Overbrugd

Overbrugd
Posts tonen met het label Columns. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Columns. Alle posts tonen

maandag 14 september 2020

Vandaag, 29 graden, 1300 positief getesten en veel oplichterij te zien in het programma Radar. Erbarmelijke toestanden op Lesbos, en vreselijke beelden van de branden in west-Amerika. Dit is het nieuws op 14 september. En er is natuurlijk nog veel meer...

Gedichten halen je uit de werkelijkheid en doen je wegdromen. Kranten op vakantie in buitenland? Wij hebben ons altijd suf gezocht en waren een moment blij met de Telegraaf, maar die blijheid was na een paar minuten al weer weg. En waren we terug van vakantie, dan stortten we ons op de stapel oude kranten. Trouw, wat misten we je en wat waren we blij met het toch nog doorbladeren van de oude exemplaren. Daarom een leuke vondst in dit gedicht: schrijf zelf iets en lees het elkaar voor!! Nooit aan gedacht, maar iets om te onthouden.

Een plaatje was moeilijk te vinden. Tussen mijn vakantiefoto's van Krakau vond ik dit plaatje. Geen tijdschriften, wel tekeningen. Toch leuk om te bekijken...





**********************************************************************************


Wien Nederlands bloed

 

In het Liberia Verdera
is alles te koop.
Geen hoeden en petten en damescorsetten
maar wel de Observer, de Herald Tribune,
de Newsweek, L'Express, Le Monde, Der Spiegel,
en noem ze maar op, wat je wilt kun je krijgen,
maar wat de lage landen bij de zee
bijdragen blijft beperkt tot Onze Bladen,
die we wel kopen toch, al was het maar
om Ajax-Napoli.

Het enige verweer is dan maar zelf
zo lekker mogelijk te schrijven
en als dat lukt lezen we soms
elkaar ons hoofdartikel voor.

Elkaar kun je niet missen,
nog geen dag.

Alain Teister
Uit: Met mijn valies vol dromen...

dinsdag 8 september 2020

Vandaag is het zonloos, af en toe miezert het wat. Te weinig om het op de regenmeter af te kunnen lezen. We zijn weer begonnen met de yoga, de groepen zijn in tweeën verdeeld. Toch was het fijn om even weer die gewone dingen van vòòr de corona te doen. Wel omgeven door allerlei veiligheden. Het aantal positief geteste mensen stijgt, de ziekenhuis opnames blijven beperkt, en dat geldt ook voor de IC. Maar mensen worden langzamerhand wat moedeloos. Wachten op het vaccin, en dat kon wel eens sneller zijn dan we verwachten.

Onderstaand gedicht vond ik bij herlezen steeds mooier en sprekender. Ik kon me volledig vinden in de 'ik' in het gedicht. Hoewel hij bangig wuifde, niet rustig sliep, was er niets aan de hand. Misschien was de onbekende aan de overkant wel net zo bang, mogelijk nog banger...

Ik moet stoppen. Mijn tuinman komt om de grote hulstboom te snoeien. Ik heb nog een appeltje met hem te schillen...



**********************************************************************************

Big Bend

 

In de verste uithoek van Texas, de Big Bend,
stond ik dat najaar een dag of wat met mijn camper.
Geen hond. Soms zag ik een hert door de wilgen rennen.
Ik schilferde los als berken, mezelf ontwend.

In het drassige stuk achter de populieren
bouwden bevers in de Rio Grande een dam
dwars door recht en grens naar de Mexicaanse kant.
Je zag de tijd verglijden in de groene wieren.

Tegen de schemering stond aan de overkant
een magere man, de ogen onder zijn hand.
Ik wuifde, eenzaam en bang. Hij wuifde terug.

Ik vreesde die nacht een dolkstoot in mijn rug.
Maar niets. Hij was alleen maar het andere land.
En ik weer de vlezige heer uit Nederland.

Max Dendermonde
Uit: Met mijn valies vol dromen...

vrijdag 4 september 2020



Er is veel te doen over de coronaregels, vooral omdat de waakhond over alle regels, minister Ferd Grapperhaus zichzelf vrijheden toestond, waarmee anderen flink op de bon gaan. Het vuurtje is ondanks veel bluswater nog smeulend. We wachten af. Feit is dat de coronavirus nog steeds rondscharrelt. Het blijft oppassen, maar soms lijken we het wat kwijt te zijn. Maar dan toch een bericht in Trouw dat de burgemeester van Heerde, een dame en 50 jaar jong, aftreedt omdat ze nog steeds herstellend is van de coronavirus, die ze in maart opliep. In Heerde brak destijds een grote golf uit, die veel levens heeft gekost. En dat bewijst weer eens dat er niet mee te spotten valt en dat voor veel mensen de nasleep afschuwelijk is.


Het was nog een hele toer om dit gedicht over te nemen zoals het stond afgedrukt. Ik griezelde van alle wonderlijke grammaticale vrijheden, die Paaltjes zich permitteert! Elke zin begint met een hoofdletter bij de dichter, daar kom je gauw genoeg achter. Maar een rijtuig opgerukt?
Feit is dat de ik-figuur het zeer te pakken heeft. Tot over zijn oren verliefd bij het zien van deze blonde 'engel', die voorbij raast. En dat is niet alles. Het lijkt hem zalig om samen met Rika verpletterd te worden door dezelfde trein. Die laatste zin is ijzersterk en geeft het gedicht een komische wending.

Piet Paaltjes was het pseudoniem van Trançois Haverschmidt. Hij was dichter/dominee en leefde van 1835 tot 1894. En dat verklaart de wonderlijke grammatica.




*********************************************************************

 

Aan Rika

 

Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die den trein,
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg, om mij
Het eindloos levenspad met fletsen lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

Waarom ook hebt gij van dat blonde haar,
Daar de englen aan te kennen zijn? En dan,
Waarom blauwe ogen, wonderdiep en klaar?
Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!

En waarom mij dan zo voorbijgesneld,
En niet, als 't weerlicht, 't rijtuig opgerukt,
En om mijn hals uw armen vastgekneld,
En op mijn mond uw lippen vastgedrukt?

Gij vreesdet mooglijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder hels geratel en gestamp,
Met u verplet te worden door één trein?

Piet Paaltjes
Uit: Met mijn valies vol dromen...

donderdag 27 augustus 2020

Gisteren stormde het nog wat na, maar de voorgaande nacht was er toch veel kabaal van buiten. Bomen bogen, kreunden, zwiepten weer terug in hun oude stand. Nog even gewandeld en toch de plekken met zwaardere bomen vermeden. Nog niet zo lang geleden is er een plaatsgenoot in een naburige stad onder een vallende boom terecht gekomen; ze overleed.
Regen kwam er ook en bij al die hitte afgelopen weken, hebben we toch ook regelmatig buien gehad. Af en toe de planten besproeid, die er goed bijstaan. Er kwam de afgelopen dagen een hele plens, 23 mm wees de regenmeter en voor de komende dagen wordt ook het nodige water voorspeld.


