Overbrugd

Overbrugd

woensdag 1 april 2026

Soms kan een Stille Week drukker zijn dan ooit omdat er allerlei zaken moeten worden geregeld. Dan is het goed om een wandeling te maken, liefst in de vrije natuur om alle drukte te verbannen. Even met jezelf op stap en vooral niet denken aan de wereld die op het randje van de Derde Wereldoorlog balanceert. Meestal doe ik dan een rondje Trekvaart, hoewel dat toch niet helemaal juist is. Het eerste deel van mijn wandeling voert door rustige bebouwing waar ook tussendoor weilanden lijken te gluren. Het tweede deel gaat over het brede betonnen fietspad langs een autoweg. Hier is het drukker, maar ook nu zijn er weilanden zichtbaar. Het derde en laatste deel loopt langs de Trekvaart en daar neem ik u, beste lezer, graag even in mee. Het begint bij de brug, het punt waar je kunt afslaan naar de vaart. Het is meteen raak: op deze zonnige maartmorgen spiegelen zich enkele nieuwe huizen in het vrijwel stilstaande water en lijken een wedstrijdje te doen: wie van ons is het mooiste? Het is nog niet zo lang geleden dat dit gebied weiland was, dat ik vier fiere zwarte paarden fotografeerde en de foto op de cover van Christelijk Weekblad verscheen. Op dat moment leek dit stukje paradijs tijdloos te blijven bestaan, maar nee, een aannemer met geld zag kansen. Al wandelend komt het witte bruggetje in zicht dat toegang geeft tot een nieuw deel van ons dorp. Maar ook die brug lijkt een wedstrijd te doen, wel met zichzelf. Dat kan: geen winnaars, geen verliezers. Al mijmerend zie ik in de verte het treintje voorbij rijden. De hele dag door in een rit van hooguit 10 minuten; heen en weer. Vaag zie ik de contouren van de toren aan de overzijde van de IJssel. Mijn grootmoeder, naar wie ik genoemd ben, had hier graag willen wonen. Ze kwam uit de nabij gelegen polder, trouwde met mijn opa en verhuisde naar elders. En nu loop ik hier en denk aan haar. In het water zijn twee zwanen ondergedoken op zoek naar voedsel. Het lijken twee zeilbootjes. De kievit laat zich horen, maar ook een rij ganzen trekt gakkend over. En aan de waterkant zie ik voor het eerst dotters in nog prille groei. Ik ken de plekken en fotografeer ze ieder jaar weer! Even duik ik de berm in voor een passerende auto. Alleen mensen die aan deze weg wonen hebben verlof hier te rijden. Stilte. Een gehaaste wandelaar met een hond. Meestal praat ik even, nu niet, de stilte toelaten en genieten van de hooiberg aan de andere kant van de weg. Feest der herkenning, ook wij hadden op de boerderij zo'n hooiberg. De stilte lijkt zich nu te vermengen met andere geluiden. De brug naar een oudere wijk komt in zicht, met weer die mooie spiegeling. Grappig hoe fietsers lichtjes gebogen zich over de brug haasten richting stadje. Werk wacht, school wacht. Mijn hoofd is tot rust gekomen, hernieuwde energie komt boven. Even zet ik het wereldgebeuren opzij en bereid me voor op het vervolg van de Stille Week. Altijd weer de opmaat naar het blijde Pasen vol beloften. En mocht u, beste lezer, ook het gevoel hebben dat u dreigt vast te lopen vanwege alles wat moet en vanwege die griezelige wereld, doe als ik en zoek de natuur. Ik wens u alle goeds...

  

 


 


 


