Overbrugd

Overbrugd

woensdag 6 mei 2020

De day after: de herdenkingen zijn voorbij, de vlaggen opgeborgen. Misschien ooit tevoorschijn halen als de coronavirus de strijd tegen ons mensen heeft verloren?  Het weer is wat zachter geworden en op straat leek het vanmorgen wat drukker, maar toch nog ongewoon rustig.
Mij speelt nog steeds de toespraak van onze koning door het hoofd. Prachtig en doordacht. En vooral eerlijk, zoals hij liet doorschemeren het gedrag van zijn overgrootmoeder koningin Wilhelmina tijdens de oorlog waar het de joden betrof, niet te hebben begrepen. Daar altijd nog mee te worstelen.
Deze zin heeft de Joodse bevolking heel goed gedaan, al blijft het een rauwe plek, die steeds rauwer lijkt te worden...
 
Martinus Nijhoff ontdekte ik op de middelbare school. En ik was meteen verkocht. Alles wat ik zocht, zat er in. En toen ik later programma's maakte voor de plaatselijke omroep en de vrijheid kreeg zelf iets te bedenken, wist ik het meteen. Poëzie. Zo ontstond  'Rond dichters en gedichten.' Als eerste koos ik Willem de Mérode, maar de tweede dichter was Martinus Nijhoff. Toen ik zijn biografie doorspitte ging ik nog meer van zijn poëzie houden. Een doorleefd leven, maar is dat niet met de meeste dichters zo? Is dat niet de basis om diep doorleefde poëzie te schrijven?
Zijn eerst huwelijk strandde. Netty Wind en hij konden niet met elkaar en ook niet zonder elkaar. Zo sleepte zich de verbintenis in alle treurigheid voort tot ze scheidden. Hun zoon en enig kind Faan is daar openhartig over geweest. Later leerde hij de actrice Georgette Hagedoorn kennen en trouwde met haar. Hij veranderde als een blad aan de boom: fluwelen huisjasjes en pantoffels. Ook daar heeft Faan over geschreven.


Notitie van Willem Wilmink:
Dit is een eenvoudig en vanzelfsprekend gedicht. Maar kijk nu eens naar de tweede strofe zoals die oorspronkelijk luidde:
Kleine jongen in mijn nacht-goed,
Zat ik loom op uwen schoot,
Wijl ge uw veilige armen zacht, goed
Om me henen sloot.

Eenvoud  moet veroverd worden...





***********************************************************************************

Herinnering

Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tezaam
Iedren nacht een liedje, moeder
Zongen voor het raam?

Moe gespeeld en moe gesprongen,
Zat ik op uw schoot, en dacht,
In mijn nacht-goed kleine jongen,
Aan 't geheim der nacht.

Want als wij dan gingen zingen
't Oude, altijd-eendre lied,
Hoe God alle, alle dingen,
Die wij doen, beziet.

Hoe zijn eeuw'ge groote wond'ren
Steeds beschermend om ons zijn.
- Nimmer zong je, moeder, zonder 'n
Beven dat refrein -

Dan zag ik de sterren flonk'ren
En de maan door wolken gaan,
d'Ouden nacht met wijze, donk're
Oogen voor me staan

Martinus Nijhoff
Uit: Willem Wilmink - Kinderen