De corona is nog springlevend. Teststraten raken langzamerhand overbelast, de laboratoria hebben niet genoeg mankracht om het materiaal na te kijken. En de najaarspiek moet nog komen...

Ach ja, Nijhoff die zo prachtig dicht dat hij naast zijn moeder ligt in het gras en in de wolken allerlei figuren ziet.
Af en toe volg ik ook het wolkenspel, soms zit er zoveel beweging in dat slechts een klein moment die bijzondere figuur te zien is, die je net ontdekte. Ooit had ik een buurmeisje die uitsluitend luchten fotografeerde. Keuze genoeg en dat maakte dat deze hobby maar even heeft geduurd.





**********************************************************************************

Wolken

 

Wat zeuren wij toch over wolkenvelden
zoals je die bij ons alleen maar ziet?
Ik kan de brave vaderlanders melden
dat ook Toscane zulke luchten biedt.

Ook daar zie je een koepel vol met watten
- nee, watten is te makkelijk gezegd -
een schaal met witten die niet zijn te vatten,
waar Titiaan zijn ziel in heeft gelegd.

Ze lijken weliswaar niet zo op eenden
of op een Scandinavisch schiereiland,
maar 'k denk dat menig moeder er om weende,
al had zij nimmer Nijhoff bij de hand.

Nico Scheepmaker
Uit: Met mijn valies vol dromen...

dinsdag 25 augustus 2020

De wintersport ken ik niet, een gebroken been ook niet, maar wel een gebroken arm. Dat was erg lastig. Het maakt een mens vindingrijk èn nederig! 'Welke kleur gips wil je', vroeg mijn baas uit de tijd dat ik op het secretariaat chirurgie werkte. 'Roze', zei ik. Maar toen het zuurstokroze gips tevoorschijn kwam, was ik afwerend. 'Geen gekheid', was het kordate antwoord, 'dit wilde je en dat krijg je.' Ondanks de kleur is de arm heel keurig genezen.

De hittegolf zit er op en ook dit jaar viel het niet mee. Daarbij kwam ook nog de lange tijdsduur. Dus weer een record! Het weer is  nu helemaal omgeslagen. Regenbuien, veel wind en een temperatuur die eindelijk weer het dekbed als behaaglijk doet voelen. Morgen komt er zelfs een zomerstorm aan.

Annie M.G. Schmidt was een geestig mens. Ik ben dol op haar gedichten. Juist in dat kleine weet ze de mens trefzeker te typeren. Wat heb ik niet genoten van de Jip en Janneke boeken. Schaterend las ik ze voor, liet mijn huishoudelijk werk er graag voor in de steek. Mijn kinderen zijn uitgevlogen, mijn kleinkinderen leven in een andere wereld van allerlei technische snufjes. En om nu mijn kat Abel te gaan voorlezen...


 

***********************************************************************

Wintersport

 

Gips wordt dit jaar veel gedragen mevrouw,
gips is de grote mode.
Dus koop ik maar een skibroek, dan gaan we weer gauw
naar Igis of Adelboden.
Het is toch zo zalig, dat glijden op ski's.
Men kan daar zo fijn in twee weken
met Karel en Dora en schoonzuster Mies
een stuk of wat dijbenen breken.
Dit zijn de belangrijkste modetips:
van boven bruin en van onder in het gips.


Thuis in ons land doen we nooit iets aan sport,
daar buigen we nimmer de knieën,
we zitten te breien in Alkmaar of Dordt.
Maar daarginds gaan we dadelijk skiën.
We strompelen moeizaam met latten an,
we staan in de sneeuw met zijn allen.
De skileraar is toch zo'n enige man,
hij leert je verrukkelijk vallen.
Totdat je daar eindelijk ligt op de bibs,
van boven bruin en van onder in het gips.


We staan op twee ski's en we zullen eens zien,
hoe ver we het kunnen brengen.
Maar de ene lat wil naar Engadin,
de andere lat wil naar Wengen.
Men wordt in de lengte doorgescheurd
en de latten die blijven maar glijden,
en dan, in een ogenblik, is het gebeurd,
men ligt op de oefenweide.
'En als je terugkomt, dan stáát het zo leuk:
twee ski's in de hand en een enkelbreuk.
En we roepen nog maanden in Alkmaar of Dordt:
O enig! O heerlijk! De wintersport!

Annie M.G. Schmidt
Uit: Met mijn valies vol dromen...
 





dinsdag 18 augustus 2020

Vanavond zal onze premier ons weer toespreken. Niet in kader van versoepeling van de regels, maar er worden nieuwe en strengere aanpassingen verwacht. De coronavirus wint terrein en dat was eigenlijk wel te verwachten vanwege de vakantie en het vele reizen.

Zojuist een heftige bui gehad. Blij mee, het voelt nu ook aangenamer aan. De hitte is weg, alhoewel het toch nog best warm is.

Bij het gedicht van Leendert Witvliet moest ik wel lachen, want het klopt aan alle kanten! Weer zie ik ons rijden op weg naar buitenlandse bestemmingen. Was het de eerste jaren vooral Duitsland, later werden het de Ardennen, Picardië, Normandië, de Bourgogne, de Dolemieten. Ook zijn we drie keer naar Zwitserland geweest op totaal verschillende plekken en de vakantie in Oostenrijk was vooral liefelijk. Met ons zessen in de auto, vier kinderen op de achterbank en het ging goed. Alleen... ja die sigaret van hun vader... Nu nog hoor ik daar stille verwijten over. Toen het was heel gewoon.

Zojuist een documentaire afgekeken over Magda Goebbels. Beklemmend, dat iemand zich zo liet meeslepen door het nazisme. Een mooie vrouw, een mooi gezin, maar toch allemaal de bunker in tijdens de laatste dagen van Berlijn. Ooit zag ik er een film over. Magda Goebbels die haar kinderen allemaal een gifcapsule in de mond stopt. Het is om misselijk van te worden...






**********************************************************************************

Met de auto

 

De motor raast, we glijden door het land,
een vrouw met rode schort
hangt wit wasgoed aan de lijn,
een meisje bij een hek streelt paarden,
een zwarte poes, net Lucifer, springt van een vensterbank.

Je wordt moe van niets, zo merk je,
en de sigaretten van je vader
ruik je achterin het meest.
Mag het raampje open?
Buiten zijn geel-groene weiden en ver weg een wit spits kerkje.