donderdag 26 maart 2026

Een aardig tijdverdrijf van deze tijd is het bezoeken van kringloopwinkels. Kleefde er in de eerste jaren van het ontstaan het woordje 'armoede' aan deze winkels en de slogan 'andermans rotzooi kopen', tijden veranderen. Het bezoeken van dit soort winkels is niet alleen aangenaam, maar vooral een spannende bezigheid. Niet zelden worden er in het populaire programma 'Tussen kunst en kitsch' voorwerpen getoond van aanzienlijke waarde, gewoon opgeduikeld in de kringloopwinkel. En zo raar, ook wij gaan dan na zo'n bijzondere vondst weer met hernieuwde moed op jacht naar dat ene, waarvan een deskundige van genoemd programma zal vragen: 'Hoe komt u hieraan?' Onlangs bezochten we een kringloopwinkel in Genemuiden. Ik noem met opzet de naam omdat deze winkel mooie spullen verkoopt tegen merkwaardig lage prijzen. De ruimte is beperkt, toch is naast meubilair, curiosa en serviesgoed ook een grote boekenvoorraad en een ruime sortering nette kleding. En wil je een hoed voor de zondag of voor de week, de slagingskans is groot. We wandelden wat rond en zagen opmerkelijke voorwerpen, waarvan ik me afvroeg wat het nu precies was en waarom iemand dat ooit kocht. Een bak met allerlei kaarten, van ansichten tot merkwaardige wenskaarten, van nietszeggende tot gedurfde afbeeldingen trok mijn aandacht. Al grabbelend hield ik plots een kaart van oud Zwolle in handen. Het was de Grote Markt omstreeks 1900. Een paar panden herkende ik zelfs. Omdat mijn kleindochter in haar studententijd in een koffie- en broodjeszaak in één van die smalle pandjes haar financiën op peil probeerde te houden, kocht ik de kaart. Leuk om in te lijsten en haar daarmee blij te maken. Bij verder graven vond ik nog negen andere kaarten van de Overijsselse hoofdstad. Of het zo moest wezen: tien kaarten voor één euro en heel gelukkig verliet ik de winkel. Thuisgekomen lei ik de kaarten op tafel. De drie leukste fotografeerde ik en zet ik op deze blog. Als vanzelf kwamen de herinneringen. De Grote Markt is het hart van Zwolle, waar de vermoeide en de minder vermoeide mens heerlijk op één van de terrassen kan zitten. Niet alleen mensen kijken, maar ook geveltjes kijken. Eens ben ik in één van de restaurants niet lekker geworden en kwam er een arts op een scootertje in vliegende haast naar het restaurant. Hij deed allerlei onderzoekjes en een goede vriendin die bij me was riep na elke uitslag: 'Die is goed'. Grappig, want we werkten beiden in de Isala kliniek. Dan is er een een afbeelding van Nieuw Haven, richting Luttekestraat anno 1900. Ook die plek is overbekend. Het is de ingang van het winkelgebied. Ik sloot even de ogen en zag ons als scholieren na een fietstocht van zeker 15 kilometer vanuit de straat links komen en oversteken naar de straat rechts. Altijd in volle vaart, want de school lag aan de Ten Oeverstraat, vlak bij de Assendorperdijk. De laatste kaart vond ik bijzonder. Het is de Havenbrug tijdens hoog water in 1916. Ook die brug passeerden we vroeger in rap tempo. Kringloopwinkels bezoeken, een alleraardigst tijdverdrijf op gure en donkere dagen. Op zoek naar iets waar deskundigen van 'Tussen kunst en kitsch' sprakeloos zullen worden. Daarbij vooral een plek van feest der herinnering...  

 


 


 


 

Van boven naar beneden: de Grote Markt, Nieuwe Haven ingang Luttekestraat en de Havenbrug tijdens hoog water in 1916. 

