen periode. Even alles weg en vooral leuke dingen doen. Voor ouderen hangt er een zekere weemoed over die dagen. Het woord 'voorbij' is zeer aanwezig en dat woord willen ouderen liever niet te veel horen.

Het jaar 2022 zal altijd een beklemmende klank houden. Niet alleen vanwege de harde lockdown in de eerste maanden van het jaar, maar vooral vanwege de brute inval door Rusland in Oekraïne. De wereld volgde de beelden met ontzetting en ongeloof.. Het zou in eerste instantie hooguit een paar weken duren. Inmiddels weten we beter. De taal van Rusland wordt steeds dreigender. Maar de dapperheid, het optimisme, de vindingrijkheid van de Oekraïnse bevolking is nauwelijks te beschrijven. Het maakt stil en beschaamd. Zo is er nog veel meer gebeurd dit jaar, veel is vergeten, maar komt door de journaalbeelden van 2022 weer tot leven. Dat geldt ook voor de mensen die heengingen. Trouw liet ze passeren in een uitgebreid artikel. En steeds zei ik zacht: 'O ja, dat is ook zo.' Wonderlijk, hoe snel gebeurtenissen toch weer verbleken. Het zal te maken hebben met steeds weer nieuwe feiten, die de voorgaande lijken te overtreffen...

Wel 2022, het is klaar. Je mag van mij gaan en ik hoop en hoop, dat er aan vele oorlogen een eind komt en vooral dat die oorlog zo dichtbij in Oekraïne eindigt. En wat moeten we dan met Poetin? Die vraag leg ik hier graag neer...

 



Willem Wilmink laat ons even kind worden. Dat kon Annie M.G. Schmidt, dat kon Harry Bannink, dat kon W.G. van der Hulst. Zo zijn er nog meer te noemen. De bovenste foto toont het schip waar Lena woonde (uit het gedicht). En op de onderste foto woonde het vriendinnetje van Lena. Want dat had ze vast en zeker...

 ***********************************************************************************

Hoe kun je wonen 

 

Hoe kan dat, hoe kan dat,
snap jij dat misschien:
toen Lena ging slapen
heeft ze huizen gezien,
en toen werd ze wakker
en keek wat er was:
er waren geen huizen,
maar sloten en gras.

'Ik snap het: ze woont
op een boot, volgens mij.
Daar woont ze, daar slaapt ze,
zo vaart ze voorbij.'

En dat dan, en dat dan,
wat grappig is dat:
er woont een Martine
hoog boven de stad.
Op straat zijn de mensen
als muggen zo klein.
De autootjes lijken
van speelgoed te zijn.

'Ik snap het:  ze woont
15-hoog in een flat,
en tussen de wolken
ligt zij in haar bed.'

Kun jij nou begrijpen
hoe dit kan bestaan:
Jan woont in een woning
met wielen er aan.
Soms ligt hij te dromen,
zo stil op één oor,
dan gaat zijn mooie huisje
er met hem vandoor.

'Ik snap het; hij woont
in een woonwagenkamp,
met boven zijn bedje
een woonwagenlamp.'
 
Willem Wilmink
Uit: Verzameld werk