Moskou
en Sint-Petersburg (8)
Zagen
we in de voorbije dagen veel schoons, vanmorgen gaan we ons vergapen aan de
duurste aller zomerverblijven van de tsaren, het Catharina-paleis in Poesjkin.
Heette de plaats voorheen Tsarskoje Selo (Tsaardorp), in 1937 werd de naam
veranderd in de huidige als hulde aan de beroemde Russische dichter Poesjkin.
De spilzieke Elisabeth, dochter van tsaar Peter de Grote en Catharina I, liet
na de dood van haar moeder het oorspronkelijke paleis met de grond gelijk maken
en gaf haar favoriete architect Rastrelli opdracht iets prachtigs te ontwerpen.
Boze tongen beweren dat het blanke gezicht, de hemelsblauwe ogen en het gouden
haar van Elisabeth ook de kleuren van het paleis werden. Is het
Catharine-paleis misschien niet het toppunt van schoonheid, indrukwekkend is
het zeker. Ook dit vorstelijk onderkomen werd in de Tweede Wereldoorlog
verwoest en nog zijn alle zalen niet gerestaureerd. Helaas zijn de meeste
kostbaarheden nu replica’s.
Hollands
weer, tentjes met souvenirs, een groep Japanners wordt toegesproken door een
gids.
Nataliya
toont bij ingang de papieren en gaat ons voor over dikke rode lopers in het
witte trappenhuis. Boogvormige ramen met roodkanten gordijntjes,
wandverlichting, vazen met royale boeketten, de sfeer is haast huiselijk.
Slofjes worden uitgedeeld, dan is het glijden, verbazen en staren naar verguld
houtsnijwerk, ferme spiegels en spiegelende parketvloeren met de meest
ingewikkelde motieven. Hier organiseerde tsarina Elisabeth de meest
extravagante bals. We wandelen door de Barnsteenkamer; de wanden van dit
vertrek zijn van hoog tot laag bekleed met barnsteenpanelen in een scala van
kleurnuances met spannende decoraties. Het herstel van deze kamer duurde
tientallen jaren, omdat bijna alle edelstenen waren geroofd. Het heet dat
Duitsland het nodige heeft vergoed. Een vluchtige blik in de schilderijenzaal,
een knikje naar het weelderig voorkomen van Elisabeth en genieten van de Groene
Eetzaal in neoclassicistische stijl, werk van Catharina de Grote. Bij het zien van
de vorstelijk gedekte tafels krijgen we trek. In het paleisrestaurant doen we
achter een portie blini’s (Russische pannenkoek) energie op.
Al wandelend door het paleispark is de grandeur van de
tsaristische periode duidelijk voelbaar. Het 567 ha grote terrein is versierd
met monumenten, paviljoenen en vijvers. Midden in de Franse tuin (1740) staat
het barokke paviljoen de ‘Hermitage’. Hier vonden de exclusieve diners plaats
van Elisabeth. Op de begane grond was de keuken, de volgeladen tafels werden naar
de eerste verdieping getakeld en waren de magen gevuld dan verdwenen de tafels
en kwam er een prachtig ingelegde Franse vloer tevoorschijn. Hoeveel Russen
hebben voor die sprookjeswereld gebloed en bloeden nog? We wandelen door brede
lanen, volgen smallere paden, lopen langs bloembedden en zijn verrukt over
bloeiend fluitenkruid; de natuur hier is minder ver in de groei. Een klasje
kinderen speelt onder toezicht van een juf, een paar deugnieten worden
teruggeroepen.
Prachtig opgenomen in het groen is paviljoen ‘De Grot’ aan de
rand van de vijver. En dat treft, net begint binnen een klein concert; vijf
Russische zangers, stijf in het pak doen met hun sonore stemmen alle glitter en
glamour vergeten. Kippenvel bij deze
weemoedig makende Russisch-orthodoxe zang. Vanaf sierlijke richels aan de gevel
luisteren kraaien onaangedaan mee.
Een
bezoek aan Sint-Petersburg zonder het bijwonen van een balletavond is
ondenkbaar. Gewassen en gestreken vertrekken we in de vroege avond naar het
Mariinski-theate (?), het belangrijkste opera- en balletheater. Een wereld in
witgeel, smaakvol beeldhouwwerk en brede trappen met vloerbedekking waar je tot
de enkels in wegzakt. Vanaf de eerste etage klinkt live muziek en ik herken de
feestelijke klanken van de Trumpet Voluntary.
De trap oprennen is ongepast,
hier gaat een mens vanzelf schrijden. Het sprookje van het Zwanenmeer trekt aan ons voorbij in drie gedeelten en wisselende
decors. Ranke ballerina’s in teerblauw, vervolgens in vlammend rood en
tenslotte in sereen wit, dansen het verhaal van de zwaan, die verandert in
prinses en haar prins vindt, op de overbekende muziek van Tsjaikofski.
Wanneer we het Mariinski-theater verlaten is het rond elf uur in de avond. De stad bruist en op de kades is het zo mogelijk nog drukker dan overdag. Muziek, gelach en gezang, de terrassen zijn overvol, door de grachten varen boten. Het is de meest sprookjesachtige tijd in Sint-Petersburg, de witte nachten, die vallen in de periode tussen half mei en half juli. Dan duurt de nacht slechts een half uur en is het zo licht dat je zonder elektrisch licht kan lezen. ‘Geen enkele dichter kan woorden vinden voor het onbeschrijfelijke, geheimzinnige zwijgen, dat neerdaalt op de zwaar ademende Neva na de hitte van de dag, in het fosforescerende licht van bleke wolken en een bloedrode zonsondergang. Geen enkele schilder kan die wonderlijke kleuren en tinten vangen die de hemel doen schitteren en weerkaatsen in de rivier als in de huid van een kameleon, als in geslepen kristal. Geen enkele musicus kan een aardse stem geven aan de klanken die vervuld zijn van zo’n diep gevoel en opstijgen van de aarde naar de hemel om opnieuw als weerkaatsing van het uitspansel terug te vallen op de aarde.’(A.A. Grigorjev)
Een
dag die begon in oogverblindende pracht en praal, overging in een ontroerende
kunstuiting en afgesloten werd met een onvergetelijk gebeuren van moedertje
natuur…