woensdag 18 maart 2026

Vandaag. Oorlogen, verwoestingen, doden, rouwenden, vluchtenden, honger en nog veel meer ellende. Het staat haaks op deze stralende lentedag. De dag van de landelijke verkiezing voor gemeenteraden. Dit alles in de Stille Tijd, de weken als voorbereiding op een juichend Pasen. De natuur ontwaakt, alles bot uit en vertelt over schoonheid. Maar de wereld is druk met overleven, druk waar het 'landje-pik' en verdedigen betreft, druk ook om in ons goede land orde en recht te bewaren en op te komen voor de armen en ontheemden. Het is toch om te huilen hoeveel mensen hier dakloos zijn? Hoe er elke nacht wel weer vechtpartijen zijn met vaak dodelijke afloop. Hoe ouderen 's avonds niet meer op straat durven te gaan, hoe onze huizen in de donkere uren voorzien zijn van felle buitenlampen. Zie hier, een kleine opsomming van de achteruitgang veroorzaakt door een stel gekken die de wereldorde bepalen in binnen- en buitenland. Vanmorgen even de kerk binnengelopen, waartoe ik behoor, om mijn wensje in te kleuren met een nogal stomp potlood. Op mijn vraag 'Loopt het een beetje', knikte het drietal glunder. 'Een hele zit', merkte ik op waarop ze vertelden dat het heel gezellig was met een blik op de koffiepot en de koekjestrommel. Bij het verlaten keek ik even naar ons stiltecentrum en mijn oog viel op de ikoon waarop Jezus met de Samaritaanse vrouw in gesprek is. Even voelde ik voldoening, want had ik destijds niet de schrijfster van deze ikoon benaderd? Een ikoon schilder je niet, maar schrijf je, zo leerde Jansje me. Omdat onze kerk 'De Bron' heet vond ik de ikoon 'Jezus in gesprek bij de bron' heel passend. Toen ik een haastige blik sloeg op de nu lege kerkzaal leek er een stil verwijt tot me te komen. Iets van 'waar zit je toch de laatste tijd' en 'je was altijd zo lekker actief in de gemeente'. Zonder woorden kwam mijn antwoord. Ik ben vaak in dat dorp in Noord-Drenthe en dan kerken we in de Bonifatiuskerk, de oudste kerk in Drenthe. Het is fijn om in dat oude godshuis te zijn met die kleine ramen en die dikke muren. Om dan weg te mijmeren en te denken hoeveel mensen daar de zondagsvieringen hebben bezocht met in hun binnenste alle soorten van gevoelens. Twee jaar geleden was ik aanwezig in de Paasnacht en toen ik gezegend werd met het in doopwater getekende kruisteken op mijn voorhoofd en de woorden klonken 'ook jij mag een kind van God zijn' was dat één van de mooiste momenten in mijn leven. Dit alles vloog door mijn hoofd toen ik de kerk verliet na het stemmen. En ik wist opnieuw, hier hoor ik, dit is mijn haven... 

Daarna een rondje Trekvaart om tot rust te komen. Het water was onnatuurlijk blauw gekleurd, zwanen en eenden wasten zich en doken regelmatig kopje onder voor voedsel, kieviten lieten zich horen en een witte reiger stond te vissen. Schone, veilige, kleine wereld, waarin ik mag leven. Naast een geluksgevoel overviel me ook een soort schuldgevoel toen ik dacht aan al die mensen in oorlogsgebieden...

 


   


 


 

vrijdag 13 maart 2026

Het heeft even geduurd voordat ik er toekwam de blog bij te werken. Dat heeft te maken met een een soort 'prop' vanwege alle onrust in binnen- en buitenland. Allereerst binnenland. Ik schreef er al eerder over dat ik niet gerust was over wat Jetten en Bontenbal er van zouden maken. Dat had te maken met die vreselijke Dilan. Ze lachte me steeds wat te verleidelijk met speelse stootjes naar beide heren. Dat zijn goeie kerels. Geen wonder dat ze zich de kaas van het brood hebben laten eten. En nu zitten we met de gebakken peren: Dilan heeft zichzelf beloond met de portefeuille van Defensie, daarbij vice-premier en of dit al niet genoeg is ook nog eens partijvoorzitter van de VVD...

Die andere dame, ene Mona Keijzer is ook door de wol geverfd. Ook dat heb ik geschreven. Ach die Caroline, een goede en rondborstige meid, begaan met de boerenstand. Niet berekend op die grote verkiezingswinst en in paniek Mona aangetrokken omdat Caroline zichzelf niet als premier de hele wereld zag rondvliegen in nette kleren. Mona was net ontslagen door Rutte en zat mokkend in haar mooie huis. Knopen tellen: het premierschap kwam in zicht. En wat heeft ze haar best gedaan. Ze zat in alle praatprogramma's, mocht vaak mee als er ergens weer vergaderd werd op een leuk plekje en zorgde dan wel dat ze steeds met haar rolkoffertje gevangen werd door de camera. En nu? Ze gaat alleen verder...

