Moskou
en Sint-Petersburg (6)
Was
Moskou warm, de temperatuur in het noordelijker liggende Sint-Petersburg is
aanzienlijk lager. De zon heeft hier vandaag niets te zoeken. We zijn op weg
naar het Vasilevskijeiland. Peter de Grote was verzot op Amsterdam en wilde op
deze landtong een stad stichten, die hierop zou lijken. Een netwerk van kanalen
zou het drassige gebied moeten droogleggen. Het bleek niet haalbaar. Nu is
Vasilevskijeiland vooral een centrum van kennis en cultuur.
Via
de Most Lejtenanta, de oudste brug over de Neva, belanden we op de punt van de
Strelka. Wind, ziltheid, regendruppels, een oergevoel. Komt het door de twee 32
meter hoge Rostra-zuilen, die oorspronkelijk dienst deden als vuurtorens?
Komt
het door de zeemeerminnen, die lijken vastgekleefd aan de boten? Of komt het door de verlatenheid van deze
plek, het ontbreken van elk geluid? In de verte ligt de Petrus-en-Paulusvesting
door water omgeven, mocht Sint-Petersburg meerdere harten hebben, dan is de
vesting er één van. Tsaar Peter, die het strategisch nut van een voorpost in de
delta van de Neva inzag, bouwde op het Hazeneiland bastions door muren met
elkaar verbonden. Alle bastions kregen een naam; zo heette de gevangenis het
Troebetskoj-bastion. Dostojevski bracht er in 1849 acht maanden door in eenzame
opsluiting voordat hij naar Siberië werd verbannen en in 1887 werd Lenin’s
broer hier gevangengezet en geëxecuteerd. Niemand heeft ooit kunnen ontsnappen
uit de donkere en vochtige cellen. In de ‘danszaal’ werden de voeten van de gevangenen
gemarteld, zodat ze ‘dansten’ van voet naar voet. Pronkstuk van de vesting is
de Petrus-en-Paulus-kathedraal. Opdracht voor de hofarchitect was een barokke
kerk, Peter de Grote had schoon genoeg van de Russische kerkarchitectuur. De
torenspits en de rechthoekige vormen van de 122 meter hoge klokkentoren doen
denken aan protestantse kerken in West-Europa. Aardig is dat Amsterdam het
carillon leverde. Ook toen was er onweer en blikseminslag. Tijdens de brand in
1756 kon de ikonostase ternauwernood worden gered, de klokken gingen verloren.
De
bus brengt ons dicht bij de houten Johannesbrug, die de verbinding vormt tussen
de stad en de vesting. Een
souvenirwinkel lokt. Voor ik het weet sta ik met vijf exemplaren van Vadertje
Vorst buiten, maar bij het omrekenen van de roebels blijkt dat de grootvader
van het Sneeuwmeisje wel heel prijzig is. De gratis wodka in de winkel doet
ergernis snel oplossen.
Over
de Johannesbrug, door de Johannespoort en dan door de Peterspoort. In een
plantsoentje tegenover de zijgevel van de kathedraal zit een bronzen tsaar
Peter op een bronzen stoel. De verhoudingen zijn buiten proportie: het hoofd is
te klein voor het enorme lichaam en de vingers zijn overdreven lang. De
bewoners van Sint-Petersburg zijn wijs met het beeld; ze strelen de vingers en
kruipen af en toe op zijn schoot. Stilte en gewijdheid? De kerk lijkt eerder
een staatsiezaal met veel genodigden. Blikvanger is de ikonostase, die bestaat
uit 43 ikonen. Ooit was het een geschenk van Peter de Grote aan zijn vrouw.
Het
middenstuk in de ikonostasewand doet denken aan een schitterende triomfboog,
die de triomfen van het Russische leger in de Noordse oorlog symboliseert. Op
de houten verhoging zat de tsaar tijdens de viering, beschut door de
karmozijnrode gordijnen aan beide zijden; op de hemel van de stoel de liggen
regalia. Tegenover de keizerlijke zetel staat de kansel met de vier
evangelisten en Petrus en Paulus. En liepen zij ooit in de meest eenvoudige
kleding, nu stralen ze in gouden gloed.
Alle keizers en grootvorsten rusten
onder gelijke sarcofagen van wit marmer en dat maakt een wandeling tussen de
grafmonumenten wonderlijk ontspannen. Rond de sarcofaag van Peter de Grote
staat een kring bezoekers, grote boeketten bloemen en vaandels van de
regimenten die onder zijn aanvoering tegen de Zweden hebben gevochten. Een
groep Duitsers wordt rondgeleid, iets verder vertelt een gids in vloeiend Frans
over het adembenemende interieur, een paar dames bestuderen de informatie. Al
schuifelend bereik ik de zijkapel van de Heilige Catharina, waar de stoffelijke
resten van de laatste Russische keizer en zijn gezin liggen begraven. In juni
1918 werden Nicolaas II en zijn Alexandra Fjodorovna, hun vier dochters en zoon
doodgeschoten in Jekaterinaburg. Wie zoekt naar gewijdheid, vindt dit in deze
bescheiden kapel.
Buiten
regent het zacht. De verkoopster achter een stalletje vol met bontmutsen,
papaplu’s en matroesjka’s oogt bloedeloos en kouwelijk.
Een
korte lunch en dan via de Nevski Prospect naar ons onderkomen. Deze beroemdste straat
van Rusland, slagader van Sint-Petersburg, is 5 kilometer lang. De boulevard
wordt omgeven door paleizen, kerken, musea, cafeetjes en winkels. De vroegere
elegante en luxe uitstraling van de Nevski Prospect is verdwenen, hedendaagse
schreeuwerigheid en gekte is er voor in de plaats gekomen. Vanuit de bus is er
goed zicht op de smalle trottoirs met drentelende toeristen, ijsjesverkopers,
rekken vol T-shirts. Maar op sommige plekken is de sfeer van voorheen nog
duidelijk te proeven. Dames met alle soorten kapsels en haarstukjes, een
overdaad aan sieraden en peperdure kleding. Het verhaal gaat dat rechte
mannenneuzen weinig voorkomen in Rusland omdat een beetje Rus ooit wel een
vechtpartij aanging. Maar de neuzen die ik kan observeren lijken recht.
Zeemeerminnen
in ziltheid, sarcofagen omgeven door goud, alledaagse gekte op de Nevski
Prospect. Sint-Petersburg bruist…