Even zet de zon de tuin in gouden licht. Het groen lijkt jonger dan ooit, een kleine rimpeling in de sloot, waarin het blauw van de licht zich spiegelt. Twee mussen spelen hun spel en pikken de schijnbaar levenloze graszaden. Een coronavrije tuin...
Trouw schrijft: 'Als verpleeghuizen eerder beschermende middelen hadden ontvangen, zouden er levens zijn gespaard.' Maar er is ook positief nieuws: 'Brits vaccin boekt hoopgevend succes.'
Onderstaand gedicht is naamloos. Hoe vaker ik het las, hoe mooier ik het begon te vinden. Leuke vondsten zijn er ook: 'driehoekjes' staan voor piramiden. En bij het helgeel voelde ik hitte.
Notitie van Willem Wilmink
De dichter van dit sonnet was een man van grote geleerdheid, die zich als filosoof onder meer een naam had verworven door zijn bestrijding van de geduchte professor Bolland. Maar de filosofie kan de tweespalt niet opheffen die hij als kind niet en later steeds erger gevoeld had. Een brahmanistische levensbeschouwing bleek daar wél toe in staat en die bracht hem in de laatste periode van zijn leven tot het schrijven van poëzie. En de poëzie brengt hem naar een mystiek gevoel van eenheid terug, dat hij als kind al had.
***********************************************************************************
Hij ziet zijn leven, eindloze woestijn,
en denkt aan prenten uit zijn kindertijd:
helgeel is 't zand, en alles leeg en wijd,
driehoekjes staan op de achtergrond, heel klein;
hij weet met trots, dat 't piramiden zijn -
In schaduwkoelte van vergetelheid
had hij zo graag zijn moeheid neergevlijd,
niet meer gesard door verre illusieschijn.
Hij denkt: Dat was ik zelf; nu ben 'k grijs.
En 'k had mijn tuintje toch in vaders tuin,
voor bitterkers in 't voorjaar en radijs,
en dan violen, donkerpaars en bruin;
die vond ik 't mooist. En gele, - En de ene hand
wrijft weg van de andre een droog gevoel van zand.
J.A. dèr Mouw
Uit: Willem Wilmink - Kinderen