Overbrugd

Overbrugd

woensdag 24 juni 2020

Een hete dag, rond de dertig graden. Morgen weer een hete dag en daarna nog één, mogelijk een bui...
Ik laat het geduldig over me heen gaan. Het roept herinneringen op aan voorbije hittegolven. Ons klimaat verandert. 's Avonds proberen we de bloembakken en struiken weer wat op verhaal te doen komen door een flinke plens water; het gras mag toekijken. Veel te intensief.

Een verlangen naar plekken waar je de wind nog kan voelen, waar een rivier voorbij stroomt, liggen in sappig gras. Misschien dat ik door dit verlangen juist dit gedicht uitkoos. En ook vanwege de dichter, eerlijkheidshalve, al in mijn jeugd was Nijhoff mijn favoriet onder de dichters. Zijn poëzie is te vatten, geen onbegrepen zinnen, alles verpakt in mooie vondsten en literair van hoog niveau...





************************************************************************************


De moeder de vrouw

 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd -
laat daar mij midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwan langzaam stroomaf door de brug gevaren,
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

M. Nijhoff
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat