Overbrugd

Overbrugd

donderdag 29 januari 2026

Bij het opstaan zag ik het al, opnieuw een dik pak sneeuw. Heel geruisloos had koning winter vannacht alles van een dikke muts voorzien. Ik pakte de yogakleding en na het ontbijt deed ik de ijzers onder mijn wandelschoenen. Keek voor de zekerheid nog even op mijn mobiel, zowaar een bericht van onze yogadocente dat de les vanwege het weer was afgeblazen. Schoenen uit, yogakleren uit de rugzak en in de kriekende morgen zat ik op de bank met een kop koffie. Heel raar, even wist ik niet wat ik met deze onverwacht vrije ochtend moest aanvangen. Het sneeuwde zachtjes. Onverwachte ijver deed me naar buiten snellen, ik nam de sneeuwschuiver en begon bij de voordeur te schuiven, richting trottoir. De sneeuw was maagdelijk wit en lekker rul, dus vooruit voordat het door voorbijgangers werd vastgelopen maakte ik de hele stoep sneeuwvrij. Ik kreeg er plezier in en maakte ook in achtertuin mooie paden: naar het vogelhuis en vervolgens helemaal tot aan het prieel. Een duif zat wat eenzaam op het vogelhuisje en genoot even later van de met gulle hand uitgestrooide zaden. Daarna brokkelde ik twee boterhammen in kleine stukjes, vluchtig beboterd, want daar hebben vogels behoefte aan en legde een paar flinke handen met brood op de voederplant. Zo grappig, ik hoorde de schreeuw van een meeuw. De rest van het brood gooide ik op het schoongemaakte deel van het pad. Ervaring heeft me geleerd dat er een grote groep meeuwen op af komt en dat er op de plank maar voor enkelen plek is. Nauwelijks binnen was het brood al weg. Iedere keer sta ik weer verbaasd hoe snel ze het weten, komen aanvliegen, in een snelle duik een stukje brood veroveren. Wat nu? Ha de krant en het vroege journaal. De formatie was voor elkaar, er verschenen drie vermoeid ogende kopstukken op het scherm. Met een zekere achterdocht keek ik naar Dilan, zeer opgewekt en beurtelings lonkend naar Jetten, dan weer naar Bontenbal. Ze kan onderhandelen met het mes tussen de tanden, zo hoorde ik gisteren een deskundige zeggen. 'Aan de slag', dat is de slogan. De rest van de dag sneeuwde het, eigenlijk vond ik het wel goed. Deed een paar puzzels, appte met een kind en schreef naar een ander kind een kaartje. Nam weer eens een kop koffie, maakte een foto van het betonstorten van mijn nieuwe buren en aan het eind van de morgen nestelde ik me op de bank met het boek dat we als leden van de literatuurkring lezen, 'De belofte'. Ik vergat alles en las en las, een prachtig boek van Damon Galgut. Zo vulde zich een onverwacht vrije morgen toch geruisloos in...

 


 



 


