Overbrugd

Overbrugd

dinsdag 24 februari 2026

Af en toe kom ik de openbare bibliotheek in Zuidlaren. Het is er gezellig en ik zit er graag. Er is koffie of thee en ook nog eens gratis. Vorige week streek ik er neer, mijn maatje zocht boeken, voor elke dag één in de komende week. Ik was moe want naast me zijn nieuwe buren neergestreken en die zijn drastisch aan het verbouwen geslagen met de nodige geluiden van boren en hameren. Ik nam koffie, zocht een blad en ging zitten met Volzin. Dat is een blad voor religie en samenleving en ik herinner me dat de voorloper van dit blad Hervormd Nederland was. In 2002 werd dat dus Volzin en het duurde een tijdje voor dat het blad een lezenswaardige plek kreeg. Waarom schrijf ik hierover? Wel als columnist van Christelijk Weekblad werden de kerkbladen altijd op maandagmorgen in Trouw besproken. De bladen werden nauwkeurig tegen elkaar afgewogen, dan kreeg de één goede recensies, dan weer de ander. Wij scribenten hielden dat goed in de gaten. Inmiddels is Christelijk Weekblad ter ziele gegaan en Volzin is er nog. Ik tuurde langs de koffie naar buiten. Er stond een opblaaspop, een volumineuze dame met het bordje 70. En ik dacht aan de jarige en ben altijd nog blij dat er voor mij nooit een pop is neergezet. Vanaf de voorzijde van Volzin keek Dirk de Wagter mij aan en deze Belgische psychiater heeft meestal wel wat zinnigs te vertellen. Ik bladerde nog even verder en kwam Sigrid Kaag tegen, Henk Helmantel verkondigde zijn mening, Hein Stufkens had een visie, evenals Desanne van Brederode. Volzin was de kinderjaren voorbij gegroeid, want dit zijn toch allemaal mensen die wat te vertellen hebben. Ik wil ze niet meteen Lichtdragers noemen, maar je wordt er niet minder van hun zienswijze tot je te nemen. De rust in de bibliotheek deed me goed. Ik hoorde een jongeman uit een ander land moeizaam lezen in een vast ritme. Dat langzame spellen van de tekst was voor mijn vermoeide geest heilzaam. Iets verder zat iemand achter een laptop te worstelen. Een medewerker van de bieb kwam helpen en dan die vreugde als het onbegrepene begrijpelijk wordt gemaakt. Ik herkende het en dronk koffie. De pop buiten wiegde door de wind wat heen en weer. Er stonden sneeuwklokjes in de tuin van de jarige en ik dacht aan mijn sneeuwklokjes in de voortuin en hoe ze ieder jaar weer zich weer door die aardkorst naar boven werkten. De moeheid ging over in rust en die rust ging over in wegdommelen. Niet lang, want een bibliotheekjuf schoof langs me heen met de gebruikte kopjes. En ik begon aan het artikel met Hein Stufkens...