Overbrugd

Overbrugd

donderdag 8 januari 2026

De laatste oliebollen staan op het aanrecht. Wat verloren staat de bijna lege bus poedersuiker er naast. Evenals een stapeltje verkreukte servetten. Het feest van geweld en gedoe is voorbij. Het feest dat juist vriendelijk en zacht moet wezen met veel gezamenlijk siervuurwerk. De eerste relschoppers hebben gisteren hun straf gehoord en gekregen. Streng, dat was het zeker! Misschien dat ze bij een volgende jaarwisseling zich als normale burgers gedragen...

Vanmorgen dooide het wat en met een zekere teleurstelling keek ik naar de tuin van de overburen. Dinsdagmiddag was het gezin, vader, moeder en drie spruiten, eensgezind bezig geweest met het maken van een enorme sneeuwpop. Daar maak ik een foto van, zo bedacht ik. Maar woensdag was het zo onaangenaam buiten, dat ik het verschoof naar vanmorgen. Ach heden, door voorzichtige dooi was het hoofd van de sneeuwman al weg, zijn lijf slank geworden, achteloos hing een bezem uit zijn smalle taille. Een prachtig boek kwam mij in gedachten. Het heette 'De olijke sneeuwman'. Het ging over een jongetje dat voor het naar bed gaan nog even keek vanuit zijn slaapkamerraam naar de sneeuwpop in hun tuin. 's Nachts droomde hij dat de sneeuwman op bezoek kwam. Samen keken ze in de koelkast naar wat eetbaars. De sneeuwman smulde van de ijstaart en koude sapjes. Maar toen het jongetje de verwarming aanzette, zag je de sneeuwman schrikken. Er ontstonden plasjes op de vloer en samen gingen ze toch weer voor de open koelkast zitten. Dan zie je de sneeuwman glunderen. Ze beleefden samen die nacht de mooiste avonturen, maar alles had te maken met kou en warmte. De dooi zette die nacht in. Toen het jongetje 's morgens wakker werd schoof hij het gordijn opzij en ach van de sneeuwman was nog maar een klein hoopje sneeuw over...

Vanmorgen heb ik alle goede wenskaarten in een mand gelegd. Gedurende de maand januari zal ik ze meerdere malen bekijken en aan de afzenders denken. Ieder met eigen leven, ieder met eigen zorgen. De kaart van kloosterzuster Scholastica hield ik langer vast. Op de voorzijde stond een prachtige duif, in haar bek was een takje groen. In zwierige letters stond op verschillende plekken: 'Vrede, broos als een takje, sterk als de liefde van God.' Bij het openen van de kaart stonden er mooie woorden van de zusters van Koningsoord: 'Wij wensen u een zalig kerstfeest en voor het nieuwe jaar Vrede, Vreugde en Vrijheid.' En mijn trouwe zuster schreef na goede persoonlijke woorden 'Sjaloom voor het nieuwe jaar'. Laten we met deze bemoedigende woorden eensgezind 2026 ingaan...

 

Achterin mijn tuin...

maandag 5 januari 2026

Hij ging feest vieren met zijn vrienden. Misschien had hij al een meisje op het oog. Zijn moeder wenste hem een fijne avond en zal hebben gezegd: 'Een beetje rustig aan hè.' Hij ging, het leven was prachtig... 

Wij sliepen. 

En toen gebeurde er in Crans-Montana, een mondaine ski plaats in Zwitserland, een vreselijke ramp! Het spuitende vuurwerk, omgeven door vele jongeren, kwam tegen het plafond en binnen een minuut laaiden de vlammen op alles meenemend in hun honger. Er werd met dekens tegen de brute vlammen geslagen. Hij stond verlamd...

Wij sliepen.

Zijn moeder, zeer ongerust, zocht enkele uren daarna tevergeefs naar hem. Ze vroeg het aan meerdere mensen of ze haar zoon hadden gezien...

Wij sliepen.