's Avonds, zoveel later, vallen de sterren op
vergeten dorpen en steden,
de meters bij het stuur zijn groen,
je moeder doet het binnenlampje aan
en zoekt naar pepermunt en drop.

Je kijkt naar de plaatsen, zonder namen
en je slaperige kop in de spiegels van de ramen.

Leendert Witvliet
Uit: Met mijn valies vol dromen...

woensdag 12 augustus 2020

Buiten is het 31 graden, in de kamer 27 graden, dus binnen blijven. Ik kreeg een bericht binnen van TV Oost: een grote brand in restaurant 'De Lichtmis', op de A28, afslag Nieuwleusen. Het is volgens mij vlak bij restaurant 'De Koperen Hoogte', de voormalige watertoren. Een ander bericht: Joe Biden heeft zijn running mate bekend gemaakt: het is Kamala Harris geworden, een 55 jarige dame met een Aziatische achtergrond. En dat is heel slim van Biden, het zal de Democraten oppeppen.

Vanmorgen een mooi gesprekje gevoerd met één van de medewerkers van de begraafplaats. Hij vertelde een paar bijzondere dingen, wees me op het graf van iemand die drie eeuwen meegemaakt heeft. Dat kan, als je als geboortejaar 1899 hebt en in 2002 overlijdt! Elk jaar worden er zo'n 40 graven geruimd. Het verbaasde mij, ik zie zelden een geel bordje. Maar we waren het roerend eens: kom je er nooit vanwege de afstand en betaal je wel grafrechten, laat dan iemand van de begraafplaats het graf van je dierbare bijhouden anders wordt het zo'n triest gezicht. Ooit hoorde ik een verhaal van een echtpaar dat al jaren met de buren in onmin leefde. De man ging dood en toen de echtgenote ook overleed was in haar laatste wil o.a. opgenomen: een ander graf, samen met mijn man! Ach, zeiden we beiden, moeten conflicten nog over de dood heen reiken? En ik merkte op: 'Hier, op een plek van vredige rust?' En daarmee was de tuinman het helemaal eens.


Hanny Machaelis werd in Amsterdam in 1922 geboren en overleed daar ook in 2007. Ze was van 1948 tot 1959 getrouwd met Gerard Reve. Haar werk is vooral sober en relativerend. Mogelijk ook dat de dood van haar Joodse ouders in de oorlog daar mee te maken had.  Na de oorlog werden haar dagboeken tijdens de oorlog bijgehouden postuur uitgegeven. Voor haar werk kreeg ze o.a. de Jan Campert-prijs en voor haar hele oeuvre de Anna Bijns prijs.

Een passend plaatje van Amsterdam heb ik niet, vandaar iets anders, het Rijksmuseum.






***********************************************************************************

Afscheid van Amsterdam


De trein stopt knarsend voor 't Centraal-Station,
Wij stappen uit - een prop schiet in mijn keel.
Goddank: ik word dus toch sentimenteel.
Discreet en tactvol sluiert zich de zon.

Nog eenmaal fladderen mij zware ogen
als  moede vogels in de avondwind
over het sierlijk stenen labyrinth
van gevels, kerktorens en koepelbogen,
zich kartelend in een bleke lucht
vol grijze, rafelige wolkenvegen.

Hoe lang zal ik dit alles niet meer zien?
Maar eens kom ik terug, misschien.
Misschien...

Terwijl ik de stationshal binennvlucht
valt er een druppel op mijn wang: het regent.

Hanny Michaelis
Uit: Met mijn valies vol dromen

donderdag 9 juli 2020

Vandaag is hier veel regen gevallen. Vanaf gisterenmorgen tot vanavond negen uur welgeteld 28mm en dat is best veel. Doorgaans kan ik er goed tegen, maar vandaag was het wat lastig. Vanmorgen heel, heel nat geregend en weer bijgekomen bij warme chocolademelk.
Overigens is het geen overbodige luxe, de natuur kan dit heel goed gebruiken en ik zie mijn tuin opfleuren. Het ziekenhuis voor deze regio meldde via de huisarts dat er al drie weken geen positieve corona tests zijn binnengekomen en dat geeft hoop. Maar o wee, straks komen ze terug, vakantiegangers overal vandaan, want wij Nederlanders zijn een 'reisgraag' volkje. Hoe zal dat dan aflopen?

Het is een beetje spannend in ons dorp: men heeft voor een uniek stukje grond de nieuwbouw van een kerk op het oog. En dat, terwijl zoveel ouderen op een seniorenwoning wachten. En gaan deze ouderen verkassen, dan komen er huizen vrij voor jonge gezinnen. Maar, ondanks de leegstand hier van meerdere kerken en het teruglopend kerkbezoek, heeft het kerkbestuur een jaar of tien geleden hiervoor groen licht gekregen en dus moet het gebeuren! Als die kerkelijke gemeente voor 1 oktober het geld niet op tafel heeft, gaat het feest niet door. En op dat laatste hopen heel veel mensen op deze goede woonplek.

Om het stukje toch een beetje luchtig te houden koos ik een gedicht van Annie M.G. Schmidt uit. Misschien kennen lezers dat gevoel. Je komt ergens een vertrek binnen en dan lijkt het net of de dingen daar samen in gesprek waren en plots ophouden. Vermoedelijk kende Annie dit gevoel ook. Ze verwoordt het heel grappig. Een foto van een ketel of een braadpan had ik niet, maar om deze dag toch een beetje plezierig te laten eindigen koos ik voor een smakelijke taart!!




***********************************************************************************

 Het fluitketeltje

 

Meneer is niet thuis en mevrouw is niet thuis
het keteltje staat op het kolenfornuis,
de hele familie is uit,
en het fluit en het fluit en het fluit: túúúút.

De pan met andijvie zegt: Foei, o foei!
Hou eindelijk op met dat nare geloei!
Wees eindelijk stil asjeblief,
je lijkt wel een locomotief.

De deftige braadpan met lapjes en zjuu
zegt: Goeie genade, wat krijgen we nu?
Je kunt niet meer sudderen hier,
ik sudder niet meer met plezier!

Het keteltje jammert: Ik hou niet meer op!
Het komt door m'n dop! Het komt door m'n dop!
Ik moet fluiten, zolang als ik kook
en ik kan het niet helpen ook!

Meneer en mevrouw zijn nog altijd niet thuis
en het keteltje staat op het kolenfornuis,
het fluit en het fluit en het fluit.
Wij houden het echt niet meer uit...

