Overbrugd

Overbrugd

woensdag 29 april 2015


DU HIRTE ISRAËL, HÖRE 

De klaarheid van de zondagmiddag heeft plaatsgemaakt voor de verstilling van de zondagavond. In Eelde-Paterswolde maakt men zich op voor de gang naar de Dorpskerk. In het 14e eeuwse romaanse kerkje begint straks de Vesper in de serie ‘Gods veelzijdigheid’. Aansluitend zal Cantate 104 van Bach worden uitgevoerd, ‘Du Hirte Israël, höre’. Daar valt veel bij te bedenken. Bach schreef deze cantate in 1724 als cantor van de Thomaskirche in Leipzig. Het muziekstuk was bestemd voor de tweede zondag na Pasen, ook wel de zondag van de Goede Herder genoemd. Het pastorale zal zeker in de muziek doorklinken.
Is de Onze-Lieve-Vrouwe en Sint-Gangulphuskerk van buiten een juweeltje, het interieur is al even schoon. Naast de preekstoel uit 1621, een avondmaalstafel met balpoten uit 1631, staat in de koorsluiting een 18e eeuwse overhuifde familiebank met voorbank, rijk versierd met houtsnijwerk. Maar het meest bijzondere is toch het houten gewelf van de koorruimte met schilderingen in barokstijl. Voorstellingen van leven en dood, engelen en vrouwenfiguren en wapens van vooraanstaande families uit Eelde.

 
Musici hebben plaatsgenomen, de laatste koorleden komen binnen, vrijwel alle plaatsen in de kerk zijn bezet. Het Cantatekoor is opgericht in januari 2001 ter gelegenheid van de heropening van de kerk na een uitgebreide opknapbeurt. Uitgevoerd werd toen Cantate 23, ‘Du wahrer Gott und Davids Sohn’. De vele positieve reacties vroegen om een vervolg; besloten werd twee maal per jaar een cantate uit te voeren. Het koor bestaat uit enthousiaste gemeenteleden en mensen daarbuiten die veel zangervaring hebben in klassieke koorwerken.
Wat is er beter dan de Vesper in stilte te laten beginnen? Door de kerkramen is het eerste tere groen te zien, een vogel zingt, ergens klinkt de roep van een paar kinderen. Dan wordt de Paaskaars aangestoken, het Licht zo vertrouwd en toch altijd weer nieuw. Na inleidend orgelspel klinken de openingswoorden door de liturg en gemeente. Als inleiding wordt psalm 23 gelezen in een bewerking van de dichter Lloyd Haft:

Langs rotsen als waarheden
leest hij mijn hart aan elkaar:ik hoor bij Hem.
Al ga ik door het dal
dat de dood overschaduwt
ik vrees geen verwijdering:
want u gaat mee;in uw verlengde weet ik mij.

Een lied, een lezing en afsluitend een lied. Het is zover, Vincent van Laar neemt als cantor zijn plaats in. ‘Du Hirte Israël, höre’, zet het koor in, vol en mooi, met een ondertoon van eerbied. Van Laar is een gedreven cantor, het is een feest om hem bezig te zien. Koor en cantor zijn één. Voor deze cantate schreef Bach geen duet en dat is jammer. Het zijn doorgaans de pareltjes in de cantates. De tenor zingt vol overgave, het diep bronzen geluid van de bas doet verrassen. Fraai is het gedeelte waarin de stem daalt en zingt over de Todesschlafe. Ingehouden zingt het koor het slotkoraal ‘Der Her ist mein getreuer Hirt’. Dan wordt het stil. Buiten klinkt een late vogel…