Overbrugd

Overbrugd

donderdag 1 januari 2015


Moskou en Sint-Petersburg (5) 

Vandaag gaan we met de dagtrein naar Sint-Petersburg. Spullen pakken, onder bedden turen naar vergeten dingen, een laatste blik in kleerkasten en badkamer, bagage naar de lift zeulen. Dag Hiltonhotel, het was hier aangenaam vertoeven. We verlaten Moskou en nemen het dichtstbijzijnde station. Voordeel van een georganiseerde reis is dat voor kaartjes en de juiste instapplek wordt gezorgd.
 
Er valt veel te zien op het station, informatieborden ontcijferen is ondoenlijk. Teleurstelling bij het zien van een splinternieuwe trein van Duitse makelij; een authentieke Russische trein was zoveel echter. Het landschap is vlak en saai, hier en daar een datsja, soms stopt de trein bij een stadje met niet uit te spreken naam. Mogelijk is de Wolga op sommige plekken breder, maar op dit traject stelt de rivier niets voor en is de IJssel bij Kampen bruisender. Praten, puzzeltjes doen, proviand aanspreken, inlezen. Daar waar de rivier de Neva uitmondt in de Finse Golf ligt Sint-Petersburg. De stad is gesticht door Peter de Grote in 1703. Zonder rekening te houden met de drassige grond bedacht hij hier een Russisch ‘paradijs’. Duizenden mensen kwamen bij de werkzaamheden om, misschien is daarom het lot van Sint-Petersburg wel zo tragisch. In de herfst gaan de stormen te keer over de langgerekte oevers van de Neva, soms wordt dat gevolgd door verschrikkelijke overstromingen zoals in 1724, 1824 en 1924. Niet alleen de weergoden, ook satanische geesten zorgden voor veel leed. Van september 1941 tot januari 1944 vond de gruwelijkste blokkade in de geschiedenis plaats, waarbij 1 miljoen mensen omkwam. Men at het behang van de muren, men at zelfs elkaar, Sint-Petersburg was uitgehongerd maar niet gebroken. Deze meest onrussische stad van alle Russische steden heeft ondanks de narigheid veel te bieden. Daar zijn de witte nachten, daar zijn de kerken, de paleizen, de buitenverblijven, de grachten en de musea. Liefhebbers van kunst kunnen in deze stad hun hart ophalen. Voor dat laatste is vooral Catharina de Grote verantwoordelijk. Ze verzamelde verwoed schilderijen, beeldhouwwerken, zilver en porselein. Sankt-Peterburg werd in 1914 Petrograd, werd in1924 Leningrad en werd in 1991 Sint-Petersburg. Ik tuur naar buiten, het landschap schiet voorbij, nog een half uur, dan zijn we in Sint-Petersburg.

Op station Moskovski Vokzal klinkt parademuziek wanneer onze trein binnenkomt. Een welkom? Veelzeggender zijn de ronduit vijandige blikken van een groep in blauwe werkkleding gestoken mannen en vrouwen, die voor het schoonmaakwerk zorgen. Deze houding staat oogcontact in de weg. De bus brengt ons naar een hotel aan het Plein van de Overwinning. Veel groen, veel bloemenperken en veel plantenbakken onderweg. De eerste aanblik van de stad is verzorgd, vrolijk en ontspannen. Het monument voor de ‘Heldachtige verdedigers van Leningrad’ is indrukwekkend en ligt tegenover de ingang van het hotel. De tegenstelling met ‘het nu’ is niet te bevatten. Een obelisk, die oprijst vanuit een gebroken ring; op de sokkel de sculpturen van soldaten, matrozen en burgers. In Memorial Hall onder het monument is de geschiedenis van hongerblokkade te volgen.

Waar de sfeer van het Hilton verwijst naar de buitensporigheden van het verleden, ons nieuwe onderkomen is vooral eigentijds. Het uitzicht is hier wijds en weinig opwindend, terwijl het uitzicht in het vorige hotel ons betrok in het gebeuren van Moskou. Na het diner trekken we er toch nog even op uit; de donkerte van de avond is nog ver weg. Doel is een wandeling rond de Isaäks-kathedraal. Helaas is de kerk op dit moment gesloten, maar Nataliya beschrijft het interieur  vol passie. ‘In 1858 was de Isaäks-kathedraal voltooid na veertig jaar zwoegen.Voordat de loodzware kerk, die voornamelijk uit graniet en marmer bestaat, kon worden gebouwd op de weke ondergrond, werden er 24.000 boomstammen de grond ingeslagen.
 
 
Er was meer dan 100 kilo bladgoud nodig om de 21.8 meter hoge bol te bedekken. Onder de bol is een kring van engelen te zien; ze lijken de verbinding te vormen tussen het hemelse en aardse. De kathedraal mag zich tot één van de grootste ter wereld rekenen. Alleen de Sint Pieter in Rome, de Saint Pauls in Londen en de Santa Maria del Fiore in Florence overtreffen haar. Talloze halfedelstenen en mineralen zijn in het kerkinterieur verwerkt, de vele mozaïeken en fresco’s zijn van grote schoonheid. Maria in Heerlijkheid kijkt vanaf een enorme plafondschildering naar beneden. Er is een indrukwekkend hoofdaltaar met gebrandschilderd glas, koninklijke deuren van verguld brons en staan ze open dan wordt een helder gekleurd raam met een afbeelding van Christus zichtbaar. Uniek is dat Christus is gekleed in het katholieke rood in plaats van het orthodoxe blauw. En wat te denken van de zuilen van malachiet en van lapis lazuli?’ Ik tuur naar de kring van engelen onder de bol; ze lijken de verbinding tussen het hemelse en het aardse. En wie de moed heeft de 262 treden te beklimmen wordt beloond met een groots uitzicht over Sint-Petersburg.
Kerkelijk vertoon, dan ook wereldlijk vertoon.
 
 
 
In de luwte van de kathedraal galoppeert keizer Nicolaas I al vanaf 1859 op zijn steigerend ros