Overbrugd

Overbrugd

donderdag 13 oktober 2016


Beieren 1.

Is het Beierse Woud echt zo dicht en klopt het dat het een paradijs is voor zeldzame dieren? Wedijveren grotere steden en verstilde dorpen met elkaar waar het schoonheid betreft? En hoe zit het met de veelbezongen Donau? In een driedelige serie ga ik op zoek.  

Daar waar de Naab en de Regen in de Donau uitmonden ontstond 2000 jaar geleden de Keltische nederzetting Radasbona. Vijf eeuwen later stichtten de Romeinen er een legerkamp en een eeuw later werd er door de Bajuwaren aan de rivier de Regen een machtige burcht gebouwd. Bonifatius verscheen en stichtte er in 739 een bisdom. Regensburg kwam tot bloei, mocht zich in 1245 Freie Reichsstadt noemen. Neerwaartse periodes kende de stad ook, maar nu, als hoofdstad van Oost-Beieren, zit ze stevig in het zadel. En bijzonder, ze is ongeschonden door de Tweede Wereldoorlog gekomen.
 
 
Gewapend met een stadsplan van Regensburg verlaten we de parkeerplaats Dachau. De naam voelt ongemakkelijk, maar het moois in de stad verdrijft snel die gevoelens. We drinken koffie op de Haidplatz in de schaduw van het oogstrelende oude raadhuis waar de eeuwenoude geschiedenis haast van afspat. Eerst willen we de Donau groeten. Nauwe straatjes, grappige winkeltjes, goed bezette terrassen, een reusachtige afbeelding van David en Goliath siert de witte gevel van het Goliath-Huis. We staan voor de Steinerne Brücke. Met een lengte van 300 meter lijkt ze hier de twee armen van de Donau te omvatten. Er zit vaart in het water, nieuwsgierigen vergapen zich aan onderhoudswerkzaamheden. Na een korte wandeling over de promenade nemen we afscheid van de rivier. Het is even zoeken naar de Porta Praetoria, een poort uit 179, die deel uitmaakte van het Romeinse legerkamp. Voorzichtig strijk ik langs de stenen, die helemaal glad zijn geworden doordat veel toeristen de poort even willen voelen.

Regensburg bekijken zonder een bezoek aan de Dom St. Peter is uitgesloten. De kathedraal wordt als belangrijkste van Zuid-Duitsland beschouwd. De huidige gotische kerk is gebouwd op de plek van haar Romaanse voorganger. Begon de bouw in 1250, omstreeks de 16e eeuw was zowel het exterieur al het interieur gereed. Tijdens de bouw woonden de arbeiders in eenvoudige kampen rond de kerk; ze vormden de ‘Bauhütte’ en trokken na het karwei verder naar de volgende bouwplek.
 

Via het hoofdportaal met baldakijn betreden we de kerk. Heiligen en engelen zien liefdevol op ons neer. Vanuit het zonnige buiten naar het donkere binnen, het is even wennen maar dan wordt het genieten. Bezoekers wandelen rond, anderen kijken in vervoering omhoog naar het 32 meter hoge gewelf dat als een soort baldakijn in kruisribbenvlakken is onderverdeeld. Een baldakijn beschermt en geeft saamhorigheid. Zachte muziek klinkt. Aan altaren ontbreekt het niet. We wandelen langs het Wolgangsaltaar, Rupertusaltaar, Michaelsaltaar, Margretenaltaar, Albertus-Magnusaltaar. Dan ontdek ik haar, de lachende engel. Ze leunt tegen een pijler, heeft geen vleugels en is blootvoets. Maar ze is onafgebroken in gesprek met Maria die tegen de overliggende zuil heeft plaatsgenomen. Samen vormen ze de Verkondigingsgroep. De kathedraal is genoemd naar Petrus en dat is zichtbaar in de vele afbeeldingen van deze discipel. Het moeten er honderd zijn, mogelijk dat ingewijden ze allemaal kunnen vinden. De middeleeuwse glas-in lood-vensters met vooral bijbelse taferelen zijn op zich al een bezoek waard. Jezus en de Samaritaanse vrouw  rusten weerszijden van het doopbekken. Zelfs de put met katrol ontbreekt niet. We sluiten af met een bezoek aan de crypte waar onder meer bisschoppen tijdloos slapen; onwetend van de vele bezoekers. 

Tijd voor een broodje op de Domplatz, vogeltjes voeren en mensen kijken. Zon. In Regensburg zijn kerken te kust en te keur. Daar zijn onder meer de St. Ulrichs-Kirche, de Karmeliterkirche, de St. Kassianskirche, de Neupfarrrkirche, de Dreieinigkeitskirche, de Kloosterkerk St. Emmeram en de St. Blasiuskirche. Er is tijd om nog een kerk te bekijken, we kiezen voor de kerk van St. Emmeram. De geschiedenis van dit benedictijnse klooster is bijzonder. Gebouwd in de 8e eeuw en gewijd aan de Frankische bisschop Emmeram. Na veel gedoe, de bisschop werd in de 7e eeuw vermoord, belandde zijn lichaam in Regensburg. Duizenden pelgrims bezochten de grafkapel. Op die plek ontstond een klooster. Nu rust de bisschop In de Romaanse crypte van de kloosterkerk in eenvoudige graftombe. Is de buitenkant van het voormalige klooster inspirerend, de binnenhof maakt eerbiedig, gewijdheid is voelbaar.
 
 
Een schilderachtige poort geeft toegang tot de abdijtuin. Fruitbomen, ladders, liefhebbers van fruit mogen zelf plukken. Bezoekers turen teleurgesteld naar boven; hier en daar hangt nog een appel.
 
 
De gewelfde voorhal brengt bezoekers, die open staan voor 12e eeuwse schoonheid, in vervoering. De middelpijler is een goede overzichtsplek voor de tronende Christus. Kalkzandsteenreliëfs zijn aangebracht op de wanden, in het oostkoor een afbeelding van St. Emmeram, in het westkoor blikt St. Dionysius ons aan. Wie denkt dat deze serene schoonheid zich voorzet in de kloosterkerk komt bedrogen uit.
 
 
De kerk is licht en in de barok heeft men zich bij het ‘lichtzinnige’ af uitgeleefd.
We wandelen langs verschillende altaren, een huilend engeltje maakt zacht. Diverse soorten marmer, bladgoud, brons en wandschilderingen, maar de mooiste zijn in de gewelven boven ons aangebracht. Een schitterend hek vormt de grens tussen de kerk en andere gewijde ruimten. Waar de kloosterkerk doet verblinden, is de sfeer van de belendende voormalige kloosterkerk uiterst sober en weldadig. Deze kerk is nu parochiekerk.
We verlaten St. Emmeram, wandelen naar de Dachauplatz. Met een hoofd dat bijkans barst van de indrukken van Regensburg…