Vervolg:
Op een fraaie zomerdag duwde ik het smeedijzeren hek van het kleine dorpskerkhof open. Ik was op zoek naar zijn graf. Niet alleen uit piëteit, maar ook uit nieuwsgierigheid. Mogelijk waren er op de grafsteen aanknopingspunten naar het bewuste lied? Dicht bij een brede treurwilg vond ik het graf. Het lag gedeeltelijk in de schaduw en gedeeltelijk in de zon. Mooie symboliek voor de levensloop van een mens. De steen was dof en glansloos geworden in de loop van de vele seizoenen. De in de grafsteen opgenomen bloemenvaas zat vol afgevallen blad. Op de steen stond: 'Hier rust mijn lieve man en onze lieve vader Hendrik Johan Schuitemaker.' Tussen twee jaartallen 1898 - 1965 lag zijn leven. Hij was 67 jaar geworden. In kleine letters stond daaronder 2 Tim. 4:7. Toen ik me voorover boog naar de grafplaat las ik in het midden met moeite: 'Ik hef mijn ogen naar de bergen vanwaar mijn hulp komen zal.' Hun trouwtekst? Thuisgekomen zocht ik het bewuste bijbelgedeelte in Timotheüs op. Ik las: 'Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop teneinde gebracht, ik heb het geloof behouden.' Het sloot feilloos aan bij het bewuste lied.
Nog eenmaal mag hij herleven op een bijzondere manier. En dat door het onverwachte zingen van zijn lievelingslied 'Och, of wij uw geboôn volbrachten!'...
Hier begon hij als hoofdonderwijzer...
En hier eindigde zijn werk als bovenmeester...





