Overbrugd

Overbrugd

dinsdag 10 februari 2026

Er stonden op de laadbak van de vrachtauto zeker twintig fietsen. Er naast waren ongeveer een zelfde aantal fietsen. Fietsen in allerlei uitvoeringen en ook van verschillende leeftijden. Mijn oog bleef rusten op een fiets met een kinderzitje in roze uitvoering. Een groep handhavers van de gemeente was met ongewone ijver bezig met het laden. Ik was op weg om een nieuwe waterkoker te kopen, de huidige lekte en de combinatie water en elektriciteit leek me niet goed. Maar nu stopte ik toch even en vroeg: 'Worden die fietsen verkocht?' Misschien was ik getuige van een brutale diefstal, zo schoot door me heen. 'Nee mevrouw, deze fietsen stonden buiten de aangegeven vakken, dus worden ze verwijderd'. Het was een piepjonge handhaver met klare ogen die uitleg gaf. En toen ik verder vroeg, vertelde hij dat de gemakzuchtigen op de site van de gemeente konden zien waar ze de fiets konden ophalen. 'Wel een flink eind van hier', besloot hij opgewekt. Het kwam dus goed en ik wandelde tevreden over de brug en genoot van de IJssel. En nu het rare, ik wist eigenlijk maar één zaak waar ze nog fatsoenlijke waterkokers verkochten en ik besloot niet te kieskeurig te zijn. Een aardig jongmens wees me de plek: vijf waterkokers in totaal. Drie er van in kleur, één kon maar 1 liter water verwarmen en de vijfde kende ik als een rumoerig ding. Dus mis. Ik bedankte de verkoper en liep nog even over de maandagmorgen markt. Was dat jaren geleden niet een feestje van shoppende mensen, lange rijen tenten waar aangeprezen, gehandeld en afgerekend werd? Nu stonden er nog maar een paar stalletjes, merendeels met groente, brood- en vleeswaren, hier en daar klanten. Ik ging naar huis en mijmerde dat in vroegere tijden waterkokers in meerdere winkels te koop waren en op de markt letterlijk alles voorhanden was. Het merendeel van de mensen bestelt vandaag de spullen online, jonge jongens rijden en rennen zich te pletter om voor een hongerloontje de bestelde materialen af te leveren. De vooruitgang, die mensen nog kooplustiger maakt. Ik zette koffie, keek naar buiten en bedacht even wat brood op voederplank te leggen. Met een mok warme koffie in de handen keek ik hoe de meeuwen kwamen. Eerst één, die vol ongeloof op de plank ging zitten, toen de rest in een werveling van wit gefladder en gekrijs. De handhavers, de fietsen, de waterkoker, de sfeerloze markt, alles schoof naar de achtergrond. Dit was als voorheen, het was een halve minuut puur genieten... 

  



 

maandag 9 februari 2026

'Rouw om huisdieren is soms dieper dan om mensen', dat stond boven een artikel in Trouw. Het trok mijn aandacht, omdat ik daar drie keer mee te maken kreeg. Het gaat om een emotionele bandTrouw vervolgt: Voor veel mensen weegt het verlies van een huisdier net zo zwaar als dat van een familielid of vriend. Voor één op de vijf was het verlies van een dier zelfs zwaarder. Volgens een nieuwe studie. Zover wil ik niet gaan in het verlies van mijn dierbare katten, maar ingrijpend is het zeker. Pure rouw, je bent van slag en ook een beetje ziek. Vooral als jezelf de beslissing moet nemen. En dan kan de dierenarts wel troostend zeggen: 'Het is liefde om je dier niet langer te laten lijden. U hebt de juiste beslissing genomen', het blijft rouw en rouw kan heel rauw aanvoelen.

Lodewijk, zo heette onze grote zwarte kater, met een witte plek op de kop en vier gedeeltelijk witte poten. Het leek of hij kousen droeg. We waren zeer op hem gesteld en hij op ons en verdedigde onze tuin tegen buurkatten. Dat werd uiteindelijk zijn dood, want één van de katten had kattenaids, zo werd na de dood van Lodewijk vastgesteld en had hem besmet. Acht jaar werd hij en we waren alle zes ontdaan. Ons gezin was niet meer compleet. Ik schreef een paginagroot artikel over Lodewijk en stuurde dat naar Christelijk Weekblad. Eindredacteur Theo Klein twijfelde of dit wel geschikt was, tenslotte stond het er toch in. Een schot in de roos. Lezers waren ontroerd vanwege de herkenning, er kwamen veel reacties.

