Overbrugd

Overbrugd

woensdag 31 december 2014


Wie ben ik en hoe vind ik mijn weg verder? 

Hij verzorgt lezingen en workshops over thema’s als ouder worden, levenseinde, afscheid, verlies en zorg. Van zijn hand verschenen verschillende boeken voor wie rouwt, en voor wie rouwenden beter wil leren begrijpen. In gesprek met Marinus van den Berg.

Als ik de kaars aansteek, wil jij dan de woorden zeggen?
‘Een kaars is veelzeggend. Elke morgen steek ik op mijn werkkamer een kaars aan omdat één licht zoveel licht kan brengen. Eén licht wijst de duisternis haar grenzen.’

Er staan inmiddels veel boeken op je naam. De titels zijn veelzeggend: Waken en afscheid nemen, Teksten bij het afscheid, Door je verdriet heengroeien, om er maar enkele te noemen. Ben je onze ‘rouwpastor’?
‘Wie is ónze’, zou ik willen zeggen. Je bent pastor voor iemand als die dat ook zo gaat ervaren. Dat is een ontwikkeling, een groei. Een mens is niet open, maar een mens kan opengaan. Dat gebeurt als er veiligheid en vertrouwen groeit, als er in pastorale relaties zorgzaamheid en zorgvuldigheid wordt geboden. Als iemand iets van dat behoeden bemerkt, dan mag je je iemands pastor weten.’

Wanneer en waardoor ontstond de behoefte om over de moeilijke materie te schrijven?
Tijdens mijn studie in Amerika overleed het zoontje van mijn broer. Ik hoorde er pas van na de begrafenis. In diezelfde tijd overleed een tante naast ons, een oudoom die bij ons in huis woonde en mijn oma. Vier mensen binnen twee maanden. In diezelfde periode luisterde ik naar iemand die vertelde over rouw en hechtingstheorieën. Ik herkende heel veel en toen ik een scriptie  moest schrijven stelde ik als onderwerp voor ‘Lijden aan een verlies’. Wie is God, wat is lijden, hoe ga je hiermee om? Toen ben ik mensen gaan interviewen. Na afronding van mijn scriptie kreeg ik het advies op deze weg verder te gaan.’

Recent verscheen Rouwen in de tijd. Een fors boek, waarin alles aan de orde komt. Een soort ‘rouwbijbel’, een boek om in te bladeren?
‘Ja, als je de bijbel dan maar wilt opvatten als een verzameling van verhalen, van impressies, van poëzie; het is een wonderlijk boek, een klein ‘bibliotheekje’, waarin je mag kijken, waardoor je je mag laten inspireren, want er is wel een rode draad. Het gaat om het geloof, om het vinden van wie is  God is voor mij en wie ben ik voor God? Zo is het ook in de rouw. Wie ben ik en hoe vind ik mijn weg verder? Inmiddels meldde de uitgever dat de tweede druk in aantocht is.’

Is dit boek de bekroning van alles wat je over dit onderwerp schreef?    
‘Ik denk het wel.’

De ondertitel is Een zoektocht in het landschap van afscheid en verlies. Wil je hier iets over vertellen?
‘Ik moest in Torhout (België) over dit onderwerp spreken voor een groep studenten. Om het aanschouwelijk te maken tekende ik een landkaart. Die landkaart, Terra Incognita (Het onbekende land) staat aan de binnenzijde van Rouwen door de tijd. In het midden heb ik een hart getekend, je bent nu in je hart geraakt. In dat hart tekende ik de vier zingevingsgebieden: intimiteit, ontspanning, inspanning en levensbeschouwing. De landkaart geeft de zoektocht weer door het onbekende land met plekken van gevaar, maar ook van warmte en genegenheid. De kern is: jij die opnieuw verbinding zoekt met de wereld om je heen. Daarnaast speelt haasttijd en vertraagde tijd. Iemand in rouw leeft niet zoals anderen in de haasttijd, maar vanuit de chaos in de vertraagde tijd,  je kunt wel deelnemen aan wat het leven heet, maar nooit meer op dezelfde wijze of in hetzelfde tempo als in de haasttijd.’

Rouwen in de tijd is overzichtelijk. Kleine hoofdstukken, afgewisseld door onderwegteksten en intermezzo’s. Mondjesmaat verschillende onderdelen aanreiken?
‘Rouwenden kunnen maar kleine stukjes aan. Door in het boek te bladeren komen ze soms niet die ene zin tegen waar ze naar zochten. Een zin om die dag mee te nemen.’

Langzaam leid je de lezer door het boek. Suggestie voor hoe te leven bij rouwpijn, worden aangeboden. Er zijn ook omkaderde vragen voor de lezer. Probeer je zo de lezer bij de eigen situatie te houden?
‘Ja. Ik zeg bij lezingen vaak: ‘U moet niet naar mij komen luisteren. Ik hoop dat u vandaag goed luistert naar uzelf. Ik reik de beelden aan en ervaringen. Niet om te zeggen, zó moet het, maar wat komt het dichtst bij uzelf?’

Je noemt jezelf iemand die het steeds minder weet en leert van wie het wel weet. Worden de rouwenden je leermeester?
‘De lijdende gaat mij vóór, want die vertelt waar hij ongeveer is in landschap van verlies. Dan is de vraag 'zij‘ er kinderen, zijn er familieleden en goede vrienden’ belangrijk; maar belangrijker is de vraag ‘wat betekenen ze voor u?’ In dialoog kan helder worden dat rouwenden ook voor anderenweer iets kunnen gaan betekenen.’

Met welke boodschap wil je rouwenden in de opmaat naar kerstmis bemoedigen?
‘Ik zou een zin van Paul Claudel willen zeggen: ‘Christus is niet in de wereld gekomen om het lijden weg te nemen, maar om het lijden te verlichten.’ Wil je kerstmis kunnen vieren dan moet ook het gemis en de pijn genoemd worden. Er is een leegte. Bonhoeffer zegt dat ook God die leegte niet vult. Maar God respecteert die unieke liefdesband die wij met iemand gehad hebben en nog hebben. Rouw gaat over liefde.’

Naschrift:
Marinus van den Berg (1947), geboren in Wijhe, studeerde aan het gymnasium van de paters karmelieten in Zenderen, en theologie aan de Katholieke Hogeschool Utrecht en de universiteit van Yale (USA).Hij werd in 1977 priester gewijd en werkte acht jaar in Apeldoorn in het verpleeghuis ‘Randerode’, daarna 15 jaar als pastoraal vormingswerker voor de gezondheidszorg. Van den Berg is in 2009 elf jaar pastor en geestelijk verzorger voor Antonius IJsselmonde te Rotterdam en een jaar in het nieuwe palliatief centrum Cadenza. Bijna 30 jaar is hij betrokken bij de Vereniging Ouders Overleden Kind en geeft veel lezingen en cursussen over omgaan met verlies en afscheid. Hij kreeg een koninklijke onderscheiding voor zijn werk.