Annie M.G. Schmidt
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

woensdag 8 juli 2020

Vannacht zal ik goed slapen! Zorgenvrij! Want de nieuwste versie voor mijn blog miste een boel dingen. Iedereen heb ik gisteren suf gepraat over gemis van mijn Picasa bestand met de vele fotomappen. Daarmee was ik naar bed gegaan, maar om twee uur werd ik wakker: wat is er ook weer? Zou ik de 'help' knop durven indrukken en mijn vraag stellen? Ik hoorde de ongeziene techneuten aan de andere kant al zeggen: 'Maar mevrouwtje, dit is juist iets van deze tijd. En wie mee wil doen, moet meegroeien.' Er kwamen allerlei ergenissen boven, zo gaat dat in de nacht. Waren er onlangs ook weer geen dingen veranderd bij de banken, bij de computer, bij het inleveren van huisvuil, bij het.... Vul maar in.
Ik stond dus op met een zwaar gemoed, zo heet dat. Zeg maar gewoon: brommerig. Eerst maar eens naar de huisarts met de prangende vraag: kalk die wij ouderen slikken, kan dat geen kwaad voor de bloedvaten in de zin van verkalking? Mijn huisarts kent mij zo langzamerhand en vond de vraag heel terecht. Hij vertelde dat er in Amerika proeven waren gedaan met mensen een dosis kalk te geven acht maal zoveel als de normale dosering. En wat constateerde men? De slikkers kregen hartproblemen. Maar een kleinere hoeveelheid geeft beslist geen schade, bovendien is de aanwezige vitamine D3 heel belangrijk voor de opbouw van het skelet. Ik ging getroost naar huis.

Nogmaals gekeken op de nieuwste bloggerversie en wat zag ik, heel onopvallend ergens onderaan stond: 'Terug naar de oude versie.' Ik slaakte een kreet, vinkte het aan en zie: hier is mijn nieuwste stukje met een prachtig gedicht van Achterberg. Ooit heb ik dit vers, in een programma over Achterberg, voor de lokale omroep verwerkt. Bij aandachtig lezen komt ze in beeld: rood, bezweet, piekend haar, soppend en bukkend, bukkend en soppend, met een zeer lijf en misschien wel met een halflege maag.
De derde strofe is heel mooi gevonden, maar die uitleg ben ik al lang voorbij....
Een plaatje van een werkende vrouw met opgestroopte mouwen had ik helaas niet, maar voor haar een bloemenhulde en voor al die mensen in dezelfde omstandigheden!!





*******************************************************

Werkster

Zij kent de onderkant van kast en ledikant,
ruwhouten planken en vergeten kieren,
want zij behoort al kruipend tot de dieren,
die voortbewegen op hun voet en hand.

Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand,
om deze voor de voeten te versieren
van dichters, predikanten, kruidenieren,
want er is onderscheid van rang en stand.

God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden,
gaande de gouden straten naar Zijn troon,
al slaande met de stoffer op het blik.

Symbolen worden tot cymbalen in de
ure des doods - en zie, haar lot ten hoon,
zijn daar de dominee, de bakker en de frik.

Gerrit Achterberg
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

maandag 6 juli 2020

Trouw meldt als kop: 'Geef betere voorlichting over corona wereldwijd.' Daar ben ik het roerend mee eens. Het is een spagaat waarin we verkeren. Hier groeit het verzet tegen de maatregelen, overal zijn demonstraties, sommige lopen uit de hand, aanhoudingen. Vliegtuigen vol vakantiegangers vertrekken naar zonnige oorden. Met een mondkapje voor, broederlijk naast elkaar, de anderhalve meter is niet realiseerbaar. En straks komen ze terug, en dan... Ik denk aan de artsen, aan de verpleegkundigen en allen die bij de opvang van coronapatiënten betrokken zijn en voel hun denken: 'Niet weer hè?' En wat te denken van het geestelijk welzijn van deze helpenden op dit moment? Van de herbeleving en van de moeilijke beslissingen die ze moesten nemen? Hoe het nu pas gaat wringen.Voor veel mensen geldt: 'Wij hebben er genoeg van en het is allemaal zwaar overtrokken...'

En hier is dan eindelijk het gedicht waar de dichtbundel de naam van meekreeg: Domweg gelukkig in de Dapperstraat. En ik zie het voor me: het kind dat leeft in de grauwheid van een eenvoudige straat en zich overeind houdt met het weinige wat deze buurt te bieden heeft, dat zo positief om weet zetten: hij /zij is gewoon gelukkig. Gelukkig met kijken naar de grote wolkpartijen die voorbij het zolderraam drijven, de grauwe straten. En de natuur? Ach, dat zijn maar hele kleine stukjes, vaak niet groter dan een krant. De kern van dit gedicht ligt in die ene zin: Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Misschien een zin om ons eigen te maken. Dan zijn er nog genoeg zegeningen en wonderen te ontdekken...






***********************************************************************************

De Dapperstraat

 

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

J.C. Bloem
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

donderdag 18 juni 2020

Vanmorgen was ik voor het eerst weer even in de stad. Wat me opviel waren de vele plekken waar men kon zitten en wat kon eten of drinken. Wel op anderhalve meter afstand. Hier en daar zag ik mensen, ook weer ver uit elkaar, posten voor een winkel en zodra iemand het pand verliep ging de volgende naar binnen. De blauwe streep die de straat in links en rechts verdeeld, was nog maar slecht te zien. Ook in de winkels viel me op dat er toch flink op ingespeeld wordt, je voelt de zorg. De getallen laten een lichte stijging zien. En dan moet de vakantie nog op gang komen. Verontrustend is de achterstand die middelbare scholieren oplopen. Mij trof een voorbeeld in de krant: vader, moeder, drie andere kinderen verlaten 's morgens het huis, op weg naar school of werk, en het oudste kind blijft alleen achter. Hij moet on-line de lessen volgen. En de vooruitzichten voor het begin van het nieuwe schooljaar maken niet blij...

In Peking is de haard gevonden van een nieuwe uitbraak. Knap! Maar nu het vervolg. Waar zoveel mensen, op een drukke markt hun boodschappen deden en daarna naar alle richtingen uitzwermden, vind die maar eens! Hopelijk laten zij zich testen vanuit gedeelde aanpak van deze vreselijke virus.

Onderstaand gedicht van Vasalis trof me vanuit de breekbaarheid van een mens en bij de gewaarwording van het badwater een zichtbare ontspanning zijn hele wezen doet veranderen. En is het baden voorbij, dan stribbelt hij tegen. Niet met woorden, maar met zijn broze lijf. Achter Vasalis gaat Margaretha Drooglever Fortuyn - Leenmans schuil ( 1909 - 1998). Ze was een studiegenoot van Prinses Juliana en samen herschreven ze het sprookje Blauwbaard. Daarin speelde Drooglever Blauwbaard en Juliana haar echtgenote. Na haar studie medicijnen werd ze arts in Amsterdam. Weer later werkte ze als kinderpsychiater in Groningen. Haar poëzie is zeer geliefd, ze won verschillende prijzen.
 