Na verloop van tijd deed Willem zijn intrede, nu een rode kater, opnieuw uit het dierenasiel. Willem vond moeiteloos een plek in ons gezin. Eerst nog wat verlegen, maar weldra voelde hij zich thuis. Was speels en wandelde graag door de tuin. Hij had een reuze hekel aan Minetje de buurkat. Zat ze in onze tuin te zonnebaden, dan joeg hij haar opgewonden naar het huis waar ze hoorde. Soms sprong hij op het aanrecht om poolshoogte te nemen. Hij was er toen we door diepe dalen gingen vanwege de ziekte van mijn lief. Troostend. Achttien jaar was hij toen het niet meer ging. De dierenarts kwam en we waren zeer bedroefd. Hij werd net als Lodewijk begraven in de tuin, op een plek waar hij graag zat. De eerste weken stond ik vaak aan zijn grafje.

Na een half jaar ben ik opnieuw gezwicht, nu voor Abel. Weer een kater, heel licht rood en een Britse korthaar. Opnieuw uit het asiel. Abel was niet alleen heel mooi, maar ook nog eens heel lief. Hij liep statig door huis en mocht in eerste instantie naar buiten. Maar dat leverde problemen op met een griezelige vechtersbaas van de achterbuurman. Abel werd een huiskat en dat ging heel goed. Op warme dagen lag hij in de vensterbank met zijn poot door het half geopende raam. Vaak hoorde ik de krantenbezorgster met hem keuvelen. Soms tikte hij voorzichtig op mijn bovenarm om te melden dat hij er ook nog was. Ontroerend vond ik als hij zijn poten om mijn hals sloeg. Abel kreeg darmproblemen. Vermmoedelijk had hij een kwaadaardige tumor. Heel lang heb ik trouw alles opgeruimd, hij vermagerde en toen hij twee maal een schreeuw gaf, die ik duidde als een pijnkreet, heb ik de loodzware gang naar de dierenarts gemaakt. Bijna achttien jaar geworden en hij kreeg een graf tussen de zonneogen. Abel mis ik nog steeds hoewel het veertien maanden geleden is. Speeldingen en etensbakje heb ik bewaard, af en toe houd ik ze in mijn handen.

Waar zit nu die band tussen het dier en zijn baas? Vooral in het feit dat ze voelen wanneer je slecht in je vel zit of dat je bezorgd bent over iets. Er zijn zelden conflicten, ze zijn altijd blij als ze hun baasje zien. En trouw zijn ze, eindeloos trouw...

 



 Dit is Abel...

dinsdag 3 februari 2026

Er worden meer kerken afgebroken dan dat er nieuwe worden gebouwd. Toch is dat laatste het geval in ons goede dorp. Immanuël, zo heet de onlangs geopende kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente. Weerstand was er alom omdat de kerk op een prachtige lokale plek stond, dicht bij allerlei voorzieningen voor ouderen. Omdat er weinig seniorenwoningen worden gebouwd, was deze plek uitermate geschikt voor de realisatie van een knus woonerfje. Heel langzaam verdween het gemor want de kerk zag er vriendelijk, tegelijkertijd stijlvol uit. Na de inwijdingsdienst mochten de dorpelingen kijken, onder het genot van koffie of thee. Omdat we best nieuwsgierig waren hoe het interieur was, mengden we ons onder de belangstellenden. En het werd nog een plezierig bezoek ook. Ruime hal, veel belendende zalen met schuifwanden. Voor het geval dat de 650 zitplaatsen onvoldoende zouden zijn, kon men door eenvoudige handelingen uitbreiden naar 850 plekken. Dure materialen, kerkbanken voorzien van smetteloze lichte bekleding. Veel heren, wat minder dames, merendeels in rok gehuld. Duidelijke verschillen waren zichtbaar, geen bloemen, geen Paaskaars. Maar wat heel warm aanvoelde was de blijdschap van de gemeenteleden en die werkte zeer aanstekelijk. Ook wij werden blij. Op de tafels torentjes van opgestapelde vulkoeken, schalen met royale plakken goudgele cake en koffie van vriendelijke dames. We gingen in gesprek met de voorzitter van de bouwcommissie. Hij straalde. Toen ik tenslotte de opmerking maakte dat die heerlijke vulkoeken vast niet uit een supermarkt kwamen, zei hij zachtjes: 'We hebben een gemeentelid die de dochter is van een banketbakker. Zij heeft er 600 gebakken.' Hij noemde haar naam en wat is toeval, de bakster heeft jarenlang tegenover ons gewoond. Het werd steeds drukker in de kerk, de koster was net met ons een praatje begonnen toen hij ontdekte dat avontuurlijke jongetjes halverwege de preekstoel waren. Het gesprek stopte, de koster vermaande de jongens. Het orgel liet zich horen. Misschien toch wat te klein voor deze kerkzaal? In de hal nog even voor een mozaïk kunstwerk gestaan. Geloof, Hoop en Liefde, gemaakt door de vrouwengroep. Het lijkt een actieve en saamhorige kerkelijke gemeente te zijn. Bij alle kerken in ons dorp mag deze er wat schoonheid betreft best wezen. Al is het niet onze richting, blij zijn met de blijden, wat is daar tegen?

