Overbrugd

Overbrugd

vrijdag 13 maart 2026

Het heeft even geduurd voordat ik er toekwam de blog bij te werken. Dat heeft te maken met een een soort 'prop' vanwege alle onrust in binnen- en buitenland. Allereerst binnenland. Ik schreef er al eerder over dat ik niet gerust was over wat Jetten en Bontenbal er van zouden maken. Dat had te maken met die vreselijke Dilan. Ze lachte me steeds wat te verleidelijk met speelse stootjes naar beide heren. Dat zijn goeie kerels. Geen wonder dat ze zich de kaas van het brood hebben laten eten. En nu zitten we met de gebakken peren: Dilan heeft zichzelf beloond met de portefeuille van Defensie, daarbij vice-premier en of dit al niet genoeg is ook nog eens partijvoorzitter van de VVD...

Die andere dame, ene Mona Keijzer is ook door de wol geverfd. Ook dat heb ik geschreven. Ach die Caroline, een goede en rondborstige meid, begaan met de boerenstand. Niet berekend op die grote verkiezingswinst en in paniek Mona aangetrokken omdat Caroline zichzelf niet als premier de hele wereld zag rondvliegen in nette kleren. Mona was net ontslagen door Rutte en zat mokkend in haar mooie huis. Knopen tellen: het premierschap kwam in zicht. En wat heeft ze haar best gedaan. Ze zat in alle praatprogramma's, mocht vaak mee als er ergens weer vergaderd werd op een leuk plekje en zorgde dan wel dat ze steeds met haar rolkoffertje gevangen werd door de camera. En nu? Ze gaat alleen verder...

Dan is er nog Trump, die door Netanyahu de oorlog in het Midden-Oosten is in gerommeld. Hij noemt dat een excursie en vermijdt het woord 'oorlog'. Omdat hij tijdens de verkiezingsrace de kiezers beloofde geen oorlogen te gaan voeren. Poetin bedacht immers ook een ander woord voor die verschrikkelijke al vier jaren durende slachtpartij... Iran slaat terug en laat geen schepen meer door de Straat van Hormuz varen.  en Trump maakt de Amerikanen wijs dat de 'excursie' bijna voorbij is en dat Amerika heeft gewonnen. Ondertussen staan meerdere olietankers in de Straat van Hormuz in brand....

En nu? Benzineprijzen schieten omhoog. Evenzo de prijzen van gas. Als dit langer duurt zullen ook boodschappen en nog veel meer dingen in prijs stijgen.

Dan heb ik het nog niet over Gaza, over Soedan. Maar het allerergste is als die mensen die hun leven verliezen, merendeels jongeren. Mochten ze het overleven, getekend zijn ze waar het geest en lichaam betreft voor de rest van hun leven. En de schurken? Ze halen hun schouders op...

  



 

 Een kabouterpad lopen helpt even om de waan van de wereld los te laten...

 

dinsdag 3 maart 2026

Ze had zich gedeeltelijk verstopt achter de brede rug van Boeddha. Zo kon ze ongezien de tranen laten gaan. Tot ik haar zag. Het was vooral de herkenbaarheid in haar verdriet die me deed me besluiten deze treurende Moeder Gods onderdak te bieden.

'Ik ben een beetje door de heiligheid heen en het aanvullen wordt steeds moeilijker', vertelde de eigenaar van het ludieke snuffelzaakje, waar ik op gezette tijden op adem pleeg te komen. 'Boeddha's doen het op dit moment heel goed, haast niet aan te slepen. En verder, nou ja kijkt u maar.' En met een brede armzwaai nodigde hij me uit toch te gaan snuffelen. Ik wrong me langs de poppenhuizen, mierzoete Maria's, een kast vol wierookstaafjes, wijwaterbakjes, kleurige stofjes en Boeddha's groot en klein met steeds dezelfde verziende blik. En toen zag ik nog net een tipje van haar op de onderste plank van een openstaande kast. Ik knielde neer en trok haar behoedzaam achter de brede rug van een grote grijze Boeddha vandaan. Haar tranen leken in een geruisloze stroom neer te vallen, onafgebroken. Ze was prachtig in al haar deernis. Het hoofd naar voren gebogen en half gesluierd. De ogen gesloten om vooral niets meer te hoeven zien. De strakke rechte neus verhoogde de verfijnde trekken. Maar ach, op haar voorhoofd zat een kras en ook haar wang was gehavend. De glazuurlaag liet kennelijk los op die plek. Het mooist was haar hand, slank en gevoelig, ze bedekte daarmee haar hart. Ik zette haar voorzichtig op de toonbank en de meneer er achter rolde Maria in een krant en nog een krant, stopte toen het pakket in een plastic tasje. 'Veel plezier er mee', zei hij en dat klonk weinig eerbiedig. Thuis zette ik de treurende Moeder dicht bij de Paaskaars. Ze kon best wat troost gebruiken. En toen liet het Stabat Mater van Pergolesi voor haar klinken. Ze leek tot rust te komen en aandachtig te luisteren...