maandag 26 januari 2026

De afgelopen dagen stonden de kranten weer vol, vol over de 'capriolen' van de machtigste man van een zeer machtig land: Donald Trump. En u, beste lezer, mag zelf invullen hoe Europa met deze grote tegelijkertijd kleine man, moet omgaan. ik zat er nog wat over te piekeren, maar zie de Pauscast bracht de oplossing. De Pauscast is een nieuw programma op de zondagmiddag op NPO 2 om 17.10 uur. Stijn Fens is presentator en tegelijkertijd gespreksleider in de kring, hijzelf meegerekend, van drie personen. Stijn Fens ken ik uit die tijd toen ik schreef voor Christelijk Weekblad. Twintig jaar lang, want men kan me veel verwijten, maar trouw ben ik wel. Stijn las mijn artikelen die vaak over het rijke roomse leven gingen en meende daarin toch dingen te ontdekken die hem deden vermoeden dat ik uit de protestantse hoek kwam. En dat klopte. Maar Stijn noemde me Ally en daarin moest ik hem per brief wel corrigeren. Verder zat er een Vaticaankenner aan tafel en nummer drie was ds. Ad van Nieuwspoort. En dat was een oud-collega columnist van mij, ook al uit de periode van het bovengenoemd blad. Ds. Van Nieuwspoort had een overvolle agenda en niet zelden kwam er een noodkreet uit Leeuwarden, daar zetelde de redactie van de blad, of het goed was dat ze alvast een column van mij publiceerden omdat de column van ds. Ad van Nieuwspoort nog niet binnen was. Het gesprek ging over de wereldpolitiek en hoe de kerk of liever de gelovige hierin zijn weg moest vinden. Misschien, misschien toch was Boven mijn toenemende zorg waargenomen? Ds. Van Nieuwspoort had onlangs over deze beladen onderwerpen een boekje geschreven met als titel 'Buig niet'. Ik krabbelde de titel op een Sudokuboekje, terwijl ik het gesprek volgde. Van Nieuwspoort vertelde dat hij bezig was met een preek over Daniël en hoe het verhaal over keizer Nebukadnezar hem bekend voorkwam. De grootheidswaanzin. Hoe Daniël ook onder koning Belsassar zichzelf bleef en onder koning Darius, tegen de verboden in, niet boog voor de koning maar bleef bidden tot God. Daarop werd hij in de leeuwenkuil geworpen, maar de leeuwen lieten Daniël ongemoeid. Koning Darius was opgelucht en Daniël werd in ere hersteld. Het gesprek kwam ten einde en ik stond op voor een kop koffie. Het hield me bezig, dat 'Buig niet' en het sprak me zeer aan. Vandaar dat ik het graag doorgeef. Maar hoe moet het nu verder met die grote, tegelijkertijd kleine man en die wereld die overal in brand staat...

  


 Illustratie van Letizia Galli uit Mijn eerste bijbel, uitgegeven door Averbode.

donderdag 22 januari 2026

Een dag in januari. Grijs. Het was opgehouden met sneeuwen, al viel de hoeveelheid mee, toch zag de wereld er anders uit. In de verte liep een wandelaar, ik volgde op afstand en liet de gedachten de vrije loop. Op de cadans van mijn stap hoorde ik opeens: 'Waarover wil je dat ik schrijf.' Het was een dichtregel, ooit moest ik dit gezegd hebben in het kerkelijk programma van de regionale omroep. Was het van Hoornik, Achterberg, Ida Gerhardt? In een helder weten kwam opeens het antwoord: 'Nijhoff, het was van Martinus Nijhoff.' Nijhoff werd als oudste van vijf kinderen in 1894 in Den Haag geboren. Zijn vader had een uitgeverij, zijn moeder was schrijfster en zeer religieus. Na het gymnasium en de studie rechten mocht hij zich in 1915 Dr. Marinus Nijhoff noemen. Een jaar later trouwde hij met Antoinette Wind, datzelfde jaar werd hun zoon Wouter Stefaan geboren. Het huwelijk was één grote vergissing en Nijhoff zou de problematiek 34 jaar meedragen. In 1950 ging het paar uit elkaar, Nijhoff hertrouwde met de actrice Georgette Hagedoorn.

Thuisgekomen van de wandeling vond ik het gedicht tussen allerlei paperassen en opnieuw overviel me de ontroering. Nijhoff herschreef het gedicht in een milde vorm. Ik zag ze staan, twee mensen, die niet met elkaar en niet zonder elkaar konden leven. De dagenlange wederzijdse boosheid leek geluwd, terwijl ze bezig was met de koffie, waagde hij het er op en stelde plots de schijnbaar gewone vraag: 'Waarover wil je dat ik schrijf'. Dit staat voor: 'Laten we het weer goed maken. 'Dan zegt ze slechts drie woorden: 'Een nieuw bruiloftslied.' Ze vormen een schitterend 'ja'.

Impasse

 Wij stonden in de keuken, zij en ik. / Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag. / Maar omdat ik mij schaamde voor.de vraag / wachtte ik het onbewaakt ogenblik.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf, / en de kans hebbend die ik hebben wou / dat zij onvoorbereid antwoorden zou, / vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf.

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan. / Weer is dit leven vreemd als in een trein / te ontwaken en in een ander land te zijn.

