Zr. M. Paulino Brandsma
1927 – 2014
In die tijd leerden we zr. Paulino
kennen. Dit voorjaar waren we voornemens onze twintigjarige vriendschap vieren,
een vriendschap met vele facetten. Daar waren allereerst de ontmoetingen met
gemeenteleden uit ‘De Bron’ in eendaagse retraites. Samen met zr. Marie-José,
ds. Ad van Noord en ondergetekende zorgde zr. Paulino voor de invulling van die
dagen met gesprekken, meditaties en vieringen.
Het meest kostbaar werd de vriendschap
in deze voorbereidingsgroep. Bijpraten onder de koffie, wandelen over het
kloosterkerkhof, samen de verzorgde maaltijd gebruiken in de deftige
balkonkamer, samen genieten, samen de gebeden zeggen.
In een overvolle kapel vond op 28
januari de gezongen Eucharistieviering plaats. Zonlicht viel in een brede baan
troostend door het raam over de met bloemen bedekte kist. Of was het juichend
licht? Wijwater en wierook, veelzeggende rituelen. We zongen:
Wanneer uw licht mij voorgaat in de nacht,
wanneer ik hoor dat U mij thuis verwacht,
dan weet ik, Heer, dat U mijn zwakheid ziet,
dan zeg ik dank, want U verlaat mij niet.
Een zuster las Jes. 25,6-10a en Mt. 6,25-33, priester André Zegveld, deken van Twente en IJssellanden, ging voor. Hij verwees vanuit de gelezen bijbelgedeelten naar zr. Paulino: ‘Zij was zo’n gelovige, met hart en ziel, Jezus achterna, vol van het Rijk van God, vol van het verlangen naar Gods merkbaarheid in de mensen en de wereld om haar heen. Maar ze was ook een gecompliceerd mens, onrustig en op zoek naar rust; druk bezig en verlangend er te mogen zijn; toegewijd èn tobbend; gelovend dat je alles als uit Gods hand moet en mag ontvangen, maar met graag de regie in eigen hand; dienstbaar willen zijn en toch de leiding willen hebben. Ze was een vrouw van het visioen, maar had moeite met het wachten en het loslaten dat daarbij hoort.’ De hechte band met haar familie was In het afscheidswoord door een neef goed hoorbaar. In de heldere vrieskou trokken we in een lange stoet naar de begraafplaats, het leek of de overleden zusters haar verwelkomden.
Vanaf de bank thuis heb ik zicht op
de treurende Moeder Gods. In haar schaduw staan twee kaarten naast elkaar, in
tijdsduur schelen ze een maand. Op de grootste staan smaakvol geschikte
symbolen voor kerst met er naast goede woorden van zr. Paulino. De kleine kaart
is geen kaart maar haar bidprentje. Maar
de woorden er boven naar Ps. 43,3 zijn veelzeggend: ‘Zend mij uw Licht en uw
trouw tegemoet, zij zullen mij brengen tot binnen in uw huis’.
Lieve zr. Paulino, we moeten jou, zo
leerden we van kloosterlingen, het sterven gunnen. We mogen blij zijn omdat je
mag leven in Gods Licht. Maar we missen je, we missen je zeer…