Vanmorgen stond ik voor het schilderij, het schilderij dat ik ooit in de kringloopwinkel ontdekte. Het is een schilderij van J.M. Magrijn, een bekende Noord-Hollandse schilder. Hij schilderde vaak wintergezichten in die provincie. Dit doek dateert uit 1917. Ik keek er naar, draaide me om, maar werd toch weer naar het schilderij getrokken. Met de kringloop medewerker viel te praten en kwiek plakte hij er een briefje op met de woorden 'in optie'. Daarna belde ik een vriend, hij is een deskundige op het gebied van schilderijen. Hij beloofde te gaan kijken en vroeg meteen: 'Als het iets is, zal ik het schilderij dan kopen? In dat voorstel kon ik me vinden want 65,-- Euro is niet voor niks, maar toch ook weer een aantrekkelijke prijs voor dit wintertafereel. Eigenlijk was ik het al een beetje vergeten toen hij belde. Nieuwsgierig vroeg ik wat hij er van vond. Hij grinnikte en zei dat hij met het schilderij al voor de kassa stond. Diezelfde middag hebben we het opgehangen en toen haalde ik mijn jeugd naar binnen. Ik herkende de sloten, de walletjes, de scheefstaande boom en de fier rechtopstaande bomen, de boerderij in de verte. En de boer die bij zijn kar in het nog halfduister aan het werk was. Het mooiste vond ik de luchten, vooral dat grote haast oplichtende vlak in het midden. Het was alsof de hemel openging. Alles was overgoten met dat zachte morgenrood zo vol beloften voor de komende dag. De gloed leek tot rust te komen op de sloten. En ik zag mezelf als kind in de morgenmist op de sloten rond onze boerderij. Schaatsjes onder, te groot voor een kindervoet. Een keukenstoel als houvast, voorzichtig kleine krabbeltjes makend. Turend naar al die ingewikkelde patronen in de ijsvloer. Af en toe stond ik stil om te luisteren of ik mijn broer ook hoorde. Hij kon echt schaatsen en was met ferme slagen weggeschaatst. Misschien ontstond op die verlaten sloot wel mijn merkwaardige liefde voor mist, het ingepakt worden in de stilte als in een wollige witgrijze deken. Vage contouren die me als kind bang maakten, maar dichterbij in het landschap hoorden en vertrouwd waren. En kwam mijn broer dan aangeschaatst in zijn heldenrol, dan was ik toch opgelucht. Dat alles kwam boven bij het zien van het schilderij van Magrijn. Herkenning en een zoet heimwee naar toen. Naar die wereld van het kind waarin alles zo veilig leek...