En zij antwoordt, terwijl ze langzaam-aan het drup'lend water op de koffie giet / en de damp geur wordt: een nieuw bruiloftslied. 

 Op 26 januari 1953 overleed Nijhoff plotseling aan een hartziekte. Hij werd begraven op het Haagse Westeinde. Dichters eren overleden dichters veelal met een gedicht:

Achterberg dichtte over de begrafenis: Twijfelend bij een halte in de stad, / vroeg ik de aanspreker de kortste weg. / Ik moet er ook naar toe, heeft hij gezegd, / de tuinman en de dood, heb ik gedacht.

Guillaume van der Graft zocht het met prachtige woorden in het werk van de dichter: Eenvoud voltooide hem steeds meer. / De taal begreep steeds beter wat hij zeggen wilde. / Gebeurtenissen die hij navertelde verplaatsten /  zich hoorbaar in zijn verhaal.

Poëzie van Martinus Nijhoff, toegankelijk en tijdloos, schoon in woorden. Ik keek naar buiten. Opnieuw was het gaan sneeuwen... 

  


 

maandag 19 januari 2026

Met een schok las ik de berichtgeving van het overlijden van Dom Korneel Vermeiren. Het was even afdalen in mijn geheugen en toen wist ik het weer. Deze zeer invoelende mens, met zijn mooie stem en taalgebruik, ik moet over hem schrijven. Het was in 2005, onze predikant en ik togen naar Abdij Koningsoord in Berkel-Enschot om een retraite van gemeenteleden voor te bereiden. De ontvangst was hartelijk en toen we even later tegenover abt Korneel, voor die dag gastenbroeder, zaten deed koffie de rest. Het werd een mooi en open gesprek en de contouren van de bezinningsdagen waren al snel zichtbaar. Een jaar later vond de retraite plaats en van mijn vrij zorgeloze 'ik' was niet veel meer over: mijn lief was overgegaan naar de wereld van het Licht. Broeder Korneel wist er van en regelmatig kwam hij even naar me toe en zei dan heel zacht: 'Gaat het?', een vorsende blik, vol mededogen, vol begrip. Naderhand hebben we nog een poos gemaild in een heel open correspondentie. Hij schreef troostende woorden en hielp, zoals meer lieve mensen om me heen, het leven weer op te pakken.  Ik zocht het boek 'Goudzoekers' op, dat in 2005 verscheen bij uitgeverij SkanDalon. Daarin stond ook broeder Korneel, toen nog abt. Karakteristieke uitspraak van hem:  'De abt vergete niet zijn eigen ziel.' Een dienend leven, Dienend met een hoofdletter. Geboren te Meer (B) in 1938 als tweede kind van negen kinderen in een boerengezin. Kon goed studeren en na het Klein Seminarie in Hoogstraten trad hij in 1963 in bij de monniken van Maria Toevlucht te Zundert. Hij legde in 1969 zijn eeuwige geloften af en op 1 november 1974 ontving hij de priesterwijding. In 1990 veranderde hij van stabiliteit naar Abdij Koningshoeven  en was daar van 1990 tot 21 december 2005 resp. overste en abt. Bij het herlezen van de advertentie viel me op dat wij beiden op 21 augustus zijn geboren. Zat daarin mogelijk die snelle vertrouwensband? Zijn sterfdag viel op 'het feest van de Doop van de Heer', heel bijzonder. Treffend waren die enkele woorden boven berichtgeving 'Gaan wij op weg naar het huis van de Heer' (psalm 122.1) In abdij Koningshoeven zal hij zeer gemist worden, maar de engelen hebben hem vast in triomf binnengehaald. Waar? In die wereld van het Licht...



