Er stonden op de laadbak van de vrachtauto zeker twintig fietsen. Er naast waren ongeveer een zelfde aantal fietsen. Fietsen in allerlei uitvoeringen en ook van verschillende leeftijden. Mijn oog bleef rusten op een fiets met een kinderzitje in roze uitvoering. Een groep handhavers van de gemeente was met ongewone ijver bezig met het laden. Ik was op weg om een nieuwe waterkoker te kopen, de huidige lekte en de combinatie water en elektriciteit leek me niet goed. Maar nu stopte ik toch even en vroeg: 'Worden die fietsen verkocht?' Misschien was ik getuige van een brutale diefstal, zo schoot door me heen. 'Nee mevrouw, deze fietsen stonden buiten de aangegeven vakken, dus worden ze verwijderd'. Het was een piepjonge handhaver met klare ogen die uitleg gaf. En toen ik verder vroeg, vertelde hij dat de gemakzuchtigen op de site van de gemeente konden zien waar ze de fiets konden ophalen. 'Wel een flink eind van hier', besloot hij opgewekt. Het kwam dus goed en ik wandelde tevreden over de brug en genoot van de IJssel. En nu het rare, ik wist eigenlijk maar één zaak waar ze nog fatsoenlijke waterkokers verkochten en ik besloot niet te kieskeurig te zijn. Een aardig jongmens wees me de plek: vijf waterkokers in totaal. Drie er van in kleur, één kon maar 1 liter water verwarmen en de vijfde kende ik als een rumoerig ding. Dus mis. Ik bedankte de verkoper en liep nog even over de maandagmorgen markt. Was dat jaren geleden niet een feestje van shoppende mensen, lange rijen tenten waar aangeprezen, gehandeld en afgerekend werd? Nu stonden er nog maar een paar stalletjes, merendeels met groente, brood- en vleeswaren, hier en daar klanten. Ik ging naar huis en mijmerde dat in vroegere tijden waterkokers in meerdere winkels te koop waren en op de markt letterlijk alles voorhanden was. Het merendeel van de mensen bestelt vandaag de spullen online, jonge jongens rijden en rennen zich te pletter om voor een hongerloontje de bestelde materialen af te leveren. De vooruitgang, die mensen nog kooplustiger maakt. Ik zette koffie, keek naar buiten en bedacht even wat brood op voederplank te leggen. Met een mok warme koffie in de handen keek ik hoe de meeuwen kwamen. Eerst één, die vol ongeloof op de plank ging zitten, toen de rest in een werveling van wit gefladder en gekrijs. De handhavers, de fietsen, de waterkoker, de sfeerloze markt, alles schoof naar de achtergrond. Dit was als voorheen, het was een halve minuut puur genieten...