Moskou
en Sint Petersburg (9) slot.
Sluitstuk
van de reis is een bezoek aan Peterhof, een kleine stad aan de Finse Golf, 29
kilometer ten westen van Sint-Petersburg. Het stadje is beroemd door het
overweldigende Grote Paleis, ook wel Peterhof, met beeldschone park. Toen Peter
de Grote onderweg was van Sint-Petersburg naar de haven van Kroonstad (eilandje
in de Finse Golf) zag hij een bijzonder stukje kust met natuurlijk terras. Hij
liet er in 1710 een houten paleisje bouwen en gebruikte het als pleisterplaats
op zijn reisjes naar de haven. Ondertussen droomde de tsaar van een groot
paleizencomplex, dat niet onder zou doen voor de onderkomens van de monarchen
in West-Europa. Hij huurde 5000 arbeiders en een team architecten en
waterbouwkundigen in voor de bouw van de voorganger van het huidige paleis. Aan
de oever van de Finse Golf bedacht hij de kleine villa Monplaisir; aan de voet
van het Grote Paleis ontwierp hij de Grote Cascade, een barok en trapvormig
aangelegd waterkunstwerk.
Een kanaal zorgt voor de verbinding met de zee en zo
kon de tsaar ook per boot het Grote Paleis bereiken. Het water voor de Grote
Cascade komt uit ondergrondse bronnen in de Ropsjaheuvels, 22 kilometer
zuidwaarts. Dit water wordt ook gebruikt voor de tientallen waterwerken in de tuin.
Na zijn dood in 1725 ging tsarina Elisabeth aan het ‘verfraaien’, echter bij
het aantreden van Catharina II verdween veel van de smakeloze weelde. Ondanks
het geknutsel is het oorspronkelijke idee van tsaar Peter bewaard gebleven. Het
Grote Paleis per boot bereiken behoort tot het verleden door de komst van de
fontein Samson. Midden in het bassin staat deze robuuste figuur in een
waternevel, terwijl hij de muil van een leeuw onafgebroken opentrekt. Tijdens
de Tweede Wereldoorlog raakte het Grote Paleis zwaar beschadigd, eeuwenoude
bomen in het park waren gekapt en het kunstige hydrotechnische systeem
vernield. Na de bevrijding in 1944 begon het herstel.
Ondanks
het vroege uur is het druk op de parkeerplaats. Tientallen bussen en auto’s,
een paar hoornblazers trotseren de regen en heten ons welkom met ‘Tulpen uit
Amsterdam’ gevolgd door ‘Er wordt aan de deur geklopt’. Het levert gulle giften
op. Voor het driehonderd meter lange paleis staat al een lange rij
nieuwsgierigen, want wie wil er nu niet achter de paleismuren kijken? En mocht
dat tegenvallen, dan is er altijd nog de veelbelovende tuin. We schuifelen
voort langs de cascade met de 37 spuitende fonteinen, die zichzelf en elkaar in
een sluier van minuscule druppeltjes hullen. Na binnenkomst ontdoen van
nattigheid en op maatloze sloffen proeven van de sfeer in staatsievertrekken en
privé-suites. We wanen ons als vorsten op galerijen en trappen, dromen weg bij
de balzaal in Russische barokstijl. De twee rijen ramen boven elkaar,
gereflecteerd in spiegels, doen de zaal veel groter lijken. Hoogtepunt is het
Eiken Kabinet van de tsaar. De acht wonderschone houtpanelen hebben de oorlog
overleefd en de smaakvolle inrichting is een verademing bij het overdadige van
voorgaande vertrekken. Kristallen kroonluchters in de Troonzaal, portretten van
de familie Romanov, massief goud en nep goud. Op adem komen langs de cascade,
de druppels voelen en het sprookje aanschouwen van dansende prinsen en
prinsessen met bezoekers.
Voor het terras werd Hollandse baksteen gebruikt en daarom kreeg het de naam
'Hollandse Huisje’. We groeien in trots. Bij de uitgang van het paleispark doen
de stands met paraplu’s goede zaken. Toch die grote paraplu kopen met Russische
teksten? Ik weersta de verleiding.
Op
de terugweg rijden we via Strelna, langs de presidentiële residentie van
Poetin. Wanneer hij zijn geboorteplaats bezoekt verblijft hij in dit lichtgele
paleisje, ooit het Kanstantinovskipaleis. Na de vernielingen in de Tweede
Wereldoorlog bleef het tot 2001 in armelijke staat achter, maar nu is het in
luister hersteld; in 2006 werd hier de G8-top gehouden.
Aan
het eind van de middag vliegen we vanuit Sint-Petersburg terug naar Schiphol
met hoofden boordevol indrukken. Een land waar melancholie en sprookjes hand in
hand gaan, maar ook een land wat bol
staat van wreedheden en onderdrukking. Een land van kerken en kloosters, van
onherbergzame oorden met vergeten bewoners, van glasnost en perestrojka en rijk
vloeiende wodka. Bijgeloof leeft bij de Rus. Zo wordt de verjaardag nooit
vooraf gevierd, want dat brengt ongeluk. Geef altijd een oneven aantal bloemen;
een even aantal wordt bij een begrafenis gegeven. In een gebroken spiegel
kijken geeft ellende en wil je na een reis behouden terugkeren, dan kijk je
voor het vertrek de achterblijvers zwijgend en langdurig in de ogen.
Door
het raampje zie ik Nederland in de diepte voorbij glijden. Rechte sloten,
boomloze stukken land, polderlandschap. Een rivier als zilveren lint zoveel
breder dan de Wolga, een brug met vier wielen van bladgoud, torenspitsen, saam
geblokte huisjes, Kampen. Bijna thuis…