Een dag in januari. Grijs. Het was opgehouden met sneeuwen, al viel de hoeveelheid mee, toch zag de wereld er anders uit. In de verte liep een wandelaar, ik volgde op afstand en liet de gedachten de vrije loop. Op de cadans van mijn stap hoorde ik opeens: 'Waarover wil je dat ik schrijf.' Het was een dichtregel, ooit moest ik dit gezegd hebben in het kerkelijk programma van de regionale omroep. Was het van Hoornik, Achterberg, Ida Gerhardt? In een helder weten kwam opeens het antwoord: 'Nijhoff, het was van Martinus Nijhoff.' Nijhoff werd als oudste van vijf kinderen in 1894 in Den Haag geboren. Zijn vader had een uitgeverij, zijn moeder was schrijfster en zeer religieus. Na het gymnasium en de studie rechten mocht hij zich in 1915 Dr. Marinus Nijhoff noemen. Een jaar later trouwde hij met Antoinette Wind, datzelfde jaar werd hun zoon Wouter Stefaan geboren. Het huwelijk was één grote vergissing en Nijhoff zou de problematiek 34 jaar meedragen. In 1950 ging het paar uit elkaar, Nijhoff hertrouwde met de actrice Georgette Hagedoorn.
Thuisgekomen van de wandeling vond ik het gedicht tussen allerlei paperassen en opnieuw overviel me de ontroering. Nijhoff herschreef het gedicht in een milde vorm. Ik zag ze staan, twee mensen, die niet met elkaar en niet zonder elkaar konden leven. De dagenlange wederzijdse boosheid leek geluwd, terwijl ze bezig was met de koffie, waagde hij het er op en stelde plots de schijnbaar gewone vraag: 'Waarover wil je dat ik schrijf'. Dit staat voor: 'Laten we het weer goed maken. 'Dan zegt ze slechts drie woorden: 'Een nieuw bruiloftslied.' Ze vormen een schitterend 'ja'.
Impasse
Wij stonden in de keuken, zij en ik. / Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag. / Maar omdat ik mij schaamde voor.de vraag / wachtte ik het onbewaakt ogenblik.
Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf, / en de kans hebbend die ik hebben wou / dat zij onvoorbereid antwoorden zou, / vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf.
Juist vangt de fluitketel te fluiten aan. / Weer is dit leven vreemd als in een trein / te ontwaken en in een ander land te zijn.
En zij antwoordt, terwijl ze langzaam-aan het drup'lend water op de koffie giet / en de damp geur wordt: een nieuw bruiloftslied.
Op 26 januari 1953 overleed Nijhoff plotseling aan een hartziekte. Hij werd begraven op het Haagse Westeinde. Dichters eren overleden dichters veelal met een gedicht:
Achterberg dichtte over de begrafenis: Twijfelend bij een halte in de stad, / vroeg ik de aanspreker de kortste weg. / Ik moet er ook naar toe, heeft hij gezegd, / de tuinman en de dood, heb ik gedacht.
Guillaume van der Graft zocht het met prachtige woorden in het werk van de dichter: Eenvoud voltooide hem steeds meer. / De taal begreep steeds beter wat hij zeggen wilde. / Gebeurtenissen die hij navertelde verplaatsten / zich hoorbaar in zijn verhaal.
Poëzie van Martinus Nijhoff, toegankelijk en tijdloos, schoon in woorden. Ik keek naar buiten. Opnieuw was het gaan sneeuwen...