Overbrugd

Overbrugd

vrijdag 29 mei 2026

Dacht ik voorheen 'Ach in de provincie Groningen en de provincie Drenthe is weinig te beleven' maar door mijn frequente bezoek aan Vries heeft mijn denken inmiddels een slag om gemaakt. Wat doen ze in bovengenoemde provincies toch aardige dingen! Neem nu de Pinkstertijd, daar werd het 'Feest van de Geest' op een bijzondere manier gevierd: Op zes zaterdagmiddagen waren er 20 kerken open van 13.00 tot 17.00 uur. En dat niet alleen, in die kerken mochten kunstenaars hun creaties exposeren. Vanwege mijn val was ik alleen in de gelegenheid om de laatste zaterdagmiddag op pad te gaan. We kozen voor de Dorpskerk van Zuidlaren met werk van Bernard Divendal. Er hingen een aantal tekeningen gemaakt met grafiet op papier. Het was er druk, een kringetje bezoekers kreeg uitleg van een dame. Het werk raakte me niet zo en we zetten onze tocht voort naar Noordlaren. En kijk in de Bartholomeuskerk kwamen we aan onze trekken. Niet alleen door het werk van Tineke Demmer, maar vooral door het intieme karakter van de kerk. Het was smullen! De kunstenares had op de kerkbanken tientallen A4's gelegd waarop verschillende technieken waren te zien. Heel inspirerend! Er werd ook druk gewandeld langs dit bijzondere werk en er zullen veel bezoekers zijn aangezet deze techniek ook eens te proberen. Wat mij vooral raakte was de sfeer in deze kleine kerk. En dat begon al door de eenvoudige entree onder de toren. Maar juist die eenvoud was zo pakkend. Een orgel met engelen, eigenlijk veel te groot voor deze ruimte, de preekstoel met de liturgische ruimte, maar ook de kerktuin met enkele zeer oude familiegraven. Ik kreeg last van de rug en besloot even naar buiten te lopen om daar tegen de muur naast de ingang te leunen. Er klonk een vrolijke stem van een dame die aan de andere kant van de ingang leunde. 'Lekker hè, even in de zon.' Ik gaf aan dat ik even de rug moest ontzien waarop de dame in kwestie meelevend zei: 'Ach, wat naar. Zal ik een kopje koffie voor u halen?' Dat hoefde niet maar we raakten in gesprek. Ze bleek de koster te zijn van deze kerk en kwam met veel informatie. Aan de overzijde van de straat was 'De Hoeksteen',  een vriendelijk ogend gebouw. Daar was de kerkenraadskamer en waren de overige zalen. In gedachten zag ik de onlangs bevestigde predikant Dr. Jacobine van Gelderloos in haar witten toga de straat oversteken. Grappig is dat zij ook de predikant is van de Bonifatiuskerk in Vries; ze kan prachtig preken en schuwt rituelen niet. Jong en al afgestudeerd op 'Oude Drentse kerken'. Had ze niet net een fietstocht georganiseerd voor gemeenteleden van beide kerken? Een zeer lange sliert fietsers bewoog zich al trappend en keuvelend door de prachtige natuur van Drenthe. Eindpunt was de Bartholomeuskerk waar werd afgesloten met een liturgisch moment. We namen afscheid van de koster en van deze prachtige zeer oude kerk. Een onverwacht parel, de Geest waait waarheen hij wil...

  


  

 


 


Omdat ik geen fototoestel bij me had moest ik het doen met wat beelden van de folder. Helaas, volgende keer beter... 

woensdag 20 mei 2026

Na een doorwaakte nacht vanwege de rugpijn zakte ik toch tegen de morgen in slaap. Ik was bij de literatuurkring. Deze kring bestaat uit vijftien dames en het bruisend hart van dit alles is Elsje. Zij leidt de groep en bezit een zeer brede kennis van alles wat met onze taal te maken heeft. Universitair geschoold, wat wil je. Het bijzondere is dat ik er soms wat futloos heen ga, maar na afloop bruis ik van energie. Soms heeft ze een morgen van luisterliedjes en onlangs ging het over poezen poëzie. We begonnen met het zingen van 'De kat van ome Willem is op reis geweest', uit 'Ja zuster, nee zuster'. Het was allemaal vreemd deze keer. De kring was een keer zo groot geworden en Elsje zat op een ander plek. Ze nodigde Atie uit om mij toe te spreken bij mijn vertrek. 'Maar ik wil helemaal niet weg', riep ik, 'ik knap ontzettend op van de literatuurkring.' De tranen sprongen in mijn ogen, snel veegde ik ze weg en vroeg of ik Elsje even alleen kon spreken. 'Wat is dit nu', vroeg ik toen we op de gang stonden. 'Ja', zei Elsje 'je hebt zelf aangegeven dat je wilde stoppen'. Misschien had ik dat in een vlaag van pijn gedaan? Ik wist het niet en vroeg of er nog wat aan te doen was. Elsje zei dat al iemand anders mijn plek had ingenomen. 'Maar', zei ze troostend, 'dan ga je toch naar een andere leesgroep in het stadje aan de overzijde van de rivier.' Ik gaf aan daar niemand te kennen, maar Elsje zei resoluut 'Dan moet je even googelen.' Ze noemde zelfs een naam 'Leesgroep Angelika'. Bedrukt ging ik naar binnen, de anderen zaten inmiddels achter de koffie. Ik stamelde 'Atie heeft misschien veel werk gehad met de toespraak, ik wil het graag horen.' De toespraak sloeg nergens op, het was een hoela hoela praatje. Ik greep mijn tas, groette de anderen en door de koude winterlucht liep ik heel langzaam naar huis...

Badend in zweet werd ik wakker, het duurde wel even voor ik begreep dat het een droom was geweest. De opluchting was enorm. Er was niets aan de hand. De literatuurkring van vijftien dames onder aanvoering van Elsje was ongewijzigd en ik maakte daar deel van uit... 

 

 


maandag 11 mei 2026


Beste lezers, door een val in de badkamer liep ik een flinke kneuzing op aan de rug. De wereld bestond alleen nog maar uit pijn! Hoe breekbaar is een mens? En hoe dankbaar moet een mens zijn als zijn gezondheid goed is? Die vraag stel ik me regelmatig. Ondertussen zit ik nu op twee maal per dag pijn bestrijding. We gaan dus zachtjes vooruit. Tijdens het liggen op de bank komen vragen en gedachten in wisselend tempo op. Dat gaat van alle oorlogen en geweld in de wereld naar levensvragen. Zo hoorde ik onlangs het kleine zinnetje 'Waar gaan we heen?' Dat zinnetje hield me bezig. Zoeken we voor de wandeling een bestemming? Of hebben we op de fiets een doel? Niets verkeerd aan die zin. Vervang nu het woordje 'het' door het woord 'dat', dan komt er opeens een lading aan ogenschijnlijk onschuldige woorden. 'Waar gaat dat heen?' Ik denk dan aan de oorlogen, aan de tientallen jonge levens die pardoes worden stopgezet. Ik denk aan mensen die van het eenvoudige kwaad de grenzen steeds meer verleggen en uiteindelijk in de gevangenis komen. Ik denk aan mensen die alle kansen hebben en het wel goed vinden en niets uitvoeren. Zo zijn er meer voorbeelden te bedenken. Ik denk ook aan de allernieuwste ontwikkeling op het gebied van techniek in de ruimste zin. Robots hier, robots daar. Waar is dan dat menselijk oor, waar is dan dat menselijk oog of die warme bemoedigende klop op de schouder. Ik kijk met zorg naar de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Naar de toekomst van zoveel hulpbehoevenden en ik weet geen antwoord. Misschien blokkeert de pijn mijn denken. En dat allemaal door het vervangen van het woordje 'het' in het woordje 'dat'... 

 

zondag 26 april 2026

We beginnen de wandeling op deze zonloze morgen in een wereld van het eerste tere voorjaarsgroen, de stilte wordt slechts onderbroken door vogelgeluiden. Aan het begin van de oprijlaan staat links het huisje van de terreinbeheerder en rechts een 'Hans-en-Grietje huisje' met luikjes in rood en wit, de kleuren van het landgoed. Halverwege de laan passeert ons een groepje joggers, in de verte lopen meisjes met een hond. Tussen de bloeiende en aangenaam geurende heesters volgen we het pad, staan dan opeens voor de ingang van de Japanse tuin. Op een bord staat: 'Tuin is kwetsbaar, blijf daarom op de paden. Lantaarns en sierelementen niet aanraken. Geen bloemen plukken e.d. Tijdelijke sluiting bij slecht weer en te groot aantal bezoekers.' Haast eerbiedig wandelen we rond in dit kleine paradijs waar de oosterse sfeer ons als een spirituele deken omhult. Een meanderend watertje, dat meekleurt met de bloeiende planten op de steile oevers, bijzondere bomen geven verrassende accenten. Aarzelend zonlicht probeert ons te vangen. De tuin meet 6800 vierkante meter en is de grootste in dit soort in ons land en slechts twee maal per jaar open. Daarbij mag ze zich rijksmonument weten. Maar ook de verder gelegen Oud-Hollandse tuin is een plaatje met prachtige bloeiende perkplanten, fraai bewerkte bordestrappen, een wonderlijke brug en beelden. Een yogagroep is net bezig met een moeilijk onderdeel van de zonnegroet. Vanuit de Oud-Hollandse tuin wandelen we naar het statige Huys Clingendael met de aangrenzende vijver. Rond het schitterende watervlak bloeit een krans van paarse en witte bloemen, in de verte schemert een wit bruggetje. De zon laat nu haar stralen voluit glijden over deze verstilde schoonheid. Parel in dit alles is echter de Japanse tuin...

 


 






Schoonheid, niet in woorden te vatten...


dinsdag 21 april 2026

Vanaf de overzijde van de straat komt een stem: 'Het is zaterdag, u kunt de auto kosteloos parkeren!' Een vriendelijke dame met hond wijst naar de parkeermeter. We staan bij de ingang van landgoed Clingendael voor een inspirerende wandeling. Het landgoed is eigendom van de gemeente Den Haag, maar ligt in Wassenaar. Sinds 1982 zetelt het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen in Huys Clingendael. In de 16e eeuw stond in het gebied van de dinge (duinvallei) een boerderij, die later werd afgebroken. Op die plek verrees Huys Clingendael. Adellijke families wisselden elkaar door de jaren heen af. In 1804 kwam het landgoed in handen van Baron van Brienen van de Groote Lindt. Hij koos voor een Engelse landschapstuin. Barones Marguérite van Brienen (1871 - 1939) woonde er tot haar overlijden. Macaber is dat tijdens de Tweede Wereldoorlog rijkscommissaris Seys-Inquart in Huys Clingendael neerstreek. Hij liet alle grafstenen op het hondenkerkhof, ooit aangelegd door barones Marguérite, plat leggen uit angst dat er scherpschutters achter zouden zitten.. Deze Marguérite, door de Hagenaars liefkozend freule Daisy genoemd, was een kleurige vogel. Ze hield van reizen en was onder de indruk van de Japanse tuinen. Uit Japan nam ze lantaarns, een waterval en bruggetjes mee, zo ontstond de Japanse tuin op het statige landgoed. In 1953 werden tuinen en park verkocht aan de gemeente Den Haag en werd het landgoed opengesteld voor publiek.

(wordt vervolgd) 

 


 





Sprookjesachtige beelden...


donderdag 16 april 2026

Lang heb ik zitten kijken naar onderstaande foto in Trouw met als onderschrift: 'Kin omhoog, mond open en doorslikken. Deze schoolmeisjes in Pesjawar, in Pakistan, staan in de rij voor druppels die ze moeten beschermen tegen polio. Pakistan is een van de laatste landen ter wereld waar ze de ziekte nog niet onder controle hebben. Een grootschalige vaccinatiecampagne moet daar een einde aan maken.'

Achteraf begon die belangstelling voor foto's waarop mensen tijdens bezigheden worden gefotografeerd bij een expositie in Luxemburg, in het kasteel van Vianden. Mensen vol concentratie bij de dagelijkse dingen en zo leek het, onwetend van de fotograaf. Met moeite kon ik me er destijds van los maken en mijn lief troostte dat er mogelijk wel een boek van te koop zou zijn. Nee dus, maar mijn liefde voor deze foto's was gewekt. Er valt veel op te zien en bij lang kijken zie je soms de mensen bewegen. Ik droomde van het fotograferen van mensen die hun hond uitlieten en onbewust iets vertelden over de band met hun dier. Mens en hond op de rug fotograferen werden missers en als ik vroeg of ik iemand met zijn dier mocht fotograferen, gingen ze heel houterig poseren. Dan maar een andere categorie: huisschilders hoog op de ladder intensief bezig, dirigenten tijdens hun werk of een klas met de leerkracht voorop. Mijn collega's dachten mee: mensen met een hoed op, kerkwaarts op de zondagmorgen. Er werd zelfs aan een plekje gedacht achter geboomte. Dat werd me te gortig en wuifde lachend het voorstel weg. Het slot van deze diepe wens kwam onverwacht en verpletterend toen ik foto's moest maken voor Christelijk Weekblad van winkelend publiek. Mijn leraar Engelse conversatieles dook onverwacht op tussen al die kooplustigen en riep verheugd: 'Kijk daar hebben we Aly, ze is nu straatfotograaf geworden.' Daarmee was mijn droom voorgoed ten einde...

Terug naar de foto. Ik zie drie meisjes en terugblikkend zie ik mezelf op de lagere school met twee vriendinnetjes. Ben ik het eerste meisje of ben ik het tweede meisje. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat één van de twee mijn hartsvriendin Henny is of beter was. Ze leeft niet meer en ik mis haar nog dagelijks. Het derde meisje is verbluffend goed weergegeven. Ze wilde altijd mooi op de foto en zo is het gebleven ook...

Zo zie je maar wat een foto kan losmaken...  


 

maandag 13 april 2026

Trouw meldt op 13 april 2026: 

Victor Orbán, zestien jaar premier van Hongarije stapt op. De nieuwe premier Péter Magyar belooft een omwenteling en nauwe banden met de Europese Unie. Grote opluchting bij leiders Europese landen.

President Trump haalt schandelijk uit naar de paus. Deze is niet voornemens zijn mond te houden over de oorlog in het Midden-Oosten. Hij is niet bang voor de regering Trump. Hoe komt dit over op vice-president Vance en minister van Buitenlandse Zaken Rubio. Beiden zijn rooms-katholiek. 

Sonja Barend overleden op 86-jarige leeftijd. Ze was de koningin van de talkshow en ontketende een revolutie op de tv. Ik adoreerde haar. Vooral haar manier van interviewen vond ik geweldig en heb daar later veel aan gehad in gesprekken met kloosterlingen en predikanten. 

Maanmissie Artemis II geslaagd. Meerdere records werden gebroken: voor het eerst een kleurling die om de maan vloog. De eerste vrouw nam deel aan deze ruimtereis. Dan was er voor het eerst ook een niet Amerikaan bij aanwezig. Amerikaan Reid Wiseman was de commandant van deze vierkoppige maanmissie.Tijdens deze vlucht fotografeerden de astronauten de achterkant van de maan uitgebreid, vlogen ze langs de achterkant, waren ze getuige van een zonsverduistering en meteorietinslagen op het maanoppervlak. Na een reis van tien dagen plonsden ze veilig in de Stille Oceaan. Het plan is om in 2028 op de maan te landen en dan te beginnen met de bouw van een basis. 

De lancering vond plaats op het Kennedy Space Center. Inmiddels heeft Trump zijn naam brutaalweg voor die van oud-president Kennedy laten zetten. Ik ben twee keer in dat centrum geweest en het kwam op mij over als was ik beland op een ander hemellichaam en de aarde voorgoed had verlaten. Tussen ingewikkelde machines, astronautenkleding, maanvoertuigen heb ik rondgedwaald. Lang heb ik gekeken naar een plaquette van eerdere ruimtevaarders. En toen we na een dag dwalen tussen al die ingewikkelde technische en haast spookachtige machines en apparatuur weer buiten stonden, was ik zielsgelukkig de zon te voelen en de gewone prietpraat weer om me heen te horen. Laat mij maar lekker op moedertje Aarde blijven... 

 


 


 




Foto's gemaakt in het Kennedy Space Center in Orlando (Florida)