Overbrugd

Overbrugd
Posts tonen met het label kaftverhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kaftverhaal. Alle posts tonen

woensdag 8 juli 2015


Stilte… Wat is stilte? Vang de betekenis van dat woord maar eens in een enkel woord. Stilte kan benauwend zijn, stilte kan ook bevrijdend zijn. In onderstaande tekst gaat pastor Marinus van den Berg uitgebreid in op ‘stilte’. Hij noemt de plekken waar stilte centraal staat, waar stilte kan worden geleerd, waar men tenslotte met stilte vertrouwd kan raken.

Van den Berg noemt ook de opdringerigheid van het buitengebeuren waar het om lawaai gaat. Voorbeelden zijn er te over: denk alleen maar aan de wachtpauzes tijdens een telefoongesprek waar de stilte wordt verjaagd door harde eigentijdse muziek.

 
De vakantieperiode is heilzaam voor velen. Juist in die periode lijken prikkels zich terug te trekken en stilte schoorvoetend te naderen. Door ontvankelijk te zijn kan de ontmoeting met stilte op de meest uiteenlopende plekken bij de mens binnenkomen. Door te dwalen in een ‘luisterend’ stuk bos, door te wandelen door de duinen of langs een rustig stuk strand, door te luisteren naar vogelgeluiden in de vallende avond.
 

Stilte. Wie deze bescheiden gast welkom heet zal de verstilling als een geschenk ervaren…
 

Stilte buiten en in jezelf

Is er nog wel tijd voor stilte? Waar is er nog stilte? Heb je wel iets aan stilte?
Er zijn mensen die dagelijks lijden aan een overdosis lawaai. Ze verlangen heftig naar stilte. 
Voor stilte lijkt een markt gekomen. Stiltegebieden zijn in opkomst. Abdijen en kloosters kennen wachtlijsten. Je kunt naar een stilteweek gaan. Wanneer je er van terugkeert, bestaat het gevaar dat je ziek wordt als je te snel weer deelneemt aan het leven vol prikkels en verplichtingen. Want overal is ongevraagd muziek. In Münster en Osnabrück trof het me dat de winkelstraten niet vervuild worden door muziek, zoals elders wel gebeurt. In een hotel of logies klinkt muziek op de achtergrond, zonder dat de gasten er om vragen. Niemand protesteert.
Muziek in gemeenschappelijke ruimtes is een gevoelig punt. Je vraagt je af wie er de macht heeft: wie bepaalt de keuze, en durft iemand daar iets van te zeggen? Zelfs de vraag of de muziek wat zachter kan, kan al veel teweegbrengen. Buren die geluidsoverlast veroorzaken – wie spreekt ze aan en hoe? Bel je de politie? Of gedoog je het maar omwille van de lieve vrede? Durf je grenzen aan te geven? Stilte vraagt soms om afspraken.

In abdijen kent men het grote silentium, de grote stilte, die van de avond duurt tot in de ochtend. In steeds meer treinen zijn stiltecoupés gekomen. Het is in drie talen aangegeven. Ze hebben mijn voorkeur als ik reis. Soms maak ik luid bellende medereizigers attent op dit rijdende stiltegebied. ‘U zit in een stiltecoupé’, zeg ik dan. Ik probeer het op een rustige toon te doen, meer informerend dan berispend. Dat lukt me beter als ik nog niet zo geërgerd ben. Als ik moe ben, lukt me dat minder; dan verdraag ik ook dat harde praten en bellen slecht.

Ik kan een hele litanie houden over verlies van stilte, maar ze zal me weinig helpen. Stilte begint in mezelf. Stilte geeft me ruimte en kracht. Ik oefen elke dag in stil-zijn, wat mijn dagen intenser maakt. Ik neem bewust minder prikkels tot me en ga er beter van horen en meer doen zien.

