Herfst... paddenstoelentijd! Wandel door het bos en je zult ze tegenkomen. In alle soorten en maten. Maar toch, die rode met witte stippen, daar gaat je hart bij open. In mijn kindertijd tekende ik kabouterhuisjes. Rood dak, witte muren, een deur in het midden met een ronding aan de bovenkant. Kleine knusse raampjes, een dakgoot, een regenton, een paadje naar de weg. Altijd rook uit het schoorsteentje en een paar vogels in de lucht. De kabouter werd er fluks bijgetekend, maar die kon nooit door het deurtje dat zoveel kleiner was. Meestal hing de waslijn vol met kabouterkleertjes. Tot slot nog reusachtige zonnebloemen en klaar was het. Dan is er nog een gebeurtenis uit mijn kleutertijd waarin de paddenstoel de hoofdrol had. Juf had laten zien waar we in de herfst mee aan de slag gingen. Haarscherp zie ik het voor me. Op een stevig karton 40 x 30 cm stond een kabouterhuis. Op het dak lag een laag watten, versgevallen sneeuw. Een deur en raampjes en zelfs een schoorsteentje. Een paadje liep naar het tuinhek en daar hing een lantaarntje aan. Er was een dichtgevroren vijver van zilverpapier. En een boom, stevig opgerold papier, aan de onderzijde ingeknipt werd vastgeplakt aan de ondergrond. Uit de opening aan de bovenkant kwamen de kale takken. Eem dikke laag watten en ook een paar diertjes. Wij als kleuters keken ademloos. Er omheen was een hek van gevlochten papieren stroken. Ieder mocht een kleur kiezen, ik nam roze. En Henny, mijn hartsvriendin nam lichtblauw. En toen gingen we aan het werk. Eerst vlechten, elke dag een poosje en op een rood vel karton had juf al een deur en raampjes getekend, het kabouterhuis. Dat moest uitgeprikt worden. Vele uren prikwerk! Maar het eindresultaat zou prachtig zijn. Toen werd ik ziek, een aantal weken kon ik niet naar school en nog erger, ook niet werken aan mijn kabouterhuis in de besneeuwde tuin met dat prachtige roze hek. Toen was ik beter en popelde om weer te gaan werken aan dat sprookjesachtige kabouterhuis in de besneeuwde tuin. Nog voel ik de teleurstelling: iedereen had doorgewerkt aan het kabouterhuis en tuin en ieder had het al in huis. Juf had mijn werkstuk maar afgemaakt en het eerste wat ik riep was: 'Maar dat is niet van mij, ik had een roze hek en dit is donkergrijs.' Waarop juf troostte: 'Maar echt, dit is veel mooier, veel echter.' Mijn werkstuk was zoekgeraakt en juf had het op deze manier opgelost en vermoedelijk zelf ook gemaakt. Toen mijn vader me uit school haalde mocht het werkstuk mee. Ik had een onbestemd gevoel. Het kreeg een opvallende plek in de huiskamer. Maar toch, mijn getekende kabouterhuis had mij meer plezier gegeven dan het beeldschone wintertafereel met het ruimtelijke kabouterhuis...