Overbrugd

Overbrugd

woensdag 13 mei 2020

Opnieuw een koude dag. Vanmorgen viel er 3mm regen. En dat zette geen zoden aan de dijk. Bovendien wordt er gewaarschuwd voor vorst bij de grond. Meestal geldt dat tot half mei, dus het kan nog net. Er is opnieuw gezocht naar de vijfde surfer in de haven, maar verder zoeken op zee is te gevaarlijk. Een ingewikkeld natuurverschijnsel dat heeft te maken met de algen en de wind uit de verkeerde hoek. 'Cappuccino coast' heet dit in de maritieme wereld. Vermoedelijk zijn de surfers gestikt in die meter hoge schuimrand. Op een plek iets verder was er geen gevaar; de surfers gingen gewoon door. Mogelijk hadden ze niets gemerkt?

Vanmiddag in de tuin gewerkt. Waar komt dat onkruid toch vandaan? Vooral dat hele kleine gele bloemetje, dat niet uit te roeien is. Soms denk ik: vooruit groei en bloei maar raak... Komende winter is het lekker weer voorbij. Dan ben ik weer de baas!

Grappig vond ik onderstaand gedicht, ondanks de verouderde spelling en de rare plaatsing van leestekens. In de bundel werd uitleg gegeven over 'De Schoolmeester'. Eind 1850 onder het pseudoniem 'Een schoolmeester' gepubliceerd in Holland, Almanak voor 1851, in 1859 gebundeld in 'De Gedichten van den Schoolmeester'.  In het gedicht wordt gesproken over leeuwen van goud of van hout. Welnu, onderstaande leeuwen zijn van zand. Ik fotografeerde ze op het zandsculpturenfestival in Elburg.







***********************************************************************************

De leeuw

 

Een leeuw is eigenlijk iemand,
Die bang is voor niemand.
Zijne ogen en zijn neus
Zijn groter dan die van een reus,
En zijn muil
Is een ware moordkuil;
Met zijn klauw
Is een leeuw geweldig gauw;
Met zijn staart
Gooit hij een schutter van zijn paard;
En met zijn tanden
Durft hij de hele schutterij wel aanranden.
Enfin, hij is altijd het verscheurendste beest
Onder de dieren geweest.
Onlangs heeft hij immers in Londen
Nog een juffrouw verslonden;
Doch, nu ik mij bezin,
Was hij het niet: het was de leeuwin.

De leeuw wordt viervoetig geboren:
Twee van achteren en twee van voren;
Of, volgens anderen, twee aan zijn rechterhand,
En de twee anderen aan dezen kant.

De leeuw zijn gemalin
Is mevrouw de leeuwin,
En de jongelui, zolang zij zich met de borst behelpen,
Noemt men gewoonlijk: welpen.

Gouden leeuwen en leeuwen van hout,
Mitsgaders de Hollandse, worden heel oud;
Men ziet ze nog wel op uithangborden en schilden,
Doch zeldzaam in 't woud.

Komt er ooit een waren leeuw rechtstreeks op u aan,
Dan is 't beste om maar regelrecht uit den weg te gaan;
Doch niet als hij opgezet of dood is;
Daar in dat geval volstrekt geen nood is.

De Schoolmeester
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat