Mijn maatje wist het zeker: er moest een nieuwe oppottafel komen. Het klopte, want toen ik de oude tafel wilde verzetten dreigden alleen nog de vier poten te blijven staan, terwijl ik slechts het blad in de handen hield. We gingen naar de Praxis. Nee, een oppottafel verkochten ze niet, maar bij die en die hadden ze er vast nog wel van die tafels. Vol goede moed reden we na naar Karwei, maar ach er was maar één model en dat was niet onze smaak. Ondertussen roffelde de regen op het dak van deze grote doe-het-zelf zaak en gingen we even bij de uitgang op een gastvrije bank zitten. Ondertussen plensde regen vlak voor ons neer. Het was even oeverloos genieten. De bedrijfsleider kwam langs en glimlachte. 'Misschien een kopje koffie er bij?', vroeg hij en even later zat mijn maatje achter een groot glas water en ik achter de koffie. Af en toe lichtte het vervaarlijk meteen gevolgd door luid gerommel. Maatje telde de tijd tussen licht en geluid en wist te vertellen dat de bui dicht bij was. Op een holletje liepen we naar de auto. Net op tijd want er schoten hoekige lichtflitsen langs de donkere lucht. Het was een beste bui. Zelfs de verkeerslichten bij de brug werkten niet meer en gelaten stonden we in de rij wachtenden. Na drie kwartier reden we, net zoals onze voorgangers, door het rode licht de brug op en daar was alles weer gelukkig gewoon. Thuis wachtte ons een verrassing: de elektriciteit was er af! We rukten de deur van de meterkast open en na enig turen vonden we een schakelaar die in de verkeerde stand stond. Even later deed alles het weer.
De volgende morgen vroeg buurvrouw Liesbeth hoe het ons vergaan was met de onweersbui. Zelf had ze een vuurbal in haar tuin gezien en daarna bleef er een zwarte plek over. Ook hun stroom was er af. Dan denk ik altijd weer aan de voorkant van een boek uit mijn jeugd: Een bliksemschicht treft een klein mensje. Het boek heb ik nooit gelezen. Al tikkend denk ik ook aan mijn broer in Florida. Hij had op zijn zojuist gekochte oude plantage werkzaamheden laten verrichten door twee jonge mannen. Hun vrouwen belden later mijn broer: de telefoons van de mannen bleven overgaan, ze namen niet op. Mijn broer is er halsoverkop heengegaan. Beide mannen waren dood. Door de bliksem getroffen...
In mijn jeugd moesten we ons bij onweer aankleden, jassen op schoot, tassen met vluchtspullen binnen handbereik Wachten op iets wat gelukkig nooit is gekomen...