Bovenstaande foto komt uit het boek Goudzoekers van uitgeverij SkanDalon. Een prachtig kijk- en leesboek. Bijzonder is dat in het woord 'Goudzoekers' de letter U in goud is afgedrukt. Misschien een kleine verwijzing om even het woord zonder 'U' te lezen. Er staat dan 'Godzoekers'. Een prachtige vondst...

vrijdag 16 januari 2026

Ze zitten er als een stel bedremmelde scholieren voor het bureau van de rector. Ze lijken er van langs te krijgen, ze hebben geen weerwoord. De rector spreekt! De spreekbuis van de scholieren is er ook, hij zit helemaal links, maar staat niet op het plaatje. Rutte heet hij, en de scholieren zijn regeringshoofden van verschillende Europese landen. De rector laat zich gemakkelijk raden. Ooit is het voorspeld: het zal niet gemakkelijk zijn voor NAVO-baas Mark Rutte om alle kikkers in de emmer te houden. Voegen zich de meeste kikkers naar de NAVO-leider, één kikker heeft daar gewoon lak aan. Hij blaast zichzelf steeds meer op, wordt steeds vetter, poetst zich nog eens extra op, heeft in eigen gedachten zelfs een kroon op. Steeds weer probeert hij te ontsnappen uit de emmer, door hard en luidruchtig te kwaken en de andere kikkers te intimideren. De vrees is er dat hij ontsnapt en lekker zijn gang gaat..

Doorgaans lees ik de lezersreacties in Trouw. Op 13 januari was ik gewoon blij met de reactie van Martin Kroon in Leiden. Ik ken meneer Kroon niet, maar ik voelde me zeer verbonden met hem. En dat had te maken met de trefzekere manier hoe hij Trump beschreef. De tekst luidt: Goed om na een jaar Trump terug te blikken (Verdieping 10 januari). Helaas, we leren van alles over zijn daden en politiek, maar over zijn ernstige persoonlijkheidsstoornis nagenoeg niets. Daar zit mijn inziens de bron van alle kwaad. Mogelijk is de krant bang om het verwijt te krijgen van 'psychologiseren', maar zonder een duik in zijn zieke geest en in zijn ronduit kwaadaardige  persoonlijkheid blijven zijn daden onbegrijpelijk. Amerikaanse psychiaters waarschuwden al in 2016 collectief voor zijn geestestoestand. Graag zou ik hierover meer willen lezen, want dat zo'n rancuneuze  gestoorde man de machtigste man ter wereld is en ook schaamteloos zijn wangedrag etaleert, dat vraagt om meer uitleg dan ego of dadendrang alleen.         

Er staat ons, vrees ik, nog veel te wachten...

De krant publiceerde onderstaande foto van Trump als hij in gesprek is met Rutte en meerdere Europese leiders. Ursula von der Leyen ontbreekt niet... 



maandag 12 januari 2026


Vanmorgen belden we. Af en toe doe ik dat met een goede vriendin uit Zuid-Holland. We kwamen elkaar ooit tegen in de Sint Paulusabdij in Oosterhout. Het zijn ook dagen om bij te praten, het nieuwe jaar is net begonnen en veel mensen zitten nog opgesloten in hun huis vanwege de glibberigheid op straat. Het werd een lang en open gesprek en ik merkte dat het haar goed deed. Ik kende het verhaal, mensen die niet bij elkaar passen en maar toch als buren blijven wonen vanwege alle voordelen. Maar nu waren de buren, ik noem ze de familie X verhuisd en woonde mijn vriendin als familie Y weer plezierig! Burenruzies, het gaat bij de rijdende rechter meestal over heggen, schuttingen, overlast van bomen enz. Tussen de familie X en de familie Y was er veel meer aan de hand. Stel meneer X houdt niet van klussen, houdt niet van tuinieren, is totaal niet creatief, heeft een kleine tuin, heeft voor de voortuin als wel voor de achtertuin veel geld uitgegeven, maar de bloemen en struiken staan op verkeerde plekken. Meneer Y is in alles het tegenovergestelde. Hij maakte van de tuin een ware lusthof, verfde en timmerde in zijn huis en maakte daar een mooi en knus huis van waar alles naar creativiteit geurde. Waar bezoekers graag kwamen en vooral graag in de tuin zaten om te genieten van vogels en bloemen. In de tuin van de familie X wapperde elke dag wasgoed, was het stenig en bezoek was er niet veel. Qua geluidshinder pasten de families ook niet bij elkaar. De familie X was zeer rumoerig en de familie Y daarentegen rustig. Meneer Y zette op zijn eigen grond een coniferenhaag, mevrouw X krijste dat de buren asociaal waren. Mevrouw Y werkte, daardoor merkte ze niet veel van de pesterijen van mevrouw X. Maar toen ze uitgewerkt was werd het pas echt onrustig. 'Stel je voor, zei mijn vriendin Nora, 'ze hebben gewoon geprobeerd ons weg te krijgen. Als mensen vroegen hoe wij het volhielden naast die familie, antwoordden wij: 'We doen net of we vrijstaand wonen.' Ze rondde het verhaal af met de woorden: 'Dat alles heeft veertig jaar geduurd.'

