Overbrugd

Overbrugd

dinsdag 2 december 2014


Broeder Franciscus Johannes Huiting
                1923 – 2014

Op 12 oktober overleed prior en gastenpater broeder Frans Huiting. Zijn heengaan zal velen met ontroering vervullen, zowel in de rooms-katholieke als in de protestantse wereld. Wie ooit binnen de poort van de Sint Paulusabij verbleef zal ongetwijfeld deze bijzonder monnik op zijn netvlies hebben. Wie herinnert zich niet zijn fijnzinnige opmerkingen, zijn ‘ach zo’, zijn stem waarin een lichtje leek te zitten, zijn geredder in de keuken van het gastenhuis.

Broeder Frans werd geboren op 28 september 1923 te Amsterdam. Hij volgde het gymnasium op het Missiecollege van de Franciscanen in Katwijk aan de Rijn. Om zich op zijn roeping voor te bereiden wilde hij de Trappistenabdij in Zundert bezoeken, vooraf bezocht hij in Bilthoven schrijver Pieter van der Meer de Walcheren, die hij zeer bewonderde. Deze raadde hem ook de Benedictijnen in Oosterhout te bezoeken. Hij zocht niet verder, dit werd zijn huis. Op 8 september 1942 trad hij in, werd in datzelfde jaar gekleed en legde zijn eerste geloften af op 18 mei 1944, waarna hij op 17 december 1949 tot priester werd gewijd. Broeder Frans verdiepte zich graag in abstracte problemen, filosofie was hem op het lijf geschreven, met zijn lectorschap heeft hij velen begeleid in de wereld van de filosofie. Vanaf 1957 tot 1975 was hij prior en toen broeder Rien van den Heuvel in 1985 abt werd, nam broeder Frans opnieuw het priorschap op. Voor velen werd hij een geestelijk begeleider. Toen de communiteit naar Teteringen verhuisde steunde hij zijn medebroeders en bij het vertrek van abt Rien van den Heuvel naar de Slangenburg werd hij de leider van de inmiddels kleine groep broeders. Eind 2012 brak hij bij een val zijn heup, daarbij werd zijn leven broos.

Zestien jaar heb ik mij mogen verheugen in onze vriendschap, gevat in spiritualiteit. Bij het doorlopen van de map met zijn vele brieven en kaarten werd het me opnieuw duidelijk: ik was één van mijn beste vrienden kwijt. Hij leerde me wat bedoeld werd met benedictijnse spiritualiteit, aandacht en zorg voor het eenvoudige, hij reikte me kostbaarheden uit de filosofie aan. Hij was mijn eerste kloosterling in de 24-delige serie ‘In het licht van de kaars’ en had bij de te nemen foto’s veel plezier om mijn capriolen. Ik dacht aan ons telefonisch bijpraten op de zondagavond, ik dacht aan onze diepe gesprekken in de abdij, waarbij ik opmerkte het gevoel te hebben dat er nog iemand bij leek te zijn. ‘Het klopt’, zei hij, het is de Geest.’ Broeder Frans ging zeer mee met zijn tijd. Hij maakte enthousiast gebruik van de computer, volgde nauwgezet de ontwikkelingen in de moederkerk, voelde zich betrokken bij de oecumene. Hij herkende zichzelf in paus Franciscus.

Op vrijdag 17 oktober, een stralende herfstdag deden we hem uitgeleide vanuit de abdijkerk. Het was een waardig uitvaart, zeer bij hem passend. Er werd gelezen uit Romeinen 8 en uit Johannes 14. Tijdens de communie klonk fraai harpspel. Wierook steeg omhoog en mengde zich met binnenvallend herfstlicht. Na het uitdragen volgde een lange rij bezoekers de kist. De plechtigheid werd op het kloosterkerkhof afgesloten met ‘Heer geef hem de eeuwige rust. En het eeuwige licht verlichte hem.’ Door de al kleurende kloostertuin wandelden we in kleine groepen naar de abdij; we deelden het gemis, maar er was vooral dankbaarheid, dankbaarheid deze mens te hebben gekend…