Uit: Bruggen naar morgen.

dinsdag 9 juni 2015


Onderstaande tekst kwam ik tegen in ‘De Brug’, het contactorgaan van de protestantse gemeente van Vries, een typisch Drents brinkdorp in de nabijheid van Assen.
Het is een gedicht van priester Jan van Opbergen. In haast tere woorden neemt hij ons mee naar de wereld van het kind dat na het sprookje droomt over dagen van geluk.
In de volgende strofe gaat de dichter op dezelfde toon verder naar de wereld van geliefden. Ze vragen elkaar om het verhaal van hun liefde opnieuw te benoemen.
Bij de laatste strofe gaat het over onszelf. Luister naar het oude verhaal over God en over mensen.  Nog steeds ademt het gedicht dezelfde sfeer, maar in de laatste regels wordt deze anders. Daar is de roep om te vertellen, steeds weer, tot we in beweging komen met mond, handen en voeten.
Maar misschien staat het mooiste van dit gedicht wel tussen de regels…  

Meditatie

Vertel het nog eens,
zegt het kind
voor het wil gaan slapen,
en na het sprookje
van eens
en lang geleden
droomt het
van morgen
van lang
en gelukkig.

Vertel het nog eens,
fluisteren geliefden,
laat me nog eens horen
hoe je van me houdt,
en hun woorden
worden levend,
want hun liefde groeit.

Vertel het nog eens,
hopen,
bidden,
zingen
wij hier
van week tot week,
maak ons opnieuw vertrouwd
met het oude verhaal
over mensen
en hun God;
vertel het
keer op keer,
tot onze handen
eraan beginnen
en onze voeten
in beweging komen.

zondag 19 april 2015


In ‘De taal van het troosten’ van Hans Bouma kwam ik onderstaande tekst tegen.
Kern van het verhaal is het gedicht. Schijnbaar eenvoudige woorden die een man schreef voor zijn vrouw op een moment van gevaar, maar die bij zorgvuldig lezen diep van inhoud zijn en een grote troost zullen zijn geweest voor zijn echtgenote. Woorden die ook ons mogen troosten in tijden van gemis en leegte om het verlies van een dierbare. 

Denk aan deze prachtige plek
Woensdag, 23 maart 1994 werd hij door politieke tegenstanders geëxecuteerd: de Mexicaanse presidentskandidaat Luis Donaldo Colosio. Enkele uren voordat de moord plaatsvond, schreef hij in het vliegtuig op weg naar de grensplaats Tijuana een onthullend gedicht voor zijn vrouw. Een vers waarin hij zijn eigen dood al veronderstelt.

Als je van me houdt, huil niet.
Als je het ondoorgrondelijke mysterie
van de hemel waar ik me bevind
zou kennen,
zou je nooit om me huilen.

We hielden in dit leven
voor eeuwig van elkaar,
maar alles was toen vluchtig en beperkt.

Denk aan deze prachtige plek
waar geen dood is
en waar ik vlakbij de onuitputtelijke bron
van geluk en liefde ben.

Als je echt van me houdt,
huil dan niet meer om mij.
Ik ben in vrede.


Met het oog op z’n niet onwaarschijnlijke, ja zelfs te verwachten dood troost Luis Donaldo Colosio alvast zijn vrouw. Zij moet weten dat die dood niet het einde is. Men dacht definitief met hem te kunnen afrekenen. Maar wat gedood werd was slechts zijn lichaam. Zijn ziel, dat wil zeggen: hijzelf in z’n meest oorspronkelijke gestalte bleef ongedeerd. En hoe goed, hoe volmaakt zalig is hij er nu aan toe. Een wereld van geluk en liefde is zijn deel. Een wereld zonder onrecht, geweld, verraad, zonder wantrouwen, haat, angst, permanente angst. Een wereld waar alle leed geleden is. Een wereld waar hij schitterend  tot z’n recht komt ‘In vrede’ is hij. Tot een hoger, tot een zeer liefelijke werkelijkheid is hij verheven. Een hemelse, een goddelijke werkelijkheid. Een werkelijkheid waar alles wat hij moest doorstaan, ook zijn dood, goedmaakt, meer dan goedmaakt. Als ze echt van hem houdt, zijn vrouw,  als ze in gedachten nu bij hem is, kan ze toch niet meer huilen. Is de toestand waarin hij zich bevindt geen reden tot vreugde? Hij heeft zijn bestemming bereikt.

