In Peking is de haard gevonden van een nieuwe uitbraak. Knap! Maar nu het vervolg. Waar zoveel mensen, op een drukke markt hun boodschappen deden en daarna naar alle richtingen uitzwermden, vind die maar eens! Hopelijk laten zij zich testen vanuit gedeelde aanpak van deze vreselijke virus.
Onderstaand gedicht van Vasalis trof me vanuit de breekbaarheid van een mens en bij de gewaarwording van het badwater een zichtbare ontspanning zijn hele wezen doet veranderen. En is het baden voorbij, dan stribbelt hij tegen. Niet met woorden, maar met zijn broze lijf. Achter Vasalis gaat Margaretha Drooglever Fortuyn - Leenmans schuil ( 1909 - 1998). Ze was een studiegenoot van Prinses Juliana en samen herschreven ze het sprookje Blauwbaard. Daarin speelde Drooglever Blauwbaard en Juliana haar echtgenote. Na haar studie medicijnen werd ze arts in Amsterdam. Weer later werkte ze als kinderpsychiater in Groningen. Haar poëzie is zeer geliefd, ze won verschillende prijzen.
**********************************************************************************
De idioot in het bad
Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
haast dravend en vaak hakend in de mat,
lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
gaat elke week de idioot in bad.
De damp, die van het warme water slaat
maakt hem geruster: witte stoom...
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.
De zuster laat hem in het water glijden,
hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
en om zijn mond gloort langzaamaan een groot verblijden.
Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
komen als berkenstammen door het groen opdoemen.
Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.
En elke keer, dat hij uit 't bad gehaald wordt,
en stevig met een handdoek drooggewreven
en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.
En elke week wordt hij opnieuw geboren
en wreed gescheiden van het veilig water-leven,
en elke week is hem het lot beschoren
opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.
M. Vasalis
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat