Zojuist gekeken naar de kranslegging op de Dam door de koning en koningin. Zes mensen op dat anders zo bomvolle plein... Twee scouts leggen de kransen voor diverse instanties. De koning houdt een toespraak. Zijn lange haar wappert in de wind. Ook onze premier torst een forse haardos! Nederland kijkt... En ik, ik hoor het geschreeuw en gekerm van toen. En blaffende honden, stampende laarzen en bang gehuil van kinderen. Vooral dat laatste...
Notitie van Willem Wilmink:
Van Henk Fedder is mij niets bekend dan dit ene, prachtige gedicht, dat in Geuzenliedboek 1940 - 1945 nog zonder naam werd opgenomen. De laatste regel des te schrijnender als je bedenkt dat in die tijd in Duitsland spandoeken hingen met: Jesus war kein Jude.
***********************************************************************************
Joodsch Kind
Zij bracht hem elken avond aan den trein
Het meisje met d' onarisch-zwarte haren,
met oogen, die verstrakken in een staren
of vader gauw de tunnel door zal zijn.
Forensen schuiflen langs de binnendeur
en schieten van de trap in daag'lijksch jachten.
Het donkre kind kan enkel staan en wachten
vlak bij het hokje van den conducteur.
Dan zwaait een mannenarm een verren groet.
Op 't klein gezicht bloeit plotseling herkennen.
Ze moet op slag hard naar haar vader rennen
Hij bukt zich laag en zoent haar smalle toet.
Nu gaan ze samen door den laten dag.
De man gebogen en van zorg gebeten.
Het ratelstemmetje wil erg graag weten
waarom ze nog niet naar het zwembad mag...
O Heer, ik heb vandaag één bede maar:
Elk Joodsch gezin wordt haast vaneengereten.
Laat de Gestapo deze twee vergeten.
Laat die in Jezus' naam toch bij elkaar.
Henk Fedder
Uit: Willem Wilmink - Kinderen