Broeder Franciscus
Johannes Huiting
1923 – 2014
Op 12 oktober overleed prior en gastenpater broeder Frans
Huiting. Zijn heengaan zal velen met ontroering vervullen, zowel in de
rooms-katholieke als in de protestantse wereld. Wie ooit binnen de poort van de
Sint Paulusabij verbleef zal ongetwijfeld deze bijzonder monnik op zijn
netvlies hebben. Wie herinnert zich niet zijn fijnzinnige opmerkingen, zijn
‘ach zo’, zijn stem waarin een lichtje leek te zitten, zijn geredder in de
keuken van het gastenhuis.
Zestien jaar heb ik mij mogen verheugen in onze vriendschap,
gevat in spiritualiteit. Bij het doorlopen van de map met zijn vele brieven en
kaarten werd het me opnieuw duidelijk: ik was één van mijn beste vrienden
kwijt. Hij leerde me wat bedoeld werd met benedictijnse spiritualiteit,
aandacht en zorg voor het eenvoudige, hij reikte me kostbaarheden uit de
filosofie aan. Hij was mijn eerste kloosterling in de 24-delige serie ‘In het
licht van de kaars’ en had bij de te nemen foto’s veel plezier om mijn capriolen.
Ik dacht aan ons telefonisch bijpraten op de zondagavond, ik dacht aan onze
diepe gesprekken in de abdij, waarbij ik opmerkte het gevoel te hebben dat er
nog iemand bij leek te zijn. ‘Het klopt’, zei hij, het is de Geest.’ Broeder
Frans ging zeer mee met zijn tijd. Hij maakte enthousiast gebruik van de
computer, volgde nauwgezet de ontwikkelingen in de moederkerk, voelde zich
betrokken bij de oecumene. Hij herkende zichzelf in paus Franciscus.
Op vrijdag 17 oktober, een stralende herfstdag deden we hem
uitgeleide vanuit de abdijkerk. Het was een waardig uitvaart, zeer bij hem
passend. Er werd gelezen uit Romeinen 8 en uit Johannes 14. Tijdens de communie
klonk fraai harpspel. Wierook steeg omhoog en mengde zich met binnenvallend
herfstlicht. Na het uitdragen volgde een lange rij bezoekers de kist. De
plechtigheid werd op het kloosterkerkhof afgesloten met ‘Heer geef hem de
eeuwige rust. En het eeuwige licht verlichte hem.’ Door de al kleurende
kloostertuin wandelden we in kleine groepen naar de abdij; we deelden het gemis,
maar er was vooral dankbaarheid, dankbaarheid deze mens te hebben gekend…