**********************************************************************************

De idioot in het bad

 

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
haast dravend en vaak hakend in de mat,
lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
gaat elke week de idioot in bad.

De damp, die van het warme water slaat
maakt hem geruster: witte stoom...
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
en om zijn mond gloort langzaamaan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit 't bad gehaald wordt,
en stevig met een handdoek drooggewreven
en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
en wreed gescheiden van het veilig water-leven,
en elke week is hem het lot beschoren
opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

M. Vasalis
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

dinsdag 2 juni 2020

De Pinksterdagen liggen achter ons en gisteren begon de versoepeling van de coronaregels. En al hield iedereen zijn hart vast, het ging heel goed. De horeca, de musea, de bioscopen, grote tevredenheid.  Ook tevredenheid bij de spoorwegen: iedereen droeg een mondkapje. Helaas vond op op de Dam in Amsterdam op tweede Pinksterdag een betoging plaats (5000 personen) vanwege een afschuwelijke gebeurtenis in Minneapolis. Daar hield een blanke agent een donkere man zegevierend in  bedwang; de man stikte uiteindelijk. De Kamer is verbijsterd over dit gebeuren en burgemeester Halsema,  was zelf ook aanwezig, moet zich nu verantwoorden.
In Amerika is het geweld al eerder losgebarsten, in Europa vinden in allerlei steden demonstraties plaats. Met het oog op coronavirus zijn grote groepen mensen zeer gevaarlijk, ook al dragen ze veelal mondkapjes. Er komen nog meer demonstraties...

Onderstaand gedicht heb ik altijd prachtig gevonden. Er zit vaart in, je voelt de wind, je ziet een prachtige vrouw, je hoort haar zingen...


Hendrik Marsman (1899 - 1940) is vooral bekend geworden door zijn gedicht 'Denkend aan Holland'. Hij begon zijn werkzame leven als advocaat, maar had het gauw gezien. Het dichterschap, daarin kon hij zich vinden. Hij had geen sterke gezondheid, was bovendien vaak depressief. Na zo'n periode schreef hij zich leeg aan een veelvoud van gedichten. Veel relaties, onder andere ook met de bekende kunstenares Charley Toorop. Uiteindelijk trouwde hij met de moederlijke Rien Barendregt. Het paar vertoefde vaak in Zuid-Europa. Toen de oorlog uitbrak wilden ze de oversteek maken naar Engeland met hun boor de 'Bérnice'. Ze verongelukten. Nooit duidelijk is het geworden of het een Duitse torpedojager is geweest of een ontploffing in de machinekamer op hun eigen boot. Rien overleefde het ongeluk, maar was zwaargewond. Na de oorlog kwam ze in contact met koningin Wilhelmina. De dames verstonden elkaar goed en er ontstond een mooie vriendschap. In 1953 overleed ook zij.



**********************************************************************************

'Paradise regained'

 

De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van den morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.

zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van 't water,
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgeloos zingt langs het eeuwige water

een held're verruk'lijk-meeslepende wijs:

'het schip van den wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen -
wij gaan terug naar 't Paradijs'.

H. Marsman
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat





woensdag 20 mei 2020

Ja toch, de coronaregels zijn iets versoepeld. We bewegen ons iets gemakkelijker, maar het blijft oppassen. Handen wassen, handen wassen, tot de vellen er bij hangen. Vanmorgen mondkapjes gekocht. Hooguit twee pakjes per persoon. Aan één pak heb ik genoeg. Zo te zien wordt hier flink aan verdiend. Vanmorgen een wesp in de kamer. Het gevaarlijke insect vloog al zoemend rond en Abel kreeg interesse. Ik zag een dierenarts in het verschiet, dus met de nieuwe krant geslagen en geslagen. De wesp gaf geen krimp en vloog rond totdat het beest door het open raam verdween.
Opnieuw een gedicht van Adama van Scheltema. Bij aandachtig lezen hoor je de regen vallen. Niets werkt zo rustgevend als regen. Ik kan enorm genieten van een bui, dan sta ik voor het raam en denk: 'Goed zo, lekker regen!' Ook donkere luchten werken kalmerend. Gewoon ondergaan.
Naast me op tafel ligt een legpuzzel van 1000 stukjes van Marius van Dokkum. Ooit bezocht ik het sfeervolle museum van hem in Harderwijk. Ik werp me nu op de fietsende dame in het rood, die woest de bocht neemt met uitgestoken arm, nagestaard door twee op een bankje rustende heren. Een moeilijke puzzel omdat de stukjes heel goed in elkaar passen, maar volgens het plaatje niet op de juist plek liggen. Heb nog wel even de tijd: de coronavirus is nog niet verbannen...




**********************************************************************************

Kindergedachten

 

Het regent - o wat regent het!
Ik hoor het uit mijn warme bed,
Ik hoor den regen zingen,-
Het regent, regent dat het giet -
Dat niemand daar nou iets van ziet,
Van al die donkre dingen!

Het ruist en regent en het spat -
Nou worden alle bomen nat
En plast het in de sloten,-
Het regent óver - óveral -!
O hé! - daar loopt het zeker al
Bij straaltjes uit de goten!

Wat is dat gek en leuk geluid!
Wat is dat lekker om dat uit
Je donker bed te horen: -
't Is of de regen samen praat,
Of dat een kerel buiten staat
Te fluistren aan je oren.

Nou druipt het in dat open gras -
Nou zal er wel een grote plas
Op alle wegen komen. -
Nou lopen nergens mensen meer -
Verbeel je eens in zo een weer -!
Daar wou ik wel van dromen.

En vroeg, morge' in den zonneschijn,
Als dan de blaadjes zilver zijn,
Met droppeltjes bepereld -
Dan doe ik toch mijn eigen zin: -
Dan loop ik héél - en héél ver in
Die schoongeworden wereld!

C.S. Adama van Scheltema
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

woensdag 13 mei 2020

Opnieuw een koude dag. Vanmorgen viel er 3mm regen. En dat zette geen zoden aan de dijk. Bovendien wordt er gewaarschuwd voor vorst bij de grond. Meestal geldt dat tot half mei, dus het kan nog net. Er is opnieuw gezocht naar de vijfde surfer in de haven, maar verder zoeken op zee is te gevaarlijk. Een ingewikkeld natuurverschijnsel dat heeft te maken met de algen en de wind uit de verkeerde hoek. 'Cappuccino coast' heet dit in de maritieme wereld. Vermoedelijk zijn de surfers gestikt in die meter hoge schuimrand. Op een plek iets verder was er geen gevaar; de surfers gingen gewoon door. Mogelijk hadden ze niets gemerkt?

Vanmiddag in de tuin gewerkt. Waar komt dat onkruid toch vandaan? Vooral dat hele kleine gele bloemetje, dat niet uit te roeien is. Soms denk ik: vooruit groei en bloei maar raak... Komende winter is het lekker weer voorbij. Dan ben ik weer de baas!

Grappig vond ik onderstaand gedicht, ondanks de verouderde spelling en de rare plaatsing van leestekens. In de bundel werd uitleg gegeven over 'De Schoolmeester'. Eind 1850 onder het pseudoniem 'Een schoolmeester' gepubliceerd in Holland, Almanak voor 1851, in 1859 gebundeld in 'De Gedichten van den Schoolmeester'.  In het gedicht wordt gesproken over leeuwen van goud of van hout. Welnu, onderstaande leeuwen zijn van zand. Ik fotografeerde ze op het zandsculpturenfestival in Elburg.







***********************************************************************************

De leeuw

 

Een leeuw is eigenlijk iemand,
Die bang is voor niemand.
Zijne ogen en zijn neus
Zijn groter dan die van een reus,
En zijn muil
Is een ware moordkuil;
Met zijn klauw
Is een leeuw geweldig gauw;
Met zijn staart
Gooit hij een schutter van zijn paard;
En met zijn tanden
Durft hij de hele schutterij wel aanranden.
Enfin, hij is altijd het verscheurendste beest
Onder de dieren geweest.
Onlangs heeft hij immers in Londen
Nog een juffrouw verslonden;
Doch, nu ik mij bezin,
Was hij het niet: het was de leeuwin.

De leeuw wordt viervoetig geboren:
Twee van achteren en twee van voren;
Of, volgens anderen, twee aan zijn rechterhand,
En de twee anderen aan dezen kant.

De leeuw zijn gemalin
Is mevrouw de leeuwin,
En de jongelui, zolang zij zich met de borst behelpen,
Noemt men gewoonlijk: welpen.

Gouden leeuwen en leeuwen van hout,
Mitsgaders de Hollandse, worden heel oud;
Men ziet ze nog wel op uithangborden en schilden,
Doch zeldzaam in 't woud.

Komt er ooit een waren leeuw rechtstreeks op u aan,
Dan is 't beste om maar regelrecht uit den weg te gaan;
Doch niet als hij opgezet of dood is;
Daar in dat geval volstrekt geen nood is.

De Schoolmeester
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

dinsdag 12 mei 2020

Vandaag. Koud! De buitenthermometer wijst 9 graden aan, in de schaduw. Er staat een straffe wind. De zon doet haar best om alles nog wat op te warmen en achter het glas lijkt het heel wat...
Vanmorgen wat moedeloos de krant weggelegd: corona, corona, corona. En de berichten stemmen niet vrolijk. Kinderen ervaren dat anders. Gisteren zijn de basisscholen voor een 50% bezetting weer open gegaan. Kinderen heel blij, de juffen en meesters lijken ook blij. Ik passeerde vanmorgen twee scholen. Al van ver klonk het geluid van opgewonden kinderen.
Gisterenavond kwam er een bericht voor het journaal: drie surfers gered uit de zee ter hoogte van Scheveningen. Bij twee lukte de reanimatie poging niet meer, de derde kon nog net antwoord geven op de vraag met hoeveel ze waren: zes. Daarna is hij naar het ziekenhuis vervoerd. Vanmorgen meldde het journaal dat er inmiddels nog twee personen zijn gevonden en dat er nog naar één surfer werd gezocht. Het klopte dus: 5 personen, midden in hun spel met de woeste zee, gegrepen. Ik denk aan al die verslagen families...

Het onderstaande gedichtje kan ook gezongen worden. Dat herinner ik me van de kleuterschool. De zin tussen haakjes verviel dan, de laatste regel werd twee keer gezongen. Van het liedje werd ik niet vrolijk, terwijl het toch met één karretje goed is afgelopen. Maar juist, die andere kar. Ik zag een donkere weg, ik zag een voerman die nog half op de kar hing, ik zag een paard, in het tuig neergezakt! En vooral het dode paard maakte me verdrietig. De voerman vond ik stom: wie zakt er nu in slaap op een schommelende kar?


 






************************************************************************************

 

Twee voerlui

 

Een karretje op een Zandweg reed;
De maan scheen helder, de weg was breed,
Het paardje liep met lusten;
('k Wed, dat het zelf zijn weg wel vindt:)
De voerman lei te rusten...
Ik wens je wèl thuis, me-vrind!

Een karretje reed langs Berg en Dal;
De nacht was donker, de weg was smal;
Het paard liep als met vleugels;
(De sneeuwjacht zweept zijn ogen blind:)
De voerman houdt de teugels...
Ik wens je wèl thuis, me-vrind!

Eén karretje keert behouden weer;
Het ander heeft geen voerman meer;-
Waar mag hij zijn gebleven?
'k Wed - dat je ém op den zandweg vindt,
Of mooglijk wel daarnéven...
Hij komt niet meer thuis, die vrind!

Dr. J.P. Heije
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

vrijdag 8 mei 2020

De coronaregels zijn versoepeld en niemand begrijpt er meer wat van. Ben ik er blij mee? Nee, ik denk dat ze nog even hadden moeten wachten, zodat de kans op succes groter is. Bovendien zou dan ook meer mogelijk kunnen zijn. Maar wie ben ik? Begrip voor dat onze premier het gevoel heeft dat de Nederlanders in zijn hek hijgen. Een lastige keuze, eigenlijk een duivels dilemma.
Vanmorgen gewandeld naar de apotheek. Ik kwam voorbij mijn tandarts. In de tuin stond een grote partytent, waar men plaats kan nemen, nadat men zich aan de voordeur heeft gemeld. Grappig dat bij mooi weer er bankjes klaar staan en zo zag ik een aantal patiënten stijfjes en op afstand zitten, wachtend op hun beurt.

Bij de apotheek ging het weer anders, hoewel het daar ook om de coronavirus draaide. Het busje voor herhaalrecepten was dichtgeplakt. Dan maar even binnen vragen wat de bedoeling is. Een vriendelijke juf stond me te woord. Voortaan online bestellen of bellen en dan keuzenummer 2 gebruiken. Overigens was ze zo welwillend dat ik mijn recepten voor het plexiglas mocht houden en zij noteerde waar het om ging. En zo bepaalt die vreselijke virus de richtlijnen in de samenleving langzamerhand. Wat zal het volgende wezen?

Notitie van Willem Wilmink:
De gezusters Rosalie en Verginie Loveling gaven samen een bundel gedichten uit (eerste druk 1870) met typische Biedermeider-poëzie, waar ik diep in mijn hart altijd van gehouden heb. Van Rosalie werd 'Het geschenk' heel bekend, over een grootvader die zijn kleinzoontje alvast zijn horloge geeft. Maar het kind sterft eerder dan hij.
Het gedicht van Verginie doet denken aan een anekdote, toegeschreven aan Paul Abraham, componist van operettes als Viktoria und ihr Husar en Die Blume von Hawaii. Hij had als jood naar Amerika moeten vluchten en toen ze hem daar vroegen: 'Are you happy here, mister Abraham?'was het antwoord: 'Yes, I'm happy here; aber niet glücklich.'

 





 

 

 

 




 

 

Het buitenmeisje



Zij vroegen of ze tevreden was,
In de stad tevreden en daar.
Het jonge meisje knikte ja,
Zij waren zo goed voor haar!

Zij knikte ja, zij zweeg en ging
In de kelderkeuken staan,
En zag omhoog door 't vensterraam,
Op straat de voeten gaan.

Toen dacht zij aan het groene veld,
En aan haar ouders hut:
Daarover waait hoog de populier,
En de vlierboom staat aan den put.

Het geitjen op 't grasplein, ginds verre de kerk,
En de lucht oneindig blauw, -
Haar moeder haspelt aan 't open raam,
En haar vader zit op 't getouw.

De wiedsters in 't veld en de leeuwrik omhoog,
- O lag zij bij hen in 't vlas!
En zat zij te peinzen, toen vroegen zij haar,
Of zij tevreden was.

Zij waren zo goed en zo vriendlijk voor haar.
Zij kon niet zeggen: 'Neen'.
Maar 's avonds als zij slapen ging,
Toen weende zij alleen.

Verginie Loveling
Uit: Willem Wilmink - Kinderen
 











woensdag 6 mei 2020

De day after: de herdenkingen zijn voorbij, de vlaggen opgeborgen. Misschien ooit tevoorschijn halen als de coronavirus de strijd tegen ons mensen heeft verloren?  Het weer is wat zachter geworden en op straat leek het vanmorgen wat drukker, maar toch nog ongewoon rustig.
Mij speelt nog steeds de toespraak van onze koning door het hoofd. Prachtig en doordacht. En vooral eerlijk, zoals hij liet doorschemeren het gedrag van zijn overgrootmoeder koningin Wilhelmina tijdens de oorlog waar het de joden betrof, niet te hebben begrepen. Daar altijd nog mee te worstelen.
Deze zin heeft de Joodse bevolking heel goed gedaan, al blijft het een rauwe plek, die steeds rauwer lijkt te worden...
 
Martinus Nijhoff ontdekte ik op de middelbare school. En ik was meteen verkocht. Alles wat ik zocht, zat er in. En toen ik later programma's maakte voor de plaatselijke omroep en de vrijheid kreeg zelf iets te bedenken, wist ik het meteen. Poëzie. Zo ontstond  'Rond dichters en gedichten.' Als eerste koos ik Willem de Mérode, maar de tweede dichter was Martinus Nijhoff. Toen ik zijn biografie doorspitte ging ik nog meer van zijn poëzie houden. Een doorleefd leven, maar is dat niet met de meeste dichters zo? Is dat niet de basis om diep doorleefde poëzie te schrijven?
Zijn eerst huwelijk strandde. Netty Wind en hij konden niet met elkaar en ook niet zonder elkaar. Zo sleepte zich de verbintenis in alle treurigheid voort tot ze scheidden. Hun zoon en enig kind Faan is daar openhartig over geweest. Later leerde hij de actrice Georgette Hagedoorn kennen en trouwde met haar. Hij veranderde als een blad aan de boom: fluwelen huisjasjes en pantoffels. Ook daar heeft Faan over geschreven.


Notitie van Willem Wilmink:
Dit is een eenvoudig en vanzelfsprekend gedicht. Maar kijk nu eens naar de tweede strofe zoals die oorspronkelijk luidde:
Kleine jongen in mijn nacht-goed,
Zat ik loom op uwen schoot,
Wijl ge uw veilige armen zacht, goed
Om me henen sloot.

Eenvoud  moet veroverd worden...





***********************************************************************************

Herinnering

Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tezaam
Iedren nacht een liedje, moeder
Zongen voor het raam?

Moe gespeeld en moe gesprongen,
Zat ik op uw schoot, en dacht,
In mijn nacht-goed kleine jongen,
Aan 't geheim der nacht.

Want als wij dan gingen zingen
't Oude, altijd-eendre lied,
Hoe God alle, alle dingen,
Die wij doen, beziet.

Hoe zijn eeuw'ge groote wond'ren
Steeds beschermend om ons zijn.
- Nimmer zong je, moeder, zonder 'n
Beven dat refrein -

Dan zag ik de sterren flonk'ren
En de maan door wolken gaan,
d'Ouden nacht met wijze, donk're
Oogen voor me staan

Martinus Nijhoff
Uit: Willem Wilmink - Kinderen

zondag 3 mei 2020

Lezers die uit een groter gezin komen en een midden positie hebben, zullen dit zeker herkennen. Is er een karweitje te doen, dan hoort het kind opeens tot de ouderen! Maar moeten de jongsten van de vloer en vroeg naar bed, dan hoort het kind daar weer bij. En zo zit je altijd in de verlieshoek...
Overigens, dit is een verzamelbundel bijeengebracht door Willem Wilmink. Als de coronavirus verleden tijd is ga ik naar de bibibliotheek en hoop daar een gedichtenbundel te vinden van Wilmink zelf... Ik kijk er naar uit.


Notitie van Willem Wilmink:
Terwijl ik schreef voor 'de Stratemakeropzee Show' leidde ik op de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam een werkgroep voor kinderliteratuur. Op een dag kwam één van de studenten trots en blij met een gedicht aanzetten dat in verkorte vorm zo in dat televisie programma gepast had, waar we immers op uit waren de kinderen een hart onder de riem te steken alleen al uit de gedachte 'k ben de enige niet die daaronder lijdt'. We meenden een dichter herontdekt te hebben en ik las de vele bundeltjes door die de Universiteit van Amsterdam van N.A. van Charante bleek te bezitten. Maar ik trof er geen tweede gedicht aan dat zo dicht bij kinderen staat als dit.


 

***********************************************************************

 

Was ik maar wat kleiner

 

Altijd langer, groter worden!
Nooit is mij mijn broek van pas.
Kwam er maar een eind aan 't groeien!
'k Wou. dat ik wat kleiner was!

'k Heb er in de school zo'n last van:
't Is: 'wel, weet je dat nog niet? -
Al zo groot en nog niet wijzer!'
Is ook daar het oude lied.

Onlangs hadden wij vakantie,
En papa moest juist op reis;
Graag had hij mij meegenomen;
Maar het liep te duur in prijs.

Willem van hier naast is ouder,
't Scheelt voor 't minst een maand of acht,
Maar betaalt, omdat hij klein is,
Op de stoomboot halve vracht. -

'k Moest - ik dacht: 'een prettig daagje!'-
Laatst bij tante Saar op thee;
Maar wat liep het akelig tegen,
't Viel mij in 't geheel niet mee.

'Mocht er bij de heren zitten,
'k Maakte daar zo'n mal figuur,
'k Liep er, als een boodschapsjongen,
Met een pijp, tabak en vuur.

't Is plezierig!', sprak mijn tante,
't Geeft gemak in 't huisgezin,
Als de kinders groter worden!'-
'k Vond er niets plezierigs in.

'Een sigaartje? ....Tante zag het,
Hoe ik er naar grijpen dorst.
Aanstonds kwam de contra orde:
't Is nadelig voor de borst!'

'Dertien jaren?' hoorde ik zeggen,
'Hoe! nog dertien jaren pas!'...
'k Werd door iedereen bekeken,
Of ik een giraffe was.

En het trommeltje met lekkers
Ging slechts bij de dames rond.
'k Was te groot voor bitterkoekjes,
't Zoet was schaadlijk voor mijn mond.

'k Mocht mij zelfs niet vrij bewegen,
Of het was: 'zit niet zo schuin!'
Was ik maar bij Piet en Willem,
En bij Gerrit in de tuin!

Maar dan zou het ook weer wezen:
'Lummel waar kom jij vandaan? -
Ooievaar op lange poten!
Wil je op onze stelten staan!'

'k Word door ieder uitgelachern,
Waar ik ook mijn benen zet.
'k Ben te klein voor tafellaken,
En te groot voor een servet.

N.A. van Charante
Uit: Willem Wilmink - Kinderen



vrijdag 1 mei 2020

Een koude dag, flinke buien. Op de regenmeter zag ik dat het 8 mm geregend had. ''Niet genoeg kreunden mijn planten.'  'Hoera riep het onkruid',  'we kunnen weer even !'
Het onderstaande gedicht bracht mij weer terug in het verleden:

We hadden parkieten, twee Engelse parkieten. Ze zijn groter dan de gewone parkiet. Verspreiden ook meer stof en produceren net wat meer poep dan de kleine soort. Ik maakte de kooi schoon. Op een gegeven moment werd ik hoesterig, kwam adem te kort. Ging naar de huisarts, die iets voorschreef wat absoluut niet hielp. Ik was benauwd en had een verlangen naar helder vriezend weer of frisse berglucht. Het liep heel anders. Ik werd zieker en zieker, kon nauwelijks zinnen achter elkaar zeggen, hapte voortdurend naar lucht. Kon mijn tas niet meer dragen en had geen adem genoeg om overeind te komen. De longarts keek zorgelijk, sprak veel onderzoeken af, waaronder een bronchoscopie. Die ging mis en ik kreeg die middag een klaplong en arriveerde met gillende sirene in het ziekenhuis. Acht dagen aan de zuurstof, een paar dagen om bij te komen. De boosdoeners waren de parkieten. Ik had een parkietenallergie, vrij zeldzaam. En de parkieten? Ze moesten subiet weg...


Notitie van Willem Wilmink:
De dichter heeft om te genezen van TBC in Davos gekuurd en veel van zijn gedichten hebben betrekking op die ziekte en dat verblijf.






***********************************************************************************

De vader en het kind

 

Zij zijn deze morgen uitgegaan, voor het eerst,
de vader en het kind.
Maandenlang heeft hem de twijfel beheerst
of hij het wint.
of hij beter zal worden.
Anderen zag hij langzamerhand
moe en hoestend verworden.
Het kind rukt spelende aan zijn hand.
Hij denkt aan zijn zieke longen,
aan de fonk'lende sneeuw, aan de zon.
Zijn benen wegen als lood.
Wandelend denkt hij aan de dood.
En de stem van zijn kleine jongen
Heeft hem zó juichende: vader gezongen,
dat hij snel de ogen sloot.

Anthonie Donker
Uit: Willem Wilmink - Kinderen
 

donderdag 30 april 2020

Even zet de zon de tuin in gouden licht. Het groen lijkt jonger dan ooit, een kleine rimpeling in de sloot, waarin het blauw van de licht zich spiegelt. Twee mussen spelen hun spel en pikken de schijnbaar levenloze graszaden. Een coronavrije tuin...
Trouw schrijft: 'Als verpleeghuizen eerder beschermende middelen hadden ontvangen, zouden er levens zijn gespaard.' Maar er is ook positief nieuws: 'Brits vaccin boekt hoopgevend succes.'

Onderstaand gedicht is naamloos. Hoe vaker ik het las, hoe mooier ik het begon te vinden. Leuke vondsten zijn er ook: 'driehoekjes' staan voor piramiden. En bij het helgeel voelde ik hitte.

Notitie van Willem Wilmink
De dichter van dit sonnet was een man van grote geleerdheid, die zich als filosoof onder meer een naam had verworven door zijn bestrijding  van de geduchte professor Bolland. Maar de filosofie kan de tweespalt niet opheffen die hij als kind niet en later steeds erger gevoeld had. Een brahmanistische levensbeschouwing bleek daar wél toe in staat en die bracht hem in de laatste periode van zijn leven tot het schrijven van poëzie. En de poëzie brengt hem naar een mystiek gevoel van eenheid terug, dat hij als kind al had.





***********************************************************************************


Hij ziet zijn leven, eindloze woestijn,
en denkt aan prenten uit zijn kindertijd:
helgeel is 't zand, en alles leeg en wijd,
driehoekjes staan op de achtergrond, heel klein;

hij weet met trots, dat 't piramiden zijn -
In schaduwkoelte van vergetelheid
had hij zo graag zijn moeheid neergevlijd,
niet meer gesard door verre illusieschijn.

Hij denkt: Dat was ik zelf; nu ben 'k grijs.
En 'k had mijn tuintje toch in vaders tuin,

voor bitterkers in 't voorjaar en radijs,
en dan violen, donkerpaars en bruin;

die vond ik 't mooist. En gele, - En de ene hand
wrijft weg van de andre een droog gevoel van zand.

J.A. dèr Mouw
Uit: Willem Wilmink - Kinderen