Overbrugd

Overbrugd

woensdag 31 december 2014


Loof de Heer! 

Zo stond het geschreven. In ferme witte letters op de leuning van een bank. Een uitroepteken voegde extra kracht toe. Daaronder stond, hoewel zonder uitroepteken, maar ook in hoofdletters: WANT HIJ IS GOED. Wie psalm 136 kent  zal meerdere fouten ontdekken.

 
Op een stralende  zondagmorgen kwam ik op weg naar de kerk deze ‘ode’ tegen. Doorgaans wordt deze bank in het Zoddepark benut door jongeren. Ze zitten in een rijtje op de rugleuning, zodat er ook plaats is voor een even grote rij op de daarvoor bestemde plek. Er heerst meestal een opgewekte stemming. Soms zijn ze baldadig. Dan slopen ze de afvalbak naast de bank, zodat alleen de achterwand nog aan de paal zit; het vuil ligt kwistig uitgestald. Groet ik, dan krijg ik altijd een langgerekt ‘Hoooiii’ terug. Eigenlijk zijn ze best aardig.

Op dit vroege morgenuur sliep vermoedelijk de schilder alias schrijver zijn rozige slaap, moe van zijn late zaterdagavondkarwei. Feit is dat bij hem het traditionele psalmversje op de maandagmorgen niet verloren is gegaan. Blijft de vraag: wat dreef hem om de aanhef van psalm 136 neer te kalken op een rustbank in een park/ Kreeg hij tienen voor de geleerde versjes of moest hij ze voor straf tien keer overschrijven na schooltijd?  Hingen de beginregels van de psalm ingelijst aan de muur in het ouderlijk huis omdat het de trouwpsalm was van de ouders? Stonden de woorden mogelijk op een grafsteen van lieve grootouders? Of was het jongmens lid van een zangvereniging met die naam? Misschien gaat het helemaal niet om een jongmens, maar een gerijpt persoon. Vol van de schoonheid van deze psalm en die graag willen delen met anderen. Dan is het bedoeld als onverwacht cadeau voor kerkgangers. Nog sterker: misschien was het de bedoeling twijfelaars een hart onder de riem te steken! Wonderlijk was dat ik de woorden meenam naar de kerk. Liederen waarin ons gezwoeg en pijn centraal stonden hadden geen vat op mij, want de lovende woorden op de bank overstemden alles. Uiterst opgewekt kwam ik thuis en ging breeduit voor de uit dertien verzen bestaande psalm 136 zitten. Ze kwamen helder binnen op één na en dat was vers 12:

Looft den Heer, die al wat leeft
dagelijks zijn spijze geeft,
die ons laaft en die ons voedt,
Eeuwig is Hij trouw en goed.

Op mijn netvlies verschenen journaalbeelden van uitgemergelde handen, graaiend naar alles wat eetbaar is. Een innerlijk stemmetje zei honend: ‘Ja, ja…. vers twaalf!’ In een flits zag ik de Saint-Etienne in Waha (Belgische Ardennen). In die kleine kerk stond het beeld van de gekruisigde Christus; de armen ontbraken. ‘Je n’ai plus d’autres mains que les tiennes’ (Ik heb geen andere handen dan de uwe). Later die dag maakte ik de gang door het park nogmaals. Dit keer om de bank te fotograferen. En dat was slim, want de volgende dag was de tekst verdwenen. Nijvere plantsoenarbeiders grepen in voordat op de overige rustbanken alle dertien verzen werden geschilderd…