 

 

De treurende Moeder Gods...
 

vrijdag 27 februari 2026

De nacht was tobberig en doorwaakt, een opkomende hoofdpijn lag op de loer. Om dat voor te wezen stond ik vroeg op. Zitten op de bank met een kop warme thee in de nog duistere kamer en luisteren naar de eerste geluiden van een beginnende dag. Voor het huis van de buren stopte een auto, het licht van de grote koplampen leek uiteen te vallen in alle richtingen. Een helle bundel tekende op het plafond het voorraam van mijn huis af in alle diagonalen en in rechten. Daartussen ontdekte ik het nepglas-in-lood in fijne lijntjes. Het geluid van de draaiende motor buiten stond haaks op het roerloze lichtspel boven me. Snelle voetstappen repten zich voorbij, stemmen, een portier werd dichtgeslagen, langzaam zette de auto zich in beweging. Sprakeloos keek ik naar de muur tegenover me. Was het plafond al het aanzien waard, voor mijn ogen voltrok zich nu een toverachtig spel op de lichte muur van het schoonmetselwerk. De planten uit de vensterbank zagen er grotesk uit al was ik Kleinduimpje staand aan de rand van een sprookjesbos. Het traag voorbij glijdende licht deed de planten in zelfde traagheid voorbij trekken op de muur. Alles werd gevat in de nu herkenbare lijnen van de raamkozijnen, die zich ook langzaam leken te verplaatsen. Wonderlijk was dat de ingelijste engel binnen buiten het bewegingsspel bleef en in het heldere stille licht me bemoedigend aanzag. De wit gevederde vleugels lieten zijn gezicht nu ternauwernood vrij. De auto reed weg, de betovering was verbroken, de kamer hulde zich weer in stilzwijgend donker. Toen pas drong het tot me door dat de mooiste momenten binnenshuis voor de bewoners ongezien blijven. Ik nam nog wat thee en vroeg me af waarom ik niet eerder op de meest vroege momenten deze plek had opgezocht om naar de eerste geluiden te luisteren of een onverwacht lichtspel op plafond en muur in verwondering voorbij te zien glijden. In dit ogenschijnlijk gewone de schoonheid te proeven en daarin te worden opgenomen. Om daarna de voorbije betovering op te slaan op het netvlies van de ziel en te koesteren. In de schemer schonk ik het laatste restje thee uit de pot, knikte naar de engel en vroeg zacht: 'Zag jij ook wat ik zag?' Een voorbije lichtflits leek hem te doen bewegen in zacht beamen...

  


 

dinsdag 24 februari 2026

Af en toe kom ik de openbare bibliotheek in Zuidlaren. Het is er gezellig en ik zit er graag. Er is koffie of thee en ook nog eens gratis. Vorige week streek ik er neer, mijn maatje zocht boeken, voor elke dag één in de komende week. Ik was moe want naast me zijn nieuwe buren neergestreken en die zijn drastisch aan het verbouwen geslagen met de nodige geluiden van boren en hameren. Ik nam koffie, zocht een blad en ging zitten met Volzin. Dat is een blad voor religie en samenleving en ik herinner me dat de voorloper van dit blad Hervormd Nederland was. In 2002 werd dat dus Volzin en het duurde een tijdje voor dat het blad een lezenswaardige plek kreeg. Waarom schrijf ik hierover? Wel als columnist van Christelijk Weekblad werden de kerkbladen altijd op maandagmorgen in Trouw besproken. De bladen werden nauwkeurig tegen elkaar afgewogen, dan kreeg de één goede recensies, dan weer de ander. Wij scribenten hielden dat goed in de gaten. Inmiddels is Christelijk Weekblad ter ziele gegaan en Volzin is er nog. Ik tuurde langs de koffie naar buiten. Er stond een opblaaspop, een volumineuze dame met het bordje 70. En ik dacht aan de jarige en ben altijd nog blij dat er voor mij nooit een pop is neergezet. Vanaf de voorzijde van Volzin keek Dirk de Wagter mij aan en deze Belgische psychiater heeft meestal wel wat zinnigs te vertellen. Ik bladerde nog even verder en kwam Sigrid Kaag tegen, Henk Helmantel verkondigde zijn mening, Hein Stufkens had een visie, evenals Desanne van Brederode. Volzin was de kinderjaren voorbij gegroeid, want dit zijn toch allemaal mensen die wat te vertellen hebben. Ik wil ze niet meteen Lichtdragers noemen, maar je wordt er niet minder van hun zienswijze tot je te nemen. De rust in de bibliotheek deed me goed. Ik hoorde een jongeman uit een ander land moeizaam lezen in een vast ritme. Dat langzame spellen van de tekst was voor mijn vermoeide geest heilzaam. Iets verder zat iemand achter een laptop te worstelen. Een medewerker van de bieb kwam helpen en dan die vreugde als het onbegrepene begrijpelijk wordt gemaakt. Ik herkende het en dronk koffie. De pop buiten wiegde door de wind wat heen en weer. Er stonden sneeuwklokjes in de tuin van de jarige en ik dacht aan mijn sneeuwklokjes in de voortuin en hoe ze ieder jaar weer zich weer door die aardkorst naar boven werkten. De moeheid ging over in rust en die rust ging over in wegdommelen. Niet lang, want een bibliotheekjuf schoof langs me heen met de gebruikte kopjes. En ik begon aan het artikel met Hein Stufkens...