 


 

donderdag 29 januari 2026

Bij het opstaan zag ik het al, opnieuw een dik pak sneeuw. Heel geruisloos had koning winter vannacht alles van een dikke muts voorzien. Ik pakte de yogakleding en na het ontbijt deed ik de ijzers onder mijn wandelschoenen. Keek voor de zekerheid nog even op mijn mobiel, zowaar een bericht van onze yogadocente dat de les vanwege het weer was afgeblazen. Schoenen uit, yogakleren uit de rugzak en in de kriekende morgen zat ik op de bank met een kop koffie. Heel raar, even wist ik niet wat ik met deze onverwacht vrije ochtend moest aanvangen. Het sneeuwde zachtjes. Onverwachte ijver deed me naar buiten snellen, ik nam de sneeuwschuiver en begon bij de voordeur te schuiven, richting trottoir. De sneeuw was maagdelijk wit en lekker rul, dus vooruit voordat het door voorbijgangers werd vastgelopen maakte ik de hele stoep sneeuwvrij. Ik kreeg er plezier in en maakte ook in achtertuin mooie paden: naar het vogelhuis en vervolgens helemaal tot aan het prieel. Een duif zat wat eenzaam op het vogelhuisje en genoot even later van de met gulle hand uitgestrooide zaden. Daarna brokkelde ik twee boterhammen in kleine stukjes, vluchtig beboterd, want daar hebben vogels behoefte aan en legde een paar flinke handen met brood op de voederplant. Zo grappig, ik hoorde de schreeuw van een meeuw. De rest van het brood gooide ik op het schoongemaakte deel van het pad. Ervaring heeft me geleerd dat er een grote groep meeuwen op af komt en dat er op de plank maar voor enkelen plek is. Nauwelijks binnen was het brood al weg. Iedere keer sta ik weer verbaasd hoe snel ze het weten, komen aanvliegen, in een snelle duik een stukje brood veroveren. Wat nu? Ha de krant en het vroege journaal. De formatie was voor elkaar, er verschenen drie vermoeid ogende kopstukken op het scherm. Met een zekere achterdocht keek ik naar Dilan, zeer opgewekt en beurtelings lonkend naar Jetten, dan weer naar Bontenbal. Ze kan onderhandelen met het mes tussen de tanden, zo hoorde ik gisteren een deskundige zeggen. 'Aan de slag', dat is de slogan. De rest van de dag sneeuwde het, eigenlijk vond ik het wel goed. Deed een paar puzzels, appte met een kind en schreef naar een ander kind een kaartje. Nam weer eens een kop koffie, maakte een foto van het betonstorten van mijn nieuwe buren en aan het eind van de morgen nestelde ik me op de bank met het boek dat we als leden van de literatuurkring lezen, 'De belofte'. Ik vergat alles en las en las, een prachtig boek van Damon Galgut. Zo vulde zich een onverwacht vrije morgen toch geruisloos in...