We eindigden het gesprek dat zeker het klokje rond had geduurd. Maar ach, het nieuwe jaar was net begonnen, het buitengebeuren onbegaanbaar en zij had toch belangrijk nieuws. Ik zocht een mooie kaart voor haar uit en schreef daarop: 'Voor jullie moed en wijsheid bij het goede te blijven. In gedachten krijgt de kleinzielige familie Y een bos brandnetels... 

 

donderdag 8 januari 2026

De laatste oliebollen staan op het aanrecht. Wat verloren staat de bijna lege bus poedersuiker er naast. Evenals een stapeltje verkreukte servetten. Het feest van geweld en gedoe is voorbij. Het feest dat juist vriendelijk en zacht moet wezen met veel gezamenlijk siervuurwerk. De eerste relschoppers hebben gisteren hun straf gehoord en gekregen. Streng, dat was het zeker! Misschien dat ze bij een volgende jaarwisseling zich als normale burgers gedragen...

Vanmorgen dooide het wat en met een zekere teleurstelling keek ik naar de tuin van de overburen. Dinsdagmiddag was het gezin, vader, moeder en drie spruiten, eensgezind bezig geweest met het maken van een enorme sneeuwpop. Daar maak ik een foto van, zo bedacht ik. Maar woensdag was het zo onaangenaam buiten, dat ik het verschoof naar vanmorgen. Ach heden, door voorzichtige dooi was het hoofd van de sneeuwman al weg, zijn lijf slank geworden, achteloos hing een bezem uit zijn smalle taille. Een prachtig boek kwam mij in gedachten. Het heette 'De olijke sneeuwman'. Het ging over een jongetje dat voor het naar bed gaan nog even keek vanuit zijn slaapkamerraam naar de sneeuwpop in hun tuin. 's Nachts droomde hij dat de sneeuwman op bezoek kwam. Samen keken ze in de koelkast naar wat eetbaars. De sneeuwman smulde van de ijstaart en koude sapjes. Maar toen het jongetje de verwarming aanzette, zag je de sneeuwman schrikken. Er ontstonden plasjes op de vloer en samen gingen ze toch weer voor de open koelkast zitten. Dan zie je de sneeuwman glunderen. Ze beleefden samen die nacht de mooiste avonturen, maar alles had te maken met kou en warmte. De dooi zette die nacht in. Toen het jongetje 's morgens wakker werd schoof hij het gordijn opzij en ach van de sneeuwman was nog maar een klein hoopje sneeuw over...

Vanmorgen heb ik alle goede wenskaarten in een mand gelegd. Gedurende de maand januari zal ik ze meerdere malen bekijken en aan de afzenders denken. Ieder met eigen leven, ieder met eigen zorgen. De kaart van kloosterzuster Scholastica hield ik langer vast. Op de voorzijde stond een prachtige duif, in haar bek was een takje groen. In zwierige letters stond op verschillende plekken: 'Vrede, broos als een takje, sterk als de liefde van God.' Bij het openen van de kaart stonden er mooie woorden van de zusters van Koningsoord: 'Wij wensen u een zalig kerstfeest en voor het nieuwe jaar Vrede, Vreugde en Vrijheid.' En mijn trouwe zuster schreef na goede persoonlijke woorden 'Sjaloom voor het nieuwe jaar'. Laten we met deze bemoedigende woorden eensgezind 2026 ingaan...

 

Achterin mijn tuin...