In ‘Bruggen naar morgen’ van Marinus van den Berg is er naast eigen bespiegelingen ook ruimte voor de gedachten van anderen. Zo heeft de auteur een aantal hoofdstukken samengevat onder het kopje ‘Prikkelende en strelende zinnen’. Het hoofdstuk ‘De eigenlijke revolutie is de revolutie van de liefde’ van Willigis Jäger maakt daarvan deel uit. Van den Berg gaat hier vanuit herkenning op in.
Zo legt hij naast de verschillende vormen van revolutie een andere, een stille revolutie: de revolutie van de liefde. Aandacht en respect voor elkaar, te beginnen bij waardering voor ieders bezigheden. ‘Want’, zo schrijft Van den Berg,’ het alledaagse is spiritueel. En juist deze zin trof mij.


Weer was ik  terug in de Sint Paulusabdij in Oosterhout, weer hoorde ik gastenpater broeder Frans Huiting. Hoe hij geduldig uitleg gaf over de benedictijnse spiritualiteit. ‘Niet in sneltreinvaart afwassen, maar elk stuk van de vaat met aandacht behandelen. Niet in één draf langs de vensterbank de planten begieten, maar iedere plant het nodig water geven en vooral liefde schenken.’
Door naast de verschillende vormen van revolutie ook op de spiritualiteit in te gaan, krijgt ‘De eigenlijke revolutie is de revolutie van de liefde’ een belangrijke dimensie meer.

De eigenlijke revolutie is de revolutie van de liefde
‘Verschrikkelijke tijd waarin we leven’, zo vertaalt Huub Oosterhuis psalm 44. Hij brengt het oude lied uit een verre tijd direct over in het heden: in zijn vertaling worden kinderen kindsoldaten.
We leven in een tijd van revoluties. Ze krijgen namen, zoals de Jasmijnrevolutie. Jongeren willen eindelijk een bevrijder, leiders die bevrijden en recht brengen, anderen de mond niet snoeren. Eindelijk bevrijd van de inquisitie.
Al deze revoluties zullen pas brengen waarop mensen hopen, als ze ook revolutie van de liefde zijn. De revolutie van de liefde is een revolutie van ons allemaal, die gebeurt in het leven van elke dag. Zo lees ik in het onlangs vertaalde boek van monnik Willigis Jäger, die al jarenlang bruggen legt tussen de grote wereldgodsdiensten. Hij heeft oog voor de verschillen maar ziet ook het gemeenschappelijke verlangen.

‘Maak een gemeente van vriendschap’, lees ik bij Oosterhuis. Acht elk mens belangrijk, acht wat hij of zij doet belangrijk: de conciërge van de school, de interieurverzorgster in het hospice, de medewerker die zorgt voor het transport in het verpleeghuis, de straatveger en de vrouwen en mannen van de gemeentelijke vuilnisdienst. Lees de poëzie van het allergewoonste, heb oog voor de schoon gemaakte vloer, ruik het verfriste toilet. Het meest alledaagse is spiritueel. Niet zweverig, niet extatisch; dichtbij, dicht bij de grond. Wees niet bang voor de revolutie van de liefde waaraan je elke dag kunt bijdragen. Wees niet bang voor jezelf, en geef liefde, waardering voor jezelf, geef de ander een kans. Wees niet onder de indruk van machtsvertoon, van de grote monden, van de mensen die denken beter en meer te zijn dan jij. Gehoorzaam hen niet, maar luister naar de kracht van de liefde die in je woont.
Zij brengt een wrijving teweeg die de vlam van de revolutionaire liefde overal laat ontbranden. Liefde die mensen recht doet en elk mens rechtop doet staan.