 


 



 


maandag 26 januari 2026

De afgelopen dagen stonden de kranten weer vol, vol over de 'capriolen' van de machtigste man van een zeer machtig land: Donald Trump. En u, beste lezer, mag zelf invullen hoe Europa met deze grote tegelijkertijd kleine man, moet omgaan. ik zat er nog wat over te piekeren, maar zie de Pauscast bracht de oplossing. De Pauscast is een nieuw programma op de zondagmiddag op NPO 2 om 17.10 uur. Stijn Fens is presentator en tegelijkertijd gespreksleider in de kring, hijzelf meegerekend, van drie personen. Stijn Fens ken ik uit die tijd toen ik schreef voor Christelijk Weekblad. Twintig jaar lang, want men kan me veel verwijten, maar trouw ben ik wel. Stijn las mijn artikelen die vaak over het rijke roomse leven gingen en meende daarin toch dingen te ontdekken die hem deden vermoeden dat ik uit de protestantse hoek kwam. En dat klopte. Maar Stijn noemde me Ally en daarin moest ik hem per brief wel corrigeren. Verder zat er een Vaticaankenner aan tafel en nummer drie was ds. Ad van Nieuwspoort. En dat was een oud-collega columnist van mij, ook al uit de periode van het bovengenoemd blad. Ds. Van Nieuwspoort had een overvolle agenda en niet zelden kwam er een noodkreet uit Leeuwarden, daar zetelde de redactie van de blad, of het goed was dat ze alvast een column van mij publiceerden omdat de column van ds. Ad van Nieuwspoort nog niet binnen was. Het gesprek ging over de wereldpolitiek en hoe de kerk of liever de gelovige hierin zijn weg moest vinden. Misschien, misschien toch was Boven mijn toenemende zorg waargenomen? Ds. Van Nieuwspoort had onlangs over deze beladen onderwerpen een boekje geschreven met als titel 'Buig niet'. Ik krabbelde de titel op een Sudokuboekje, terwijl ik het gesprek volgde. Van Nieuwspoort vertelde dat hij bezig was met een preek over Daniël en hoe het verhaal over keizer Nebukadnezar hem bekend voorkwam. De grootheidswaanzin. Hoe Daniël ook onder koning Belsassar zichzelf bleef en onder koning Darius, tegen de verboden in, niet boog voor de koning maar bleef bidden tot God. Daarop werd hij in de leeuwenkuil geworpen, maar de leeuwen lieten Daniël ongemoeid. Koning Darius was opgelucht en Daniël werd in ere hersteld. Het gesprek kwam ten einde en ik stond op voor een kop koffie. Het hield me bezig, dat 'Buig niet' en het sprak me zeer aan. Vandaar dat ik het graag doorgeef. Maar hoe moet het nu verder met die grote, tegelijkertijd kleine man en die wereld die overal in brand staat...

  


 Illustratie van Letizia Galli uit Mijn eerste bijbel, uitgegeven door Averbode.

donderdag 22 januari 2026

Een dag in januari. Grijs. Het was opgehouden met sneeuwen, al viel de hoeveelheid mee, toch zag de wereld er anders uit. In de verte liep een wandelaar, ik volgde op afstand en liet de gedachten de vrije loop. Op de cadans van mijn stap hoorde ik opeens: 'Waarover wil je dat ik schrijf.' Het was een dichtregel, ooit moest ik dit gezegd hebben in het kerkelijk programma van de regionale omroep. Was het van Hoornik, Achterberg, Ida Gerhardt? In een helder weten kwam opeens het antwoord: 'Nijhoff, het was van Martinus Nijhoff.' Nijhoff werd als oudste van vijf kinderen in 1894 in Den Haag geboren. Zijn vader had een uitgeverij, zijn moeder was schrijfster en zeer religieus. Na het gymnasium en de studie rechten mocht hij zich in 1915 Dr. Marinus Nijhoff noemen. Een jaar later trouwde hij met Antoinette Wind, datzelfde jaar werd hun zoon Wouter Stefaan geboren. Het huwelijk was één grote vergissing en Nijhoff zou de problematiek 34 jaar meedragen. In 1950 ging het paar uit elkaar, Nijhoff hertrouwde met de actrice Georgette Hagedoorn.

Thuisgekomen van de wandeling vond ik het gedicht tussen allerlei paperassen en opnieuw overviel me de ontroering. Nijhoff herschreef het gedicht in een milde vorm. Ik zag ze staan, twee mensen, die niet met elkaar en niet zonder elkaar konden leven. De dagenlange wederzijdse boosheid leek geluwd, terwijl ze bezig was met de koffie, waagde hij het er op en stelde plots de schijnbaar gewone vraag: 'Waarover wil je dat ik schrijf'. Dit staat voor: 'Laten we het weer goed maken. 'Dan zegt ze slechts drie woorden: 'Een nieuw bruiloftslied.' Ze vormen een schitterend 'ja'.

