Overbrugd

Overbrugd

donderdag 19 februari 2026

Lang had hij gehangen in een donkere hal. Twee keer had de eigenaar hem gedragen en daarna snel weer teruggehangen en opgelucht de haldeur achter zich gesloten. De jas begreep het niet, lang en zwart, was daar iets mis mee? Hij was niet alleen verdrietig, maar werd ook bokkig tegen de andere jassen, die op hun beurt niet meer tegen hem aan wilden hangen. Hij voelde zich eenzaam. Maar op een koude winterdag nam de eigenaar van de jas met een ferme greep de jas mee en werd hij op de achterbank van de auto gemikt, de jas ging uit rijden. Niet heel rustigjes, nee er werd ferm gereden. Ondertussen neuriede  de bestuurder vergenoegd iets onduidelijks en dat niet alleen, hij stak er zelfs al rijdend een sigaar bij op. De jas rilde. Ze bereikten zonder narigheid het doel van de tocht en even later hing de jas in een andere hal tussen frivole jassen, die aangenaam geurden. Hij schuurde lichtjes tegen een rood exemplaar, een grijze jas deed vriendelijk en toen twee korte jasjes contact zochten werd de jas blij en bungelde aan de kapstok of hij er al jaren aan had gebungeld. Het werd kouder, de eerste sneeuwvlokken dwarrelden naar beneden. Toen op een morgen overal de kerkklokken beierden greep de eigenaar de jas bij de kraag en mompelde: 'Eens kijken hoe je zit en of ik niet voor gek loop.' De jas vond dat heel onaardig en besloot terug te vechten. Hij plooide zich fraai om de drager en samen gingen ze op stap. Er ging een wereld voor de jas open: fietsers, auto's, een trein, schepen die aan de kade lagen gemeerd. Een rivier had hij nog nooit gezien, de oversteek vond hij spannend. Ze kwamen in een gebouw, waar de jas haastig tussen andere jassen werd geduwd aan een onhandige ophanghaak. Er klonk orgelmuziek, mensen zongen, de jas raakte ontroerd. Er kwamen onvermoede eigenschappen naar boven. Was hij voorheen strak en ingehouden, bij de wandeling terug liet de jas in speelse wendingen het spel van de wind toe. Toen hij weer in de hal hing was hij verrukt, maar vooral verrukt over zijn andere kijk op het dagelijks leven. Het voorjaar naderde, de jas werd aan de nog kale pruimenboom gehangen om te luchten en ging toen weer mee naar de donkere hal van voorheen. Was die hal werkelijk zo donker? Het viel de jas mee, hij was blij zijn oude vrienden weer te ontmoeten. Opgetogen vertelde de jas aan de andere jassen over zijn belevenissen. 'We moeten anders gaan kijken, de voordelen zien van deze plek, wat meer lachen en elkaar helpen als we treuren omdat het niet gaat zoals we zouden willen.' Het duurde wel even voordat de anderen de nieuwe levensvisie van de jas begrepen en overnamen. En was er een sombere dag, dan vroegen ze de lange zwarte jas te vertellen over het leven daar bij de rivier. Het werd ook een beetje hun verhaal...

  


 

dinsdag 17 februari 2026

We zijn er vaak langs gereden, Grand Café Hotel Karsten in Norg, maar nog nooit binnen geweest. Wanneer we de informatie lezen over een wandellunch melden we ons aan. Niet veel later lopen we door de smaakvol ingerichte entree van het hotel. Gastvrije woorden en uitleg over de aanbieding. Omdat het lunchtijd is besluiten we eerst de lunch te nemen, vervolgens de wandeling en af te sluiten met koffie en eigengebakken lekkers. Mooie oude ornamenten, een plafond waarop vier paardenkoppen zijn geschilderd als verwijzing naar de paardenmarkt in Zuidlaren. Aan de wand een schilderij van de Margarethakerk in Norg in vroeger jaren. Hotel Karsten heeft een rijke historie, die begint in 1713 toen de eerste Karsten een herberg begon met als naam 'Het Bruine Paard'. In 1925 werd de oude boerderij, waarin het café logement  was gehuisvest, afgebroken en er kwam een heel nieuw gebouw met hotelkamers en elektriciteit. In de oorlogsjaren verbleven er Duitsers en later Canadezen. Ten tijde van Luchien Karsten volgde er opnieuw een verbouwing en omdat er geen opvolgers waren werd Hotel Karsten in 1980 verkocht, maar de naam bleef ongewijzigd. De lunch wordt geserveerd en oogt aantrekkelijk. Vooral de mosterdsoep is verrukkelijk. Ondertussen bekijken we de vier uitgezette wandelingen en kiezen voor de eerste, een leuke afwisselende route over landerijen en door het eeuwenoude oerbos 'Het Norgerholt'. Het beginpunt is achter de Margarethakerk. De mist blijft hangen, maar dat verhoogt de sfeer in dit schilderachtige landschap. Blauwe paaltjes, goed zichtbaar, wijzen de weg. Maar de kou neemt toe evenals de schemer en als we bij een haast onbegaanbaar pad komen, houden we het voor gezien en besluiten achter de koffie te duiken en de wandeling uit te stellen naar het voorjaar. Er brandt licht in kerk en er klinkt muziek. We duwen voorzichtig de zijdeur open maar mogen helaas niet naar binnen omdat er gerepeteerd wordt voor het concert dat over een half uur begint. Een aardige meneer stelt voor eerst een kopje koffie te gaan drinken en dan terug te komen. 'U zult versteld staan zo mooi als het klinkt', animeert hij ons. We volgen maar al te graag zijn raad op en snel zitten we achter de koffie met boerenkruidkoek. Vanachter de knusse ramen zien we de eerste mensen al naar de Margarethakerk gaan...

  


 


 


 


 


 


 De Margarethakerk, de wandeling en de koffie met zelfgebakken boerenkruidkoek...

dinsdag 10 februari 2026

Er stonden op de laadbak van de vrachtauto zeker twintig fietsen. Er naast waren ongeveer een zelfde aantal fietsen. Fietsen in allerlei uitvoeringen en ook van verschillende leeftijden. Mijn oog bleef rusten op een fiets met een kinderzitje in roze uitvoering. Een groep handhavers van de gemeente was met ongewone ijver bezig met het laden. Ik was op weg om een nieuwe waterkoker te kopen, de huidige lekte en de combinatie water en elektriciteit leek me niet goed. Maar nu stopte ik toch even en vroeg: 'Worden die fietsen verkocht?' Misschien was ik getuige van een brutale diefstal, zo schoot door me heen. 'Nee mevrouw, deze fietsen stonden buiten de aangegeven vakken, dus worden ze verwijderd'. Het was een piepjonge handhaver met klare ogen die uitleg gaf. En toen ik verder vroeg, vertelde hij dat de gemakzuchtigen op de site van de gemeente konden zien waar ze de fiets konden ophalen. 'Wel een flink eind van hier', besloot hij opgewekt. Het kwam dus goed en ik wandelde tevreden over de brug en genoot van de IJssel. En nu het rare, ik wist eigenlijk maar één zaak waar ze nog fatsoenlijke waterkokers verkochten en ik besloot niet te kieskeurig te zijn. Een aardig jongmens wees me de plek: vijf waterkokers in totaal. Drie er van in kleur, één kon maar 1 liter water verwarmen en de vijfde kende ik als een rumoerig ding. Dus mis. Ik bedankte de verkoper en liep nog even over de maandagmorgen markt. Was dat jaren geleden niet een feestje van shoppende mensen, lange rijen tenten waar aangeprezen, gehandeld en afgerekend werd? Nu stonden er nog maar een paar stalletjes, merendeels met groente, brood- en vleeswaren, hier en daar klanten. Ik ging naar huis en mijmerde dat in vroegere tijden waterkokers in meerdere winkels te koop waren en op de markt letterlijk alles voorhanden was. Het merendeel van de mensen bestelt vandaag de spullen online, jonge jongens rijden en rennen zich te pletter om voor een hongerloontje de bestelde materialen af te leveren. De vooruitgang, die mensen nog kooplustiger maakt. Ik zette koffie, keek naar buiten en bedacht even wat brood op voederplank te leggen. Met een mok warme koffie in de handen keek ik hoe de meeuwen kwamen. Eerst één, die vol ongeloof op de plank ging zitten, toen de rest in een werveling van wit gefladder en gekrijs. De handhavers, de fietsen, de waterkoker, de sfeerloze markt, alles schoof naar de achtergrond. Dit was als voorheen, het was een halve minuut puur genieten... 

