Broeder Jan Pennock (1920 –
2009)
Het
wat schriele ‘postmeisje’ duwde met stijve wintervingers een stapel post in de
brievenbus en even later sorteerde ik de binnengekomen post. Er waren twee
brieven van de St. Pauluscommuniteit. De grote enveloppe van broeder Frans
Huiting opende ik als eerste. Zijn schrijven is altijd warm en humorvol met
onderliggende diepte. Maar toen…
‘Ik
moet deze brief abrupt afbreken, omdat wij vanmorgen onze broeder Jan Pennock
dood in zijn appartement hebben aangetroffen’. Broeder Frans gaat verder dat
het vermoedelijk om een hartstilstand gaat. ‘Als huisoverste heb ik de taak de
annonce op te stellen en de adressenlijst te selecteren: hoe eerder hoe beter.’
Met een rare trilling in de vingers opende ik de kleinere enveloppe. Hoeveel
van deze overlijdensberichten had ik al niet gehad? Het crème papier over de
gehele breedte gevuld met een brok tekst in hoofdletters.
Broeder
Jan Pennock werd als oudste van een gezin van zeven kinderen geboren in
Amsterdam in 1920. Zijn liefde voor de liturgie ontwaakte in de Rozenkranskerk
aldaar en leidde tot intreding als benedictijn in de St. Paulusabdij in
Oosterhout, waar hij op 11 juli 1945 professie deed. Als kleermaker sneed hij
habijten en naaide ze kunstig in elkaar. Zijn creativiteit begon zich steeds
meer te roeren, wilde naar buiten. Met een medebroeder richtte hij een
literaire club op, maar de grootste voldoening vond hij in het boetseren van
koppen in klei en andere kunstvoorwerpen. Hij werd een gewaardeerd lid van de
‘Vrachelse Club’, een groep kunstenaars van naam. Elke week schoof hij in zijn
habijt aan bij deze club van vrienden en wist zich begrepen en erkend. En toen
de communiteit uiteindelijk verhuisde naar kloosterbejaardenoord ‘Zuiderhout’
in Teteringen, verhuisde ook de gehele collectie kunst mee en zaten zijn
fantasierijke poppen als kinderen om hem heen. Het was goed.
Zo
stil is hij op 14 januari afgereisd, zonder iemand te groeten. Een beetje zoals
Henoch.
De
leeftijd bereiken van 88 jaar en dan zonder lijden de poort door mogen gaan
naar de wereld van het Licht. Het zij broeder Jan zeer gegund.Op tafel nog lag zijn laatste brief, gedateerd 8 januari 2009. Volkomen helder en foutloos geschreven in een hartelijk meeleven met de dingen waar ik hem over schreef. ‘We hebben nu eenmaal niet alles in de hand’, troostte hij. Dat schrijven komt nu in een ander licht te staan.
Broeder
Jan Pennock herinner ik me als soms een hoekig mens. Hij voelde zich vaak
onbegrepen. Maar kreeg je de kans de weg naar zijn hart te vinden, dan was
zachtheid de beloning. Haarscherp staan de beelden op mijn netvlies van
gesprekken in zijn atelier, waar kunst de toon zette. Niet alleen in het
keramisch werk, klassiek of modern, niet alleen in zijn kleurige poppen, maar
ook in de fotografie. En toen Louis van Dijk ooit de St. Paulusabdij bezocht
voor de kloosterserie ‘Kruispunt’ zat broeder Jan naast het zijpad, gewapend
met camera. Zo kon hij snel een foto maken. Op een ander moment zag ik tijdens
een wandeling in de kloostertuin broeder Jan een foto maken van een boom, die
ziek was en binnenkort het veld moest ruimen. Aan zijn arm hing achteloos de
wandelstok.
Schrikken
was het op die 2e november 2004. Hij ging tegenover me zitten met de
woorden: ‘Theo van Gogh is dood!’ Het was alsof er een koude wind door mijn
binnenste ging. Maar broeder Jan, die is toch al lang dood?’ antwoordde ik
denkend aan de broer van Vincent van Gogh. “Nee, nee, die bedoel ik niet
antwoordde hij kribbig, ik bedoel de programmamaker. Vanachter de kloostermuren
volgde hij het nieuws in de wereld met grote aandacht.
Broeder
Jan, hij is aan de Overzijde, bij al zijn dierbaren, bij Christus. Wat ons rest
zijn dierbare herinneringen en tastbare kunst, diep doordacht. Ik stond op en
nam de monnik uit de kast, gecreëerd door zijn hand. Ondanks de koele stijfheid
van het materiaal leek de monnik warmer en zachter te worden. Dat broeder Frans
Pennock moge rusten in vrede…