Onderstaand gedicht vond ik bij herlezen steeds mooier en sprekender. Ik kon me volledig vinden in de 'ik' in het gedicht. Hoewel hij bangig wuifde, niet rustig sliep, was er niets aan de hand. Misschien was de onbekende aan de overkant wel net zo bang, mogelijk nog banger...
Ik moet stoppen. Mijn tuinman komt om de grote hulstboom te snoeien. Ik heb nog een appeltje met hem te schillen...
**********************************************************************************
Big Bend
In de verste uithoek van Texas, de Big Bend,
stond ik dat najaar een dag of wat met mijn camper.
Geen hond. Soms zag ik een hert door de wilgen rennen.
Ik schilferde los als berken, mezelf ontwend.
In het drassige stuk achter de populieren
bouwden bevers in de Rio Grande een dam
dwars door recht en grens naar de Mexicaanse kant.
Je zag de tijd verglijden in de groene wieren.
Tegen de schemering stond aan de overkant
een magere man, de ogen onder zijn hand.
Ik wuifde, eenzaam en bang. Hij wuifde terug.
Ik vreesde die nacht een dolkstoot in mijn rug.
Maar niets. Hij was alleen maar het andere land.
En ik weer de vlezige heer uit Nederland.
Max Dendermonde
Uit: Met mijn valies vol dromen...