  


 

donderdag 19 februari 2026

Lang had hij gehangen in een donkere hal. Twee keer had de eigenaar hem gedragen en daarna snel weer teruggehangen en opgelucht de haldeur achter zich gesloten. De jas begreep het niet, lang en zwart, was daar iets mis mee? Hij was niet alleen verdrietig, maar werd ook bokkig tegen de andere jassen, die op hun beurt niet meer tegen hem aan wilden hangen. Hij voelde zich eenzaam. Maar op een koude winterdag nam de eigenaar van de jas met een ferme greep de jas mee en werd hij op de achterbank van de auto gemikt, de jas ging uit rijden. Niet heel rustigjes, nee er werd ferm gereden. Ondertussen neuriede  de bestuurder vergenoegd iets onduidelijks en dat niet alleen, hij stak er zelfs al rijdend een sigaar bij op. De jas rilde. Ze bereikten zonder narigheid het doel van de tocht en even later hing de jas in een andere hal tussen frivole jassen, die aangenaam geurden. Hij schuurde lichtjes tegen een rood exemplaar, een grijze jas deed vriendelijk en toen twee korte jasjes contact zochten werd de jas blij en bungelde aan de kapstok of hij er al jaren aan had gebungeld. Het werd kouder, de eerste sneeuwvlokken dwarrelden naar beneden. Toen op een morgen overal de kerkklokken beierden greep de eigenaar de jas bij de kraag en mompelde: 'Eens kijken hoe je zit en of ik niet voor gek loop.' De jas vond dat heel onaardig en besloot terug te vechten. Hij plooide zich fraai om de drager en samen gingen ze op stap. Er ging een wereld voor de jas open: fietsers, auto's, een trein, schepen die aan de kade lagen gemeerd. Een rivier had hij nog nooit gezien, de oversteek vond hij spannend. Ze kwamen in een gebouw, waar de jas haastig tussen andere jassen werd geduwd aan een onhandige ophanghaak. Er klonk orgelmuziek, mensen zongen, de jas raakte ontroerd. Er kwamen onvermoede eigenschappen naar boven. Was hij voorheen strak en ingehouden, bij de wandeling terug liet de jas in speelse wendingen het spel van de wind toe. Toen hij weer in de hal hing was hij verrukt, maar vooral verrukt over zijn andere kijk op het dagelijks leven. Het voorjaar naderde, de jas werd aan de nog kale pruimenboom gehangen om te luchten en ging toen weer mee naar de donkere hal van voorheen. Was die hal werkelijk zo donker? Het viel de jas mee, hij was blij zijn oude vrienden weer te ontmoeten. Opgetogen vertelde de jas aan de andere jassen over zijn belevenissen. 'We moeten anders gaan kijken, de voordelen zien van deze plek, wat meer lachen en elkaar helpen als we treuren omdat het niet gaat zoals we zouden willen.' Het duurde wel even voordat de anderen de nieuwe levensvisie van de jas begrepen en overnamen. En was er een sombere dag, dan vroegen ze de lange zwarte jas te vertellen over het leven daar bij de rivier. Het werd ook een beetje hun verhaal...

  


 

