Moskou
en Sint Petersburg (7)
Wie
Sint-Petersburg bezoekt zal het staatsmuseum de Hermitage niet overslaan. In
het prachtige Winterpaleis met bijgebouwen kan dagenlang gewandeld worden langs
talloze kunstschatten. En dan te bedenken dat het getoonde slechts 5 procent is
van de totale collectie. In 400 zalen
zijn bijna 3 miljoen stukken te bekijken in grote gevarieerdheid.
De
geschiedenis van dit grootse en barokke bouwwerk intrigeert. In de 18e
eeuw werd het Winterpaleis gebouwd aan de oever van de Neva als residentie van
de Russische tsaren. Er was het nodige aan kunst, maar grondlegger van de
enorme collectie is Catharina II. Haar verzamelwoede begon in 1764 met de
aankoop van 200 schilderijen op een veiling in Berlijn. Ze breidde de collectie
systematisch uit en gaf opdrachten aan eigentijdse kunstenaars. Om alles te
kunnen bergen werd al snel de Kleine Hermitage gebouwd. Toen ook dat gebouw vol
raakte verrees de Oude Hermitage en vervolgens de Nieuwe Hermitage. Een
verschrikkelijke brand in 1837 verwoestte alles. Onder ijselijke temperaturen
waren 6000 arbeiders dag en nacht bezig met de herbouw; veel mensen overleefden
het niet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het museum behouden. Maar nu is
alle leed geleden en blinkt de Ermitazj van zelfvertrouwen.
Via
de ingang aan de rivierzijde betreden we het museum. Dagelijks komen hier ruim
30.000 (!) bezoekers. Geroezemoes, niet thuis te brengen talen. We wandelen van
de ene naar de andere zaal in bewondering en verbazing. De Grote Troonzaal
ademt monumentale schoonheid, marmeren zuilen, twee rijen bronzen
kroonluchters, aan beide zijden grote ramen. Dat maakt deze 800 vierkante meter
zaal ruim en licht. Onder toezicht van een suppoost mogen bezoekers gedoseerd
in de Kleine Troonzaal. De muren zijn met fluweel bekleed en hebben ingeweven
zilveren patronen; in een nis staat de verzilverde troon met daarboven een
groots schilderij van tsaar Peter met de godin Minverva. Niet te lang turen,
het volgende groepje staat te dringen. Het witte met goud versierde trappenhuis
is een studie waard, maar het mooist is de ‘Jordaantrap’. De naam verwijst naar
het kerkelijk feest van de Epiphanie (6 januari), waarbij het water van de Neva
werd gewijd en de religieuze processie via deze trap naar de rivier schreed. We
drentelen door de Malachietkamer, de groene zuilen maken de zaal te druk. In de
Paviljoenzaal van de Kleine Hermitage is het dringen, daar staat de
‘pauwenklok’. De beroemde Engelse klokkenmaker James Cox (18e eeuw)
bedacht dit ingewikkelde uurwerk. Toen de klok vanwege de afmetingen in
gedeelten aankwam in Sint-Petersburg winst men niet hoe de enorme goudkleurige
kooi met boomstam, paddestoel en dieren in elkaar paste. Twaalf jaar later
lukte het de beroemde Russische meester Koelibin en is er een uur verstreken dan
zet de pauw de staart op en begint de haan te kraaien. Het cijferblad van het
uurwerk zit verborgen in de hoed van de paddestoel. Om bij te komen van
indrukken en pauzeren we in het café, waar de bediening hadden te kort komt.
Tafels en stoelen staan schots en scheef, met moeite vinden we een plekje. In
de belendende gang kan men internetten of zoeken naar informatie over de
aanwezige kunst. In de Oude Hermitage
staat voor de Madonna met bloem
(1478) een rij ‘fotografen’ evenals voor de Madonna
met kind (1490). Straalt het
eerste doek speelsheid uit, het laatste is vooral liefdevol. Het kindje grijpt
de borst van een serene Maria. En wat te denken van de Rembrandtzaal met 25 van
zijn schilderijen. Ook voor de Terugkeer
van de verloren zoon staan bezoekers met de klikklare camera. Henri Nouwen
werd door dit doek gegrepen en schreef het prachtige ‘Eindelijk thuis’. Het
schilderij digitaal vastleggen is moeilijk vanwege de lichtval, meenemen op het
netvlies is veel mooier, want juist daar komt het later tot leven.
De
grachten en de bruggen van Sint-Petersburg worden geroemd. Een rondvaart maken
is aangenaam na het intensieve bezoek aan de Hermitage. In het midden van de 19e
eeuw werden de eerste vaste bruggen gebouwd. Als de Neva de belangrijkste
‘boulevard’ is van de stad, dan zijn de Fontanka en de Mojka haar ‘straten’ en
de kanalen en verbindingswatertjes haar ‘stegen’. Zoetjes glijdt de boot door
de grachten en niet alleen de bruggen zijn het bekijken waard, maar ook de
gevels komen tot recht. We varen langs het herenhuis aan de Mojkakade waar de
dichter Poesjkin heeft gewoond van 1836 tot 1837. Toen vond hij de dood tijdens
een duel met de aangenomen zoon van de Hollandse gezant. Nu is er een museum in
gevestigd. Iets verder ligt het café waar de vechtpartij plaatsvond. Over het
Gribojedovkanaal liggen meerdere bruggen, maar de Leeuwenbrug is de meest
indrukwekkende met zijn vier ruim 2 meter hoge leeuwen. En wil men op het
bovendek niet onthoofd worden, dan is het zaak regelmatig te duiken. Tot slot
kiest de boot het brede water van de Neva. In de grijsheid is vaag de Petrus-en
Paulus-vesting te zien. De wind stoeit hardhandig met de bovendekgasten.
Na de
Troitski Most (brug) doemt de kruiser ‘Aurora’ op. Een kanonschot van dit schip
luidde in 1917 de opstand in en de val van de regering.
Eerste
druppels vallen, de wind trekt aan; in de benedenruimte is het droog. Golven
met schuimkoppen…