  



 

maandag 9 februari 2026

'Rouw om huisdieren is soms dieper dan om mensen', dat stond boven een artikel in Trouw. Het trok mijn aandacht, omdat ik daar drie keer mee te maken kreeg. Het gaat om een emotionele bandTrouw vervolgt: Voor veel mensen weegt het verlies van een huisdier net zo zwaar als dat van een familielid of vriend. Voor één op de vijf was het verlies van een dier zelfs zwaarder. Volgens een nieuwe studie. Zover wil ik niet gaan in het verlies van mijn dierbare katten, maar ingrijpend is het zeker. Pure rouw, je bent van slag en ook een beetje ziek. Vooral als jezelf de beslissing moet nemen. En dan kan de dierenarts wel troostend zeggen: 'Het is liefde om je dier niet langer te laten lijden. U hebt de juiste beslissing genomen', het blijft rouw en rouw kan heel rauw aanvoelen.

Lodewijk, zo heette onze grote zwarte kater, met een witte plek op de kop en vier gedeeltelijk witte poten. Het leek of hij kousen droeg. We waren zeer op hem gesteld en hij op ons en verdedigde onze tuin tegen buurkatten. Dat werd uiteindelijk zijn dood, want één van de katten had kattenaids, zo werd na de dood van Lodewijk vastgesteld en had hem besmet. Acht jaar werd hij en we waren alle zes ontdaan. Ons gezin was niet meer compleet. Ik schreef een paginagroot artikel over Lodewijk en stuurde dat naar Christelijk Weekblad. Eindredacteur Theo Klein twijfelde of dit wel geschikt was, tenslotte stond het er toch in. Een schot in de roos. Lezers waren ontroerd vanwege de herkenning, er kwamen veel reacties.

Na verloop van tijd deed Willem zijn intrede, nu een rode kater, opnieuw uit het dierenasiel. Willem vond moeiteloos een plek in ons gezin. Eerst nog wat verlegen, maar weldra voelde hij zich thuis. Was speels en wandelde graag door de tuin. Hij had een reuze hekel aan Minetje de buurkat. Zat ze in onze tuin te zonnebaden, dan joeg hij haar opgewonden naar het huis waar ze hoorde. Soms sprong hij op het aanrecht om poolshoogte te nemen. Hij was er toen we door diepe dalen gingen vanwege de ziekte van mijn lief. Troostend. Achttien jaar was hij toen het niet meer ging. De dierenarts kwam en we waren zeer bedroefd. Hij werd net als Lodewijk begraven in de tuin, op een plek waar hij graag zat. De eerste weken stond ik vaak aan zijn grafje.

Na een half jaar ben ik opnieuw gezwicht, nu voor Abel. Weer een kater, heel licht rood en een Britse korthaar. Opnieuw uit het asiel. Abel was niet alleen heel mooi, maar ook nog eens heel lief. Hij liep statig door huis en mocht in eerste instantie naar buiten. Maar dat leverde problemen op met een griezelige vechtersbaas van de achterbuurman. Abel werd een huiskat en dat ging heel goed. Op warme dagen lag hij in de vensterbank met zijn poot door het half geopende raam. Vaak hoorde ik de krantenbezorgster met hem keuvelen. Soms tikte hij voorzichtig op mijn bovenarm om te melden dat hij er ook nog was. Ontroerend vond ik als hij zijn poten om mijn hals sloeg. Abel kreeg darmproblemen. Vermmoedelijk had hij een kwaadaardige tumor. Heel lang heb ik trouw alles opgeruimd, hij vermagerde en toen hij twee maal een schreeuw gaf, die ik duidde als een pijnkreet, heb ik de loodzware gang naar de dierenarts gemaakt. Bijna achttien jaar geworden en hij kreeg een graf tussen de zonneogen. Abel mis ik nog steeds hoewel het veertien maanden geleden is. Speeldingen en etensbakje heb ik bewaard, af en toe houd ik ze in mijn handen.

Waar zit nu die band tussen het dier en zijn baas? Vooral in het feit dat ze voelen wanneer je slecht in je vel zit of dat je bezorgd bent over iets. Er zijn zelden conflicten, ze zijn altijd blij als ze hun baasje zien. En trouw zijn ze, eindeloos trouw...

