Soms kan een weerzien na vele jaren pijn doen. Soms is er geen herkenning en moet je de pijn zelf dragen. Of wordt de pijn vooral veroorzaakt omdat er geen herkenning is van de andere kant? Zo verging het mij afgelopen week bij een bezoek aan de poli van ziekenhuis Meppel. Ooit werkte ik op die plek, maar het Diaconessenhuis is al jaren weg. Er werd een nieuw ziekenhuis gebouwd maar ook dat is al weer weg. Nu staat er een rijzig en stenig ziekenhuis aan de ene kant van de Reggersweg en aan de andere kant staat de poli. Met grote letters staat boven de ingang Isala. Alleen de Hoogeveensevaart is ongewijzigd en lijkt mijn pijn te voelen. Waar is nu dat kleine vriendelijke restaurant 'De Halve Stuiver'? Waar is nu het fruittentje? Waar is het rustieke bruggetje over de Hoogeveensevaart, waar ik tientallen keren overheen wandelde naar de boerderij waar de boerin een klein winkeltje dreef in noodzakelijke boodschappen. Ik keek naar het net van brede wegen, naar de verkeerslichten, naar de drukte op het plein voor de poli en ik keek naar de rij bezoekers vanuit het ziekenhuis op weg naar de parkeerplaats. De pijn kwam vooral omdat het ziekenhuis me niet begroette en ook het half bestrate Reggersweggetje van toen leek me niet te herkennen. Op dat weggetje werden verkeringen aangegaan en ontbonden. Er zal nog wel meer gebeurd zijn, zoals graag doorvertelde roddels doen vermoeden. Nu heet het deftig Reggersweg. Ik dacht aan mijn diensten als analiste. Wist ik dat ik opgeroepen zou worden dan dronken mijn lief en ik koffie in 'De Halve Stuiver'. 'Heb je weer dienst, meisje?', zo begroette mij dan de eigenaar. Waarop ik vertelde aan welke tafel we graag koffie wilden en mocht het ziekenhuis bellen, of hij me dan wilde waarschuwen. Er was ook een verhoogd gedeelte. Daar stond een biljart en ik zie nog zo mijn baas de apotheker biljarten met de gynaecoloog. Ook zij hadden dienst en dat gaf altijd een saamhorig gevoel. Ik zie ook de andere artsen, een kleine bezetting, maar zo hecht. En dan de diaconessen. Op zondag in stemmig zwart, lange mouwen en een deftige witte boord met bijpassend kapje. Ik zie nog mijn collega's, een stuk of acht tussen de twintig en vijfentwintig jaar. Als ik mijn ogen sluit zit ik in de kring koffie te drinken en hoor ik het wel en wee voorbijgaan. Verschillende collega's zijn gaan hemelen, evenals mijn baas, evenals de artsen, evenals de diaconessen. Ik maak me los van alle herinneringen en ga de poli binnen. De Isala is behoorlijk uitgebreid en alles lijkt op Zwolle en ook op Kampen. Let op de borden, volg de instructies en let vooral op het scherm wanneer en waar je verwacht wordt. Er is geen enkele secretaresse. Na een klein half uur staan we weer buiten. In een lange blik neem ik alles op, probeer het me eigen te maken. Toch lastig. De enige die het begrijpt is de Hoogeveensevaart. Maar haar tranen zijn al lang geleden meegevoerd in het altijd stromende water...
Beelden van het klinisch chemisch laboratorium van het Diaconessenhuis Meppel..







