Daar stond het in de krant: 'Niet meer over 'neger' zingen in de kerk.'
Nieuwsgierig las ik verder en langzaamaan voelde ik ergenis opkomen. Het gaat hier om lied 737 uit het Nieuwe Liedboek, de tekst is ooit geschreven door Willem Barnard al weer jaren geleden. Misschien handig om het hele couplet van het uit 21 verzen bestaande lied weer te geven. Het gaat hier om couplet negentien:
De negers met hun loftrompet,
de joden met hun ster,
wie arm is, achteropgezet,
de vromen van oudsher,
Willem Barnard heb ik nooit ontmoet, maar wat een prachtige poëzie heeft deze man ons nagelaten. En hoeveel liederen van zijn hand staan niet in ons Nieuwe Liedboek. Van racisme zal bij hem zeker geen sprake zijn geweest. De theologen zijn nu in rep en roer en nemen ongemerkt en misschien ook wel ongewild de gelovigen mee. Destijds heeft de toenmalig preses Karin van den Broeke zich hier al overgebogen, kon er in meegaan dat dit in de huidige tijd niet meer kan, maar nam geen beslissing. Lied 737 is een fantasie van Barnard hoe het later in het hiernamaals zal zijn. Het leest als een sprookje en toen ik voor het eerst las, stond het ook niet in ons vorige liedboek, moest ik glimlachen. Barnard moet toen zeker een speelse dag hebben gehad.
Steeds weer heb ik het gevoel, kunnen we nog meer ontdekken wat absoluut niet kan? Zelf kom ik uit de boerenstand, dan zou ik me ook druk kunnen maken over 'boerenlul, boerenpummel, boerensluwheid, boerentrien enz. Dat doe ik niet. Vat het vooral niet letterlijk op. Ik denk dat de wereld zich wat drukker moet maken over wezenlijke zaken. Noem maar op: hongersnood, oorlogen, natuurrampen, opwarming van de aarde, milieu vervuiling en last but not least de tweede golf van die vreselijke coronavirus...
Daarom een klein gedichtje. Een glimlach is hier zeker op zijn plaats, maar misschien worden ook deze woorden voor echt geloofd. De naam van de dichter is veelzeggend...
***********************************************************************
Letterlijk
'Geachte heer, ik moet u dankenVoor het postpakket dat ik ontving.
Maar u vergeeft mij ongetwijfeld
Een zekere teleurstelling.
Toen ik de hand vroeg van uw dochter,
Die ik hartstochtelijk bemin,
Deed ik zulks niet in letterlijke,
Doch in overdrachtelijke zin.'
Daan Zonderland
Uit: Domweg gelukkig in de Dapperstraat