 



 Dit is Abel...

dinsdag 3 februari 2026

Er worden meer kerken afgebroken dan dat er nieuwe worden gebouwd. Toch is dat laatste het geval in ons goede dorp. Immanuël, zo heet de onlangs geopende kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente. Weerstand was er alom omdat de kerk op een prachtige lokale plek stond, dicht bij allerlei voorzieningen voor ouderen. Omdat er weinig seniorenwoningen worden gebouwd, was deze plek uitermate geschikt voor de realisatie van een knus woonerfje. Heel langzaam verdween het gemor want de kerk zag er vriendelijk, tegelijkertijd stijlvol uit. Na de inwijdingsdienst mochten de dorpelingen kijken, onder het genot van koffie of thee. Omdat we best nieuwsgierig waren hoe het interieur was, mengden we ons onder de belangstellenden. En het werd nog een plezierig bezoek ook. Ruime hal, veel belendende zalen met schuifwanden. Voor het geval dat de 650 zitplaatsen onvoldoende zouden zijn, kon men door eenvoudige handelingen uitbreiden naar 850 plekken. Dure materialen, kerkbanken voorzien van smetteloze lichte bekleding. Veel heren, wat minder dames, merendeels in rok gehuld. Duidelijke verschillen waren zichtbaar, geen bloemen, geen Paaskaars. Maar wat heel warm aanvoelde was de blijdschap van de gemeenteleden en die werkte zeer aanstekelijk. Ook wij werden blij. Op de tafels torentjes van opgestapelde vulkoeken, schalen met royale plakken goudgele cake en koffie van vriendelijke dames. We gingen in gesprek met de voorzitter van de bouwcommissie. Hij straalde. Toen ik tenslotte de opmerking maakte dat die heerlijke vulkoeken vast niet uit een supermarkt kwamen, zei hij zachtjes: 'We hebben een gemeentelid die de dochter is van een banketbakker. Zij heeft er 600 gebakken.' Hij noemde haar naam en wat is toeval, de bakster heeft jarenlang tegenover ons gewoond. Het werd steeds drukker in de kerk, de koster was net met ons een praatje begonnen toen hij ontdekte dat avontuurlijke jongetjes halverwege de preekstoel waren. Het gesprek stopte, de koster vermaande de jongens. Het orgel liet zich horen. Misschien toch wat te klein voor deze kerkzaal? In de hal nog even voor een mozaïk kunstwerk gestaan. Geloof, Hoop en Liefde, gemaakt door de vrouwengroep. Het lijkt een actieve en saamhorige kerkelijke gemeente te zijn. Bij alle kerken in ons dorp mag deze er wat schoonheid betreft best wezen. Al is het niet onze richting, blij zijn met de blijden, wat is daar tegen?

 


 

donderdag 29 januari 2026

Bij het opstaan zag ik het al, opnieuw een dik pak sneeuw. Heel geruisloos had koning winter vannacht alles van een dikke muts voorzien. Ik pakte de yogakleding en na het ontbijt deed ik de ijzers onder mijn wandelschoenen. Keek voor de zekerheid nog even op mijn mobiel, zowaar een bericht van onze yogadocente dat de les vanwege het weer was afgeblazen. Schoenen uit, yogakleren uit de rugzak en in de kriekende morgen zat ik op de bank met een kop koffie. Heel raar, even wist ik niet wat ik met deze onverwacht vrije ochtend moest aanvangen. Het sneeuwde zachtjes. Onverwachte ijver deed me naar buiten snellen, ik nam de sneeuwschuiver en begon bij de voordeur te schuiven, richting trottoir. De sneeuw was maagdelijk wit en lekker rul, dus vooruit voordat het door voorbijgangers werd vastgelopen maakte ik de hele stoep sneeuwvrij. Ik kreeg er plezier in en maakte ook in achtertuin mooie paden: naar het vogelhuis en vervolgens helemaal tot aan het prieel. Een duif zat wat eenzaam op het vogelhuisje en genoot even later van de met gulle hand uitgestrooide zaden. Daarna brokkelde ik twee boterhammen in kleine stukjes, vluchtig beboterd, want daar hebben vogels behoefte aan en legde een paar flinke handen met brood op de voederplant. Zo grappig, ik hoorde de schreeuw van een meeuw. De rest van het brood gooide ik op het schoongemaakte deel van het pad. Ervaring heeft me geleerd dat er een grote groep meeuwen op af komt en dat er op de plank maar voor enkelen plek is. Nauwelijks binnen was het brood al weg. Iedere keer sta ik weer verbaasd hoe snel ze het weten, komen aanvliegen, in een snelle duik een stukje brood veroveren. Wat nu? Ha de krant en het vroege journaal. De formatie was voor elkaar, er verschenen drie vermoeid ogende kopstukken op het scherm. Met een zekere achterdocht keek ik naar Dilan, zeer opgewekt en beurtelings lonkend naar Jetten, dan weer naar Bontenbal. Ze kan onderhandelen met het mes tussen de tanden, zo hoorde ik gisteren een deskundige zeggen. 'Aan de slag', dat is de slogan. De rest van de dag sneeuwde het, eigenlijk vond ik het wel goed. Deed een paar puzzels, appte met een kind en schreef naar een ander kind een kaartje. Nam weer eens een kop koffie, maakte een foto van het betonstorten van mijn nieuwe buren en aan het eind van de morgen nestelde ik me op de bank met het boek dat we als leden van de literatuurkring lezen, 'De belofte'. Ik vergat alles en las en las, een prachtig boek van Damon Galgut. Zo vulde zich een onverwacht vrije morgen toch geruisloos in...

 


 



 


maandag 26 januari 2026

De afgelopen dagen stonden de kranten weer vol, vol over de 'capriolen' van de machtigste man van een zeer machtig land: Donald Trump. En u, beste lezer, mag zelf invullen hoe Europa met deze grote tegelijkertijd kleine man, moet omgaan. ik zat er nog wat over te piekeren, maar zie de Pauscast bracht de oplossing. De Pauscast is een nieuw programma op de zondagmiddag op NPO 2 om 17.10 uur. Stijn Fens is presentator en tegelijkertijd gespreksleider in de kring, hijzelf meegerekend, van drie personen. Stijn Fens ken ik uit die tijd toen ik schreef voor Christelijk Weekblad. Twintig jaar lang, want men kan me veel verwijten, maar trouw ben ik wel. Stijn las mijn artikelen die vaak over het rijke roomse leven gingen en meende daarin toch dingen te ontdekken die hem deden vermoeden dat ik uit de protestantse hoek kwam. En dat klopte. Maar Stijn noemde me Ally en daarin moest ik hem per brief wel corrigeren. Verder zat er een Vaticaankenner aan tafel en nummer drie was ds. Ad van Nieuwspoort. En dat was een oud-collega columnist van mij, ook al uit de periode van het bovengenoemd blad. Ds. Van Nieuwspoort had een overvolle agenda en niet zelden kwam er een noodkreet uit Leeuwarden, daar zetelde de redactie van de blad, of het goed was dat ze alvast een column van mij publiceerden omdat de column van ds. Ad van Nieuwspoort nog niet binnen was. Het gesprek ging over de wereldpolitiek en hoe de kerk of liever de gelovige hierin zijn weg moest vinden. Misschien, misschien toch was Boven mijn toenemende zorg waargenomen? Ds. Van Nieuwspoort had onlangs over deze beladen onderwerpen een boekje geschreven met als titel 'Buig niet'. Ik krabbelde de titel op een Sudokuboekje, terwijl ik het gesprek volgde. Van Nieuwspoort vertelde dat hij bezig was met een preek over Daniël en hoe het verhaal over keizer Nebukadnezar hem bekend voorkwam. De grootheidswaanzin. Hoe Daniël ook onder koning Belsassar zichzelf bleef en onder koning Darius, tegen de verboden in, niet boog voor de koning maar bleef bidden tot God. Daarop werd hij in de leeuwenkuil geworpen, maar de leeuwen lieten Daniël ongemoeid. Koning Darius was opgelucht en Daniël werd in ere hersteld. Het gesprek kwam ten einde en ik stond op voor een kop koffie. Het hield me bezig, dat 'Buig niet' en het sprak me zeer aan. Vandaar dat ik het graag doorgeef. Maar hoe moet het nu verder met die grote, tegelijkertijd kleine man en die wereld die overal in brand staat...

  


 Illustratie van Letizia Galli uit Mijn eerste bijbel, uitgegeven door Averbode.