Overbrugd

Overbrugd

dinsdag 2 december 2014


Broeder Jan Pennock (1920 – 2009)   

Het wat schriele ‘postmeisje’ duwde met stijve wintervingers een stapel post in de brievenbus en even later sorteerde ik de binnengekomen post. Er waren twee brieven van de St. Pauluscommuniteit. De grote enveloppe van broeder Frans Huiting opende ik als eerste. Zijn schrijven is altijd warm en humorvol met onderliggende diepte. Maar toen…
‘Ik moet deze brief abrupt afbreken, omdat wij vanmorgen onze broeder Jan Pennock dood in zijn appartement hebben aangetroffen’. Broeder Frans gaat verder dat het vermoedelijk om een hartstilstand gaat. ‘Als huisoverste heb ik de taak de annonce op te stellen en de adressenlijst te selecteren: hoe eerder hoe beter.’ Met een rare trilling in de vingers opende ik de kleinere enveloppe. Hoeveel van deze overlijdensberichten had ik al niet gehad? Het crème papier over de gehele breedte gevuld met een brok tekst in hoofdletters.

Broeder Jan Pennock werd als oudste van een gezin van zeven kinderen geboren in Amsterdam in 1920. Zijn liefde voor de liturgie ontwaakte in de Rozenkranskerk aldaar en leidde tot intreding als benedictijn in de St. Paulusabdij in Oosterhout, waar hij op 11 juli 1945 professie deed. Als kleermaker sneed hij habijten en naaide ze kunstig in elkaar. Zijn creativiteit begon zich steeds meer te roeren, wilde naar buiten. Met een medebroeder richtte hij een literaire club op, maar de grootste voldoening vond hij in het boetseren van koppen in klei en andere kunstvoorwerpen. Hij werd een gewaardeerd lid van de ‘Vrachelse Club’, een groep kunstenaars van naam. Elke week schoof hij in zijn habijt aan bij deze club van vrienden en wist zich begrepen en erkend. En toen de communiteit uiteindelijk verhuisde naar kloosterbejaardenoord ‘Zuiderhout’ in Teteringen, verhuisde ook de gehele collectie kunst mee en zaten zijn fantasierijke poppen als kinderen om hem heen. Het was goed.  

Zo stil is hij op 14 januari afgereisd, zonder iemand te groeten. Een beetje zoals Henoch.
De leeftijd bereiken van 88 jaar en dan zonder lijden de poort door mogen gaan naar de wereld van het Licht. Het zij broeder Jan zeer gegund.
Op tafel nog lag zijn laatste brief, gedateerd 8 januari 2009. Volkomen helder en foutloos geschreven in een hartelijk meeleven met de dingen waar ik hem over schreef. ‘We hebben nu eenmaal niet alles in de hand’, troostte hij. Dat schrijven komt nu in een ander licht te staan.

Broeder Jan Pennock herinner ik me als soms een hoekig mens. Hij voelde zich vaak onbegrepen. Maar kreeg je de kans de weg naar zijn hart te vinden, dan was zachtheid de beloning. Haarscherp staan de beelden op mijn netvlies van gesprekken in zijn atelier, waar kunst de toon zette. Niet alleen in het keramisch werk, klassiek of modern, niet alleen in zijn kleurige poppen, maar ook in de fotografie. En toen Louis van Dijk ooit de St. Paulusabdij bezocht voor de kloosterserie ‘Kruispunt’ zat broeder Jan naast het zijpad, gewapend met camera. Zo kon hij snel een foto maken. Op een ander moment zag ik tijdens een wandeling in de kloostertuin broeder Jan een foto maken van een boom, die ziek was en binnenkort het veld moest ruimen. Aan zijn arm hing achteloos de wandelstok.
Schrikken was het op die 2e november 2004. Hij ging tegenover me zitten met de woorden: ‘Theo van Gogh is dood!’ Het was alsof er een koude wind door mijn binnenste ging. Maar broeder Jan, die is toch al lang dood?’ antwoordde ik denkend aan de broer van Vincent van Gogh. “Nee, nee, die bedoel ik niet antwoordde hij kribbig, ik bedoel de programmamaker. Vanachter de kloostermuren volgde hij het nieuws in de wereld met grote aandacht.

Broeder Jan, hij is aan de Overzijde, bij al zijn dierbaren, bij Christus. Wat ons rest zijn dierbare herinneringen en tastbare kunst, diep doordacht. Ik stond op en nam de monnik uit de kast,  gecreëerd door zijn hand. Ondanks de koele stijfheid van het materiaal leek de monnik warmer en zachter te worden. Dat broeder Frans Pennock moge rusten in vrede…