Langzaam kwam het nieuws in die vroege morgen van 1 januari 2026 naar buiten. Minstens 40 doden, over de honderd gewonden, velen in levensgevaar. De oudste was 39, de jongste 14 jaar. En de radeloze moeder? Ook zij had haar zoon Arthur van 16 jaar verloren. Heel dapper zei ze: 'Nu kan hij in het paradijs verder feesten en wij kunnen nu aan het rouwproces beginnen.'

Met deze afschuwelijke gebeurtenis begint 2026. Op 3 januari wordt door Trump president Maduro van Venezuela 'ontvoerd', door de lucht en over de zee. Vandaag staat hij voor het gerecht in New York. De ene helft van de wereld juicht, de andere helft protesteert! 

En vandaag, 5 januari? Sneeuw, sneeuw, sneeuw. Alles is ontregeld, files zoals nog nooit eerder vertoond in ons land, ongelukken, ziekenhuizen lopen vol met allerlei botbreuken.

Met een zeker onbehagen kijk ik naar de start van 2026. En hoe gaat het verder in Oekraïne, in Gaza, in Soedan? Ik kan alleen maar hopen dat de mensheid het verstand eens een keer gebruikt en zich realiseert dat dit echt de weg niet is om de aarde bewoonbaar te houden... 

  

 
 




woensdag 31 december 2025

Wat schrijf je op de laatste dag van een bewogen jaar? Ja, dat was 2025 zeker. Sla de kranten er maar op na, volg het journaaloverzicht van afgelopen jaar. Ik doe het niet meer, want het leed staat in me gegrift. Zoveel beelden, zoveel verdriet, zoveel geweld, zoveel wreedheid. Even doorgaan? Zoveel honger, zoveel ontberingen, zoveel dierenleed, zoveel doden. Er is nog veel meer op te noemen, het hoort bij oorlogen. En oorlogen waren er in 2025. De mensheid zou toch beter moeten weten! Naast alle de grote wereldleiders, die zich zo klein gedragen is ook een kleine leider, groot in zijn dapperheid!! Ik noem Zelensky, die onvermoeid verder gaat. Steeds weer blij wordt gemaakt door die narcist in Amerika, met een dode mus. Trekken aan een dood paard. Dat geldt ook voor de oorlogen in Gaza en in Soedan. Niet te beschrijven leed. De griezelige opwarming van de aarde omdat een groot deel van de mensheid geen zin heeft hun riante leven te veranderen en kiezen voor zichzelf. Ik kan met tranen in de ogen kijken naar de ijsberen die langzaam maar zeker zullen uitsterven. Evenals zoveel andere dieren. En wat te denken van al die prachtige beboste gebieden, waar men gewetenloos hele bossen plat legt. En daarmee alle dieren die daar leven. Valt dat nog te keren? Deskundigen rekenen en berekenen en zenden af en toe boodschappen uit waarin ze menen te zeggen dat er nog sprankjes hoop zijn. Maar dan moeten we er allemaal aan mee werken. En ieder weet waar hij nog wat op kan besparen zodat er mogelijk betere voorspellingen komen. Gewoon: samen de schouders er onder! In verbondenheid...

Bij dit alles sloot een gedicht van Wilmink mooi aan: 

 Als de lichtjes doven

Op een slagveld klonk een stem, / was van ver te horen, / zong dat er in Bethlehem / een kindje was geboren. / In de nacht zo stil en groot / zwegen de kanonnen, / die zijn bij het morgenrood / toch opnieuw begonnen.

Kerstmis lijkt ons keer op keer / vrede te beloven, / maar kanonnen dreunen weer, / als de lichtjes doven.

Donkere Zuid-Afrikaan, / honger moet je lijden, / mag niet naar je vader gaan, / bent van hem gescheiden. / Wie dit hebben uitgedacht, / komen allen te samen, / zingen plechtig Stille Nacht / zonder zich te schamen.

Kerstmis lijkt ons keer op keer / vriendschap te beloven, / maar dan gaan ze altijd weer / alle lichtjes doven.