dinsdag 17 februari 2026

We zijn er vaak langs gereden, Grand Café Hotel Karsten in Norg, maar nog nooit binnen geweest. Wanneer we de informatie lezen over een wandellunch melden we ons aan. Niet veel later lopen we door de smaakvol ingerichte entree van het hotel. Gastvrije woorden en uitleg over de aanbieding. Omdat het lunchtijd is besluiten we eerst de lunch te nemen, vervolgens de wandeling en af te sluiten met koffie en eigengebakken lekkers. Mooie oude ornamenten, een plafond waarop vier paardenkoppen zijn geschilderd als verwijzing naar de paardenmarkt in Zuidlaren. Aan de wand een schilderij van de Margarethakerk in Norg in vroeger jaren. Hotel Karsten heeft een rijke historie, die begint in 1713 toen de eerste Karsten een herberg begon met als naam 'Het Bruine Paard'. In 1925 werd de oude boerderij, waarin het café logement  was gehuisvest, afgebroken en er kwam een heel nieuw gebouw met hotelkamers en elektriciteit. In de oorlogsjaren verbleven er Duitsers en later Canadezen. Ten tijde van Luchien Karsten volgde er opnieuw een verbouwing en omdat er geen opvolgers waren werd Hotel Karsten in 1980 verkocht, maar de naam bleef ongewijzigd. De lunch wordt geserveerd en oogt aantrekkelijk. Vooral de mosterdsoep is verrukkelijk. Ondertussen bekijken we de vier uitgezette wandelingen en kiezen voor de eerste, een leuke afwisselende route over landerijen en door het eeuwenoude oerbos 'Het Norgerholt'. Het beginpunt is achter de Margarethakerk. De mist blijft hangen, maar dat verhoogt de sfeer in dit schilderachtige landschap. Blauwe paaltjes, goed zichtbaar, wijzen de weg. Maar de kou neemt toe evenals de schemer en als we bij een haast onbegaanbaar pad komen, houden we het voor gezien en besluiten achter de koffie te duiken en de wandeling uit te stellen naar het voorjaar. Er brandt licht in kerk en er klinkt muziek. We duwen voorzichtig de zijdeur open maar mogen helaas niet naar binnen omdat er gerepeteerd wordt voor het concert dat over een half uur begint. Een aardige meneer stelt voor eerst een kopje koffie te gaan drinken en dan terug te komen. 'U zult versteld staan zo mooi als het klinkt', animeert hij ons. We volgen maar al te graag zijn raad op en snel zitten we achter de koffie met boerenkruidkoek. Vanachter de knusse ramen zien we de eerste mensen al naar de Margarethakerk gaan...

  


 


 


 


 


 


 De Margarethakerk, de wandeling en de koffie met zelfgebakken boerenkruidkoek...

dinsdag 10 februari 2026

Er stonden op de laadbak van de vrachtauto zeker twintig fietsen. Er naast waren ongeveer een zelfde aantal fietsen. Fietsen in allerlei uitvoeringen en ook van verschillende leeftijden. Mijn oog bleef rusten op een fiets met een kinderzitje in roze uitvoering. Een groep handhavers van de gemeente was met ongewone ijver bezig met het laden. Ik was op weg om een nieuwe waterkoker te kopen, de huidige lekte en de combinatie water en elektriciteit leek me niet goed. Maar nu stopte ik toch even en vroeg: 'Worden die fietsen verkocht?' Misschien was ik getuige van een brutale diefstal, zo schoot door me heen. 'Nee mevrouw, deze fietsen stonden buiten de aangegeven vakken, dus worden ze verwijderd'. Het was een piepjonge handhaver met klare ogen die uitleg gaf. En toen ik verder vroeg, vertelde hij dat de gemakzuchtigen op de site van de gemeente konden zien waar ze de fiets konden ophalen. 'Wel een flink eind van hier', besloot hij opgewekt. Het kwam dus goed en ik wandelde tevreden over de brug en genoot van de IJssel. En nu het rare, ik wist eigenlijk maar één zaak waar ze nog fatsoenlijke waterkokers verkochten en ik besloot niet te kieskeurig te zijn. Een aardig jongmens wees me de plek: vijf waterkokers in totaal. Drie er van in kleur, één kon maar 1 liter water verwarmen en de vijfde kende ik als een rumoerig ding. Dus mis. Ik bedankte de verkoper en liep nog even over de maandagmorgen markt. Was dat jaren geleden niet een feestje van shoppende mensen, lange rijen tenten waar aangeprezen, gehandeld en afgerekend werd? Nu stonden er nog maar een paar stalletjes, merendeels met groente, brood- en vleeswaren, hier en daar klanten. Ik ging naar huis en mijmerde dat in vroegere tijden waterkokers in meerdere winkels te koop waren en op de markt letterlijk alles voorhanden was. Het merendeel van de mensen bestelt vandaag de spullen online, jonge jongens rijden en rennen zich te pletter om voor een hongerloontje de bestelde materialen af te leveren. De vooruitgang, die mensen nog kooplustiger maakt. Ik zette koffie, keek naar buiten en bedacht even wat brood op voederplank te leggen. Met een mok warme koffie in de handen keek ik hoe de meeuwen kwamen. Eerst één, die vol ongeloof op de plank ging zitten, toen de rest in een werveling van wit gefladder en gekrijs. De handhavers, de fietsen, de waterkoker, de sfeerloze markt, alles schoof naar de achtergrond. Dit was als voorheen, het was een halve minuut puur genieten...