Overbrugd

Overbrugd

zondag 3 mei 2020

Lezers die uit een groter gezin komen en een midden positie hebben, zullen dit zeker herkennen. Is er een karweitje te doen, dan hoort het kind opeens tot de ouderen! Maar moeten de jongsten van de vloer en vroeg naar bed, dan hoort het kind daar weer bij. En zo zit je altijd in de verlieshoek...
Overigens, dit is een verzamelbundel bijeengebracht door Willem Wilmink. Als de coronavirus verleden tijd is ga ik naar de bibibliotheek en hoop daar een gedichtenbundel te vinden van Wilmink zelf... Ik kijk er naar uit.


Notitie van Willem Wilmink:
Terwijl ik schreef voor 'de Stratemakeropzee Show' leidde ik op de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam een werkgroep voor kinderliteratuur. Op een dag kwam één van de studenten trots en blij met een gedicht aanzetten dat in verkorte vorm zo in dat televisie programma gepast had, waar we immers op uit waren de kinderen een hart onder de riem te steken alleen al uit de gedachte 'k ben de enige niet die daaronder lijdt'. We meenden een dichter herontdekt te hebben en ik las de vele bundeltjes door die de Universiteit van Amsterdam van N.A. van Charante bleek te bezitten. Maar ik trof er geen tweede gedicht aan dat zo dicht bij kinderen staat als dit.


 

***********************************************************************

 

Was ik maar wat kleiner

 

Altijd langer, groter worden!
Nooit is mij mijn broek van pas.
Kwam er maar een eind aan 't groeien!
'k Wou. dat ik wat kleiner was!

'k Heb er in de school zo'n last van:
't Is: 'wel, weet je dat nog niet? -
Al zo groot en nog niet wijzer!'
Is ook daar het oude lied.

Onlangs hadden wij vakantie,
En papa moest juist op reis;
Graag had hij mij meegenomen;
Maar het liep te duur in prijs.

Willem van hier naast is ouder,
't Scheelt voor 't minst een maand of acht,
Maar betaalt, omdat hij klein is,
Op de stoomboot halve vracht. -

'k Moest - ik dacht: 'een prettig daagje!'-
Laatst bij tante Saar op thee;
Maar wat liep het akelig tegen,
't Viel mij in 't geheel niet mee.

'Mocht er bij de heren zitten,
'k Maakte daar zo'n mal figuur,
'k Liep er, als een boodschapsjongen,
Met een pijp, tabak en vuur.

't Is plezierig!', sprak mijn tante,
't Geeft gemak in 't huisgezin,
Als de kinders groter worden!'-
'k Vond er niets plezierigs in.

'Een sigaartje? ....Tante zag het,
Hoe ik er naar grijpen dorst.
Aanstonds kwam de contra orde:
't Is nadelig voor de borst!'

'Dertien jaren?' hoorde ik zeggen,
'Hoe! nog dertien jaren pas!'...
'k Werd door iedereen bekeken,
Of ik een giraffe was.

En het trommeltje met lekkers
Ging slechts bij de dames rond.
'k Was te groot voor bitterkoekjes,
't Zoet was schaadlijk voor mijn mond.

'k Mocht mij zelfs niet vrij bewegen,
Of het was: 'zit niet zo schuin!'
Was ik maar bij Piet en Willem,
En bij Gerrit in de tuin!

Maar dan zou het ook weer wezen:
'Lummel waar kom jij vandaan? -
Ooievaar op lange poten!
Wil je op onze stelten staan!'

'k Word door ieder uitgelachern,
Waar ik ook mijn benen zet.
'k Ben te klein voor tafellaken,
En te groot voor een servet.

N.A. van Charante
Uit: Willem Wilmink - Kinderen