Turk en Griek en Marokkaan, / mogen die hier blijven? / Mogen die hier ook bestaan / of zal men ze verdrijven?

Kerstmis doet ons telkens weer / beterschap beloven, / laat dan deze ene keer / het lichtje niet weer doven.

Willem Wilmink (gedicht 1985)

Uit: Verzameld werk

 


  



Beste lezers, een mooie en veilige jaarwisseling toegewenst...

woensdag 24 december 2025

In de laatste weken van het jaar vindt in Hasselt het W.G.van de Hulst festival plaats. Dan plaatsen bewoners boeken en boekjes van de grote kinderboekenschrijver (1879 - 1963) voor het raam en als het mogelijk is ook nog een nadere aanduiding. Dan beleven tientallen bewoners en bezoekers hun jeugdjaren en zijn er herinneringen te over. Een paar jaar geleden liep ik ook rond in het oude stadsdeel van het Zwartewaterplaatsje en ik verbaasde me over de grote hoeveel boeken die achter de ramen hun verhaal vertelden. Zo zag ik onder meer 'Bruun de beer' met een klein versleten beertje er naast. 'Het klompje dat op het water dreef' was ook te zien. Twee rode klompjes stonden iets verder naast een dikke kaars. En bij 'Jaap Holm en zijn vrienden' voelde ik ontroering, die ontroering zette voort bij het boek 'Ouwe Bram'. Natuurlijk ontbrak 'Gerdientje' niet en achter een klein raam zag ik maar liefst drie delen van 'In de Soete Suikerbol'. Ik veslond vroeger de belevenissen van de oliebollenbakker en zijn kraakheldere vrouw. We doken het gemeenschapshuis De Regenboog van de Grote- of Stephanuskerk binnen. Aan de ingang stond een magere dame met een soort stalbezem. Ze riep voortdurend op snerpende toon: 'Voeten vegen, voeten vegen!' Als een bezoeker treuzelde gaf ze een klein klapje tegen de broek en riep vervolgens 'Opschieten'. De witte muts en haar hagelwitte schort gaven het gevoel dat ze even uit het boek 'In de Soete Suikerbol' was weggelopen. Kortom: een feest der herkening in allerlei prenten en voorwerpen, zelfs in een persoon. Ik besloot op deze laatste koude dag voor kerst een boekje van de schrijver te lezen en koos 'Het kerstfeest van twee domme kindertjes'. Het meisje heette Esmeralda en ze woonde in een mooi kasteel. Op een dag  stond ze voor het raam en tuurde naar buiten in de hoop het Kindje te zien. Toen zag ze tussen de bomen door rook kringelen. Misschien was het Kindje wel in dat kleine huisje geboren? Ze glipte weg op zoek naar het huisje. In dat huisje woonde Kees en ook Kees was vol van het Kindje. Hij zag boven het kasteel een helder licht en dacht: 'Daar moet het Kindje zijn geboren'. Ook hij ging op zoek. Voorspelbaar? Ze kwamen elkaar tegen en besloten samen verder te gaan. Verdwaalden, het werd donker, ze bevroren bijkans en Esmeralda struikelde. Kees zocht hulp en een oude man en vrouw haalden de kinderen binnen, gaven ze warme pap en waarschuwden de beide ouderparen. Tot slot vierden ze samen kerstfeest, in het kasteel... 

Misschien staat het boekje met dit verhaal ook wel op een vensterbank, opengeslagen bij de plaatjes... 

