Overbrugd

Overbrugd

donderdag 15 oktober 2026

 Vervolg:

'Hoe herinner jij hem eigenlijk?', ik vroeg het aan een vriendin uit die tijd. Ze zei verwijtend: 'Ik heb hem nooit vergeven dat hij mij isoleerde naar de achterste bank. Het was een koude, nare plek en dat alleen omdat ik vaak zat te kletsen. 'Grinnikmeid', zo noemde hij me. 'Vraag eens of je huilend of lachend bent geboren?' In haar stem klonk nog lichte boosheid. Een andere vriendin was gauw klaar, slechts één ding deed pijn, meldde ze. Bij een leesbeurt zei ik tegen reçu per ongeluk reku. 'Er uit', riep hij en zette kracht bij met een schop tegen mijn achterste.' Toen ik tenslotte mijn broer er na vroeg, zei hij: 'Ik heb nooit last van hem gehad, terwijl ik toch met alle onderwijzers iets heb beleefd.' Mijn herinneringen gingen verder. Ik zie mezelf als klein meisje lopen in een brede uitgestorven schoolgang vol met jassen. Ik moest een opstel laten lezen aan de hoofdonderwijzer. Een zacht klopje op de deur, een krachtige stem: 'Binnen!' Aarzelend stak ik mijn schrift toe en zei zacht dat de meester wilde dat hij mijn opstel zou lezen. Hij las drie zinnen, zei toen: 'Leestekens kind, leestekens.' En met de scherpe punt van een potlood schreef hij met grote dikke letters bovenaan de bladzijde: 'Leestekens!' Dan zijn er de beelden uit kerkdiensten. Elke zondagmorgen las hij de Tien Geboden voor vanaf een verhoging omgeven door een hekje, gekleed in een donkerblauw krijtstreepkostuum. Hij was moeilijk te verstaan, hij wachtte de nagalm niet af. Na zijn taak zat hij roerloos in de schaduw van de preekstoel en leek in het geheel niet meer op de mens van de afgelopen week. Soms zag ik ze gaan door het dorp, zijn vrouw en hij. Ze liepen gearmd en hielden de hoofden dicht bij elkaar in een vertrouwelijk gesprek. Hij was opnieuw anders. Het laatst zag ik hem bij het uitgaan van de kerk. We liepen samen door het middenpad en waren bijna even groot. 'Hoe gaat het met je kind?', vroeg hij. 'Goed meester, heel goed.' Met een 'Dat is mooi', tikte hij even op mijn arm.

Wordt vervolgd. 

  


 In de schaduw van de preekstoel las hij elke zondagmorgen de Tien Geboden...