Dan is er nog Trump, die door Netanyahu de oorlog in het Midden-Oosten is in gerommeld. Hij noemt dat een excursie en vermijdt het woord 'oorlog'. Omdat hij tijdens de verkiezingsrace de kiezers beloofde geen oorlogen te gaan voeren. Poetin bedacht immers ook een ander woord voor die verschrikkelijke al vier jaren durende slachtpartij... Iran slaat terug en laat geen schepen meer door de Straat van Hormuz varen.  en Trump maakt de Amerikanen wijs dat de 'excursie' bijna voorbij is en dat Amerika heeft gewonnen. Ondertussen staan meerdere olietankers in de Straat van Hormuz in brand....

En nu? Benzineprijzen schieten omhoog. Evenzo de prijzen van gas. Als dit langer duurt zullen ook boodschappen en nog veel meer dingen in prijs stijgen.

Dan heb ik het nog niet over Gaza, over Soedan. Maar het allerergste is als die mensen die hun leven verliezen, merendeels jongeren. Mochten ze het overleven, getekend zijn ze waar het geest en lichaam betreft voor de rest van hun leven. En de schurken? Ze halen hun schouders op...

  



 

 Een kabouterpad lopen helpt even om de waan van de wereld los te laten...

 

dinsdag 3 maart 2026

Ze had zich gedeeltelijk verstopt achter de brede rug van Boeddha. Zo kon ze ongezien de tranen laten gaan. Tot ik haar zag. Het was vooral de herkenbaarheid in haar verdriet die me deed me besluiten deze treurende Moeder Gods onderdak te bieden.

'Ik ben een beetje door de heiligheid heen en het aanvullen wordt steeds moeilijker', vertelde de eigenaar van het ludieke snuffelzaakje, waar ik op gezette tijden op adem pleeg te komen. 'Boeddha's doen het op dit moment heel goed, haast niet aan te slepen. En verder, nou ja kijkt u maar.' En met een brede armzwaai nodigde hij me uit toch te gaan snuffelen. Ik wrong me langs de poppenhuizen, mierzoete Maria's, een kast vol wierookstaafjes, wijwaterbakjes, kleurige stofjes en Boeddha's groot en klein met steeds dezelfde verziende blik. En toen zag ik nog net een tipje van haar op de onderste plank van een openstaande kast. Ik knielde neer en trok haar behoedzaam achter de brede rug van een grote grijze Boeddha vandaan. Haar tranen leken in een geruisloze stroom neer te vallen, onafgebroken. Ze was prachtig in al haar deernis. Het hoofd naar voren gebogen en half gesluierd. De ogen gesloten om vooral niets meer te hoeven zien. De strakke rechte neus verhoogde de verfijnde trekken. Maar ach, op haar voorhoofd zat een kras en ook haar wang was gehavend. De glazuurlaag liet kennelijk los op die plek. Het mooist was haar hand, slank en gevoelig, ze bedekte daarmee haar hart. Ik zette haar voorzichtig op de toonbank en de meneer er achter rolde Maria in een krant en nog een krant, stopte toen het pakket in een plastic tasje. 'Veel plezier er mee', zei hij en dat klonk weinig eerbiedig. Thuis zette ik de treurende Moeder dicht bij de Paaskaars. Ze kon best wat troost gebruiken. En toen liet het Stabat Mater van Pergolesi voor haar klinken. Ze leek tot rust te komen en aandachtig te luisteren...

 

 

De treurende Moeder Gods...
 

vrijdag 27 februari 2026

De nacht was tobberig en doorwaakt, een opkomende hoofdpijn lag op de loer. Om dat voor te wezen stond ik vroeg op. Zitten op de bank met een kop warme thee in de nog duistere kamer en luisteren naar de eerste geluiden van een beginnende dag. Voor het huis van de buren stopte een auto, het licht van de grote koplampen leek uiteen te vallen in alle richtingen. Een helle bundel tekende op het plafond het voorraam van mijn huis af in alle diagonalen en in rechten. Daartussen ontdekte ik het nepglas-in-lood in fijne lijntjes. Het geluid van de draaiende motor buiten stond haaks op het roerloze lichtspel boven me. Snelle voetstappen repten zich voorbij, stemmen, een portier werd dichtgeslagen, langzaam zette de auto zich in beweging. Sprakeloos keek ik naar de muur tegenover me. Was het plafond al het aanzien waard, voor mijn ogen voltrok zich nu een toverachtig spel op de lichte muur van het schoonmetselwerk. De planten uit de vensterbank zagen er grotesk uit al was ik Kleinduimpje staand aan de rand van een sprookjesbos. Het traag voorbij glijdende licht deed de planten in zelfde traagheid voorbij trekken op de muur. Alles werd gevat in de nu herkenbare lijnen van de raamkozijnen, die zich ook langzaam leken te verplaatsen. Wonderlijk was dat de ingelijste engel binnen buiten het bewegingsspel bleef en in het heldere stille licht me bemoedigend aanzag. De wit gevederde vleugels lieten zijn gezicht nu ternauwernood vrij. De auto reed weg, de betovering was verbroken, de kamer hulde zich weer in stilzwijgend donker. Toen pas drong het tot me door dat de mooiste momenten binnenshuis voor de bewoners ongezien blijven. Ik nam nog wat thee en vroeg me af waarom ik niet eerder op de meest vroege momenten deze plek had opgezocht om naar de eerste geluiden te luisteren of een onverwacht lichtspel op plafond en muur in verwondering voorbij te zien glijden. In dit ogenschijnlijk gewone de schoonheid te proeven en daarin te worden opgenomen. Om daarna de voorbije betovering op te slaan op het netvlies van de ziel en te koesteren. In de schemer schonk ik het laatste restje thee uit de pot, knikte naar de engel en vroeg zacht: 'Zag jij ook wat ik zag?' Een voorbije lichtflits leek hem te doen bewegen in zacht beamen...

  


 

dinsdag 24 februari 2026

Af en toe kom ik de openbare bibliotheek in Zuidlaren. Het is er gezellig en ik zit er graag. Er is koffie of thee en ook nog eens gratis. Vorige week streek ik er neer, mijn maatje zocht boeken, voor elke dag één in de komende week. Ik was moe want naast me zijn nieuwe buren neergestreken en die zijn drastisch aan het verbouwen geslagen met de nodige geluiden van boren en hameren. Ik nam koffie, zocht een blad en ging zitten met Volzin. Dat is een blad voor religie en samenleving en ik herinner me dat de voorloper van dit blad Hervormd Nederland was. In 2002 werd dat dus Volzin en het duurde een tijdje voor dat het blad een lezenswaardige plek kreeg. Waarom schrijf ik hierover? Wel als columnist van Christelijk Weekblad werden de kerkbladen altijd op maandagmorgen in Trouw besproken. De bladen werden nauwkeurig tegen elkaar afgewogen, dan kreeg de één goede recensies, dan weer de ander. Wij scribenten hielden dat goed in de gaten. Inmiddels is Christelijk Weekblad ter ziele gegaan en Volzin is er nog. Ik tuurde langs de koffie naar buiten. Er stond een opblaaspop, een volumineuze dame met het bordje 70. En ik dacht aan de jarige en ben altijd nog blij dat er voor mij nooit een pop is neergezet. Vanaf de voorzijde van Volzin keek Dirk de Wagter mij aan en deze Belgische psychiater heeft meestal wel wat zinnigs te vertellen. Ik bladerde nog even verder en kwam Sigrid Kaag tegen, Henk Helmantel verkondigde zijn mening, Hein Stufkens had een visie, evenals Desanne van Brederode. Volzin was de kinderjaren voorbij gegroeid, want dit zijn toch allemaal mensen die wat te vertellen hebben. Ik wil ze niet meteen Lichtdragers noemen, maar je wordt er niet minder van hun zienswijze tot je te nemen. De rust in de bibliotheek deed me goed. Ik hoorde een jongeman uit een ander land moeizaam lezen in een vast ritme. Dat langzame spellen van de tekst was voor mijn vermoeide geest heilzaam. Iets verder zat iemand achter een laptop te worstelen. Een medewerker van de bieb kwam helpen en dan die vreugde als het onbegrepene begrijpelijk wordt gemaakt. Ik herkende het en dronk koffie. De pop buiten wiegde door de wind wat heen en weer. Er stonden sneeuwklokjes in de tuin van de jarige en ik dacht aan mijn sneeuwklokjes in de voortuin en hoe ze ieder jaar weer zich weer door die aardkorst naar boven werkten. De moeheid ging over in rust en die rust ging over in wegdommelen. Niet lang, want een bibliotheekjuf schoof langs me heen met de gebruikte kopjes. En ik begon aan het artikel met Hein Stufkens...