Op zeven april 2026 ging de wereld slapen na de zoveelste onheilsboodschap van Trump. En nu kon het wel eens raak zijn, dacht ik, dachten de meeste mensen. Om twee uur Nederlandse tijd, de eerste uren van acht april zou het afgelopen zijn met een beschaafd volk. Dood! Alle infrastructuur zou er aan moeten geloven. Zo raar, op het aangegeven uur werd ik wakker, ik rilde en besloot me gewoon om te draaien en de slaap weer toe te laten. Maar vroeg in de morgen, zie daar, er was een soort staakt het vuren afgesproken voor de komende veertien dagen. Bovendien zou de Straat van Hormuz weer open zijn zodat de vele, vele schepen hun reizen konden vervolgen. De gasprijs vloog omlaag, de benzine deed het bescheidener aan, maar op den duur zal deze het voorbeeld volgen. Diverse landen reageerden opgelucht. Israƫl leek mee te doen, maar koelde ondertussen de woede in hevige mate op Libanon. De V.S. en Iran kraaiden om het hardst dat ze de oorlog hadden gewonnen. En Poetin lachte, lachte zich slap in zijn gouden kooi en werd rijker en rijker. Om wat bij mezelf te komen wandelde ik de tuin in. Niets kalmeert zo als de natuur. En die was op dit moment prachtig en veelbelovend. Blauwe druifjes in combinatie met speenkruid; was iets mooiers denkbaar? De bejaarde pruimenboom bloeide toch weer opnieuw en leek tot leven te komen. Feestelijk pronkte de krentenboom. Maar het mooist was toch wel mijn gazon waar pinksterbloemen bezit van hadden genomen. Begon het twee jaar geleden met een paar bloemen, het jaar daarop waren er meer. En nu? Ineens, al was het een invasie die bezit nam van mijn tuin. Fraai speelde het late zonlicht over de zachte lila wolk. Ik hoorde toepasselijke muziek van Gustav Holt uit The Planets en keek naar de vogels en een paar eenden in de sloot. Wolken dreven over, onbeschrijfelijk mooi. De aarde was de mensheid toevertrouwd en wat deden die mensen, wat doen die mensen, ze putten de aarde uit, plunderen de natuur en voeren oorlogen met elkaar. Doden, doden, doden. Als de hel bestaat, dan is er nauwelijks nog plaats voor al die slechteriken die alles aan elkaar liegen, die monsters met die grote ego's. Dan toch denk ik aan woorden van Etty Hillesum 'De zachte krachten zullen overwinnen'. Ik wandelde naar binnen, vouwde de krant van die dag op en liet die opgelucht in de container vallen. En het journaal zag ik die avond niet meer...