Impasse

 Wij stonden in de keuken, zij en ik. / Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag. / Maar omdat ik mij schaamde voor.de vraag / wachtte ik het onbewaakt ogenblik.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf, / en de kans hebbend die ik hebben wou / dat zij onvoorbereid antwoorden zou, / vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf.

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan. / Weer is dit leven vreemd als in een trein / te ontwaken en in een ander land te zijn.

En zij antwoordt, terwijl ze langzaam-aan het drup'lend water op de koffie giet / en de damp geur wordt: een nieuw bruiloftslied. 

 Op 26 januari 1953 overleed Nijhoff plotseling aan een hartziekte. Hij werd begraven op het Haagse Westeinde. Dichters eren overleden dichters veelal met een gedicht:

Achterberg dichtte over de begrafenis: Twijfelend bij een halte in de stad, / vroeg ik de aanspreker de kortste weg. / Ik moet er ook naar toe, heeft hij gezegd, / de tuinman en de dood, heb ik gedacht.

Guillaume van der Graft zocht het met prachtige woorden in het werk van de dichter: Eenvoud voltooide hem steeds meer. / De taal begreep steeds beter wat hij zeggen wilde. / Gebeurtenissen die hij navertelde verplaatsten /  zich hoorbaar in zijn verhaal.

Poëzie van Martinus Nijhoff, toegankelijk en tijdloos, schoon in woorden. Ik keek naar buiten. Opnieuw was het gaan sneeuwen... 

  


 

maandag 19 januari 2026

Met een schok las ik de berichtgeving van het overlijden van Dom Korneel Vermeiren. Het was even afdalen in mijn geheugen en toen wist ik het weer. Deze zeer invoelende mens, met zijn mooie stem en taalgebruik, ik moet over hem schrijven. Het was in 2005, onze predikant en ik togen naar Abdij Koningsoord in Berkel-Enschot om een retraite van gemeenteleden voor te bereiden. De ontvangst was hartelijk en toen we even later tegenover abt Korneel, voor die dag gastenbroeder, zaten deed koffie de rest. Het werd een mooi en open gesprek en de contouren van de bezinningsdagen waren al snel zichtbaar. Een jaar later vond de retraite plaats en van mijn vrij zorgeloze 'ik' was niet veel meer over: mijn lief was overgegaan naar de wereld van het Licht. Broeder Korneel wist er van en regelmatig kwam hij even naar me toe en zei dan heel zacht: 'Gaat het?', een vorsende blik, vol mededogen, vol begrip. Naderhand hebben we nog een poos gemaild in een heel open correspondentie. Hij schreef troostende woorden en hielp, zoals meer lieve mensen om me heen, het leven weer op te pakken.  Ik zocht het boek 'Goudzoekers' op, dat in 2005 verscheen bij uitgeverij SkanDalon. Daarin stond ook broeder Korneel, toen nog abt. Karakteristieke uitspraak van hem:  'De abt vergete niet zijn eigen ziel.' Een dienend leven, Dienend met een hoofdletter. Geboren te Meer (B) in 1938 als tweede kind van negen kinderen in een boerengezin. Kon goed studeren en na het Klein Seminarie in Hoogstraten trad hij in 1963 in bij de monniken van Maria Toevlucht te Zundert. Hij legde in 1969 zijn eeuwige geloften af en op 1 november 1974 ontving hij de priesterwijding. In 1990 veranderde hij van stabiliteit naar Abdij Koningshoeven  en was daar van 1990 tot 21 december 2005 resp. overste en abt. Bij het herlezen van de advertentie viel me op dat wij beiden op 21 augustus zijn geboren. Zat daarin mogelijk die snelle vertrouwensband? Zijn sterfdag viel op 'het feest van de Doop van de Heer', heel bijzonder. Treffend waren die enkele woorden boven berichtgeving 'Gaan wij op weg naar het huis van de Heer' (psalm 122.1) In abdij Koningshoeven zal hij zeer gemist worden, maar de engelen hebben hem vast in triomf binnengehaald. Waar? In die wereld van het Licht...



Bovenstaande foto komt uit het boek Goudzoekers van uitgeverij SkanDalon. Een prachtig kijk- en leesboek. Bijzonder is dat in het woord 'Goudzoekers' de letter U in goud is afgedrukt. Misschien een kleine verwijzing om even het woord zonder 'U' te lezen. Er staat dan 'Godzoekers'. Een prachtige vondst...