  


 


 

maandag 22 december 2025

Vanmorgen keek ik lang naar de tekening van Tjeerd Royaards. Steeds meer waardeer ik zijn actuele weergaves in rake lijnen in Trouw. Ze zijn niet alleen direct te vatten, maar ook heel scherp weergegeven. Ik vermoed dat Royaards veel oog heeft voor leed van de underdog en dat is prijzenswaardig! De verliezer, de veroorzaker en de wegkijker, ze ontbreken niet. Tot die laatste soort behoort de grootste groep van ons mensen. De tekening ontleden doe ik niet omdat ik vermoed dat lezers zonder uitleg ook de machteloosheid ervaren. Want dat is het: machteloos. Als tegengeluid kopte Trouw vandaag 'Nederlander geeft ruimhartig aan het goede doel'. Dat is prachtig en ik geloof het. Maar wat kopte Trouw vorig jaar op 22 december? Ik sloeg mijn dagboek er op na. Helaas, die dag viel op zondag en dan verschijnt de krant niet. Maar wat was dan de kop in de krant van 23 december 2024? Nou die loog er niet om. Er stond in vette letters op de voorpagina: 'Europa wordt steeds meer een speelbal van China en de V.S.'  Dus toen eigenlijk ook hetzelfde geluid, dezelfde onrust, dezelfde angst. En wat was de boodschap op de voorpagina van Trouw op 24 december 2024? Niet blij makend, er stond: 'Aantal vleesvarkens daalt naar het niveau van 50 jaar geleden.' Over hoeveel vleesvarkens het gaat wordt niet vermeld, maar voor een vegetariër, zoals mijn persoontje, is dat altijd nog veel. Gillend worden ze naar de slachthuizen gejaagd. Laat ik ophouden. Mijn blik dwaalde naar de kerstboom en naar al die ballen en troela in zilver. Naar de slingers en naar de piek. Tot die blik bleef rusten op de engelen. Drie heel verschillende engelen, maar met eenzelfde uitstraling: blijmoedig, kalmerend en hoopgevend. Vooral aan dat laatste woord, daar moeten we ons aan vast houden, hoop. Ik keek naar buiten en bedacht dat het vandaag nauwelijks licht was geworden. De schemer was in aantocht, het was rustig geworden bij de vetbollen, de pindakaaspot en het tuinvogelzaad. Ik sprak het woord meerdere keren uit: hoop... hoop... hoop. De zachte klank ontbrak, het klonk rauw...

  


  

  

 

donderdag 18 december 2025

Via Social Deals kwamen we op iets aardigs terecht in Hooghalen. In het Wapen van Schotland aldaar, warme chocolademelk drinken met slagroom en appeltaart eten met al weer slagroom. Vervolgens een wandeling in het bos maken en afronden bij opnieuw het Wapen van Schotland voor eigengemaakte snert en roggebrood met spek. Dat alles tegen een klein prijsje. We reserveerden. Het Wapen van Schotland zag er goed uit en we werden gastvrij ontvangen. Toen pas viel het kwartje bij me. Die heel speciale Schotse muziek, de doedelzak en de gitaren die hier en daar hingen, de in Schotse ruit gordijnen en natuurlijk de flessen met whiskey. Gul en royaal waren ze op meerdere tafels neergezet. Ook achter de bar whiskey in vele soorten en sterktes. Bij dat alles een kerstboom op een whiskey vat. We zochten een plek uit bij het raam en niet veel later zaten we achter de hete chocolademelk verstopt onder een dak van slagroom. Naast de appeltaart lag een bergje slagroom. We genoten en de jonge serveerster genoot van onze verrukte gezichten. Ondertussen bepaalden we de wandelroute. Eerst ter oriëntatie de straat uitlopen en vervolgens het bos in. Hooghalen is een vriendelijk dorp en in de zomer zeer toeristisch. We passeerden een school die niet meer als zodanig gebruikt leek te worden. Boerderijen met spannende rieten daken, een modern beeld van een kat en veel kerstversiering in de tuinen. We doken het bos in. Dor hout, een goed pad, zacht verende grond onder onze schoenen. Het was eenzaam in het bos, alles leek te luisteren naar ons gesprek. Vogels, ja die waren er volop. En toen zagen we om de kromming van het pad een huisje en voor het raam leek een kerstboom te wenken. Geen echte, maar één in houten contouren. De ruimte daar binnen was opgevuld met kerstfiguren. Ik dacht aan 'Het huisje in de sneeuw.' van W.G.van der Hulst. Het was jammer dat het midden op de dag was in een sneeuwloos landschap, mijn fantasie moest het beeld waar maken. We kwamen dichterbij en keken naar de kerstversiering. Opeens kwam er een vrouw naar buiten. Ze droeg een helderblauwe trui en vroeg of we iets zochten. Er ontstond een alleraardigst gesprek. Op onze opmerking dat ze toch wel heel eenzaam woonde liet ze weten niet bang te zijn. De vijf kinderen waren uitgevlogen, haar man was overleden, ze was net gestopt met haar baan en ze had goede buren en ook een buurt-app. Haar gezicht was sprankelend, maar ook voornaam als het in rust was. Meestal heb ik er niet zoveel oog voor maar deze dame was bijzonder. Ze vertelde over haar zeven kleinkinderen die graag kwamen pannenkoek eten om daarna een door oma uitgezette speurtocht te lopen met de nodige opgewonden kreten. Het bos was immers haar tuin. En wolven? 'Ja ginds is een roedel, maar ik verdiep me er verder niet in.' We namen afscheid, wandelden terug naar de bebouwing en doken even later achter de zelfgemaakte erwtensoep. Ook deze was aangenaam heet. Niets is heerlijker om na een boswandeling uit te rusten achter een bord erwtensoep. We stonden op en maakten het meisje van de bediening een compliment met de belofte reclame te maken. Heerlijke chocolademelk met een appelpunt, een aangename wandeling, een bijzondere ontmoeting en tot slot verrukkelijke erwtensoep. Dat allemaal door de ontdekking op Social Deals. Tot ziens, Wapen van Schotland, tot ziens!

  


 


 


 

 
 
 


 

maandag 15 december 2025

Ik voel me net een wandelende gifbelt. Het begon in september met de zoveelste coronaprik. Die kon ik halen in Zuidlaren. Waarom zo ver van mijn woonplek? Wel, ik logeer regelmatig in het noordelijke gedeelte van Drenthe. De prik werd gegeven in een voormalige school en dat maakt het wat gezelliger. In scholen die niet meer gebruikt worden hangt doorgaans een vreemde lucht, zo merkte ik al eerder. Zo ook hier. De prik-halers moesten keurig in gelid in een soort klasje zitten. Ondertussen kwam de prik-geefster langs met haar handeltje en fluks, het spul zat in in je arm. Even wachten en wat nooit gebeurde, ik werd zelfs heel gedienstig weer in mijn jas geholpen. De tweede prik was voor de griep en die vond plaats in het kerkelijk centrum in ons dorp. Ook daar zat de vaart er in. Kaart afgeven, arm ontbloten, spuit, jas aan, weg wezen! De derde en vierde prik heb ik zelf aangehaald. Het gaat hier om een injectie voor de gordelroos. Niet één prik, maar na een aantal weken een tweede. Wel zelf betalen en dat weerhoudt veel mensen want het is een sneu bedrag. Er zijn wel leukere dingen te bedenken voor het geld. En de vijfde prik kreeg ik afgelopen dagen. Wel weer in het vertrouwde kerkelijk centrum. Nu was het tegen een pneumococcen ontsteking. Ook daar weer, arm bloot, lopen maar, spuit er in en wegwezen. Op de terugweg bedacht ik: er zal bij de entstof maar een rare verontreiniging gezeten hebben. Dat heet menselijk falen. Alle prikhalers, daarbij merendeels AOW-ers, dood. Het scheelt de schatkist weer een paar flinke duiten. Gedachten fladderen overal naar toe want zo kwam ik uit bij Trump die in de eerste periode van de corona besmetting de Amerikanen wou inenten met bleekwater! Nog zie ik de artsen die bijna van de bank vielen van schrik toen ze de boodschap van de president aanhoorden. Waarom heb ik al die prikken toch genomen? Gewoon om van het getob af te zijn: wel nemen, niet nemen, wel nemen... Dat tobben vreet energie en die energie kan ik beter in iets anders stoppen. Door deze zienswijze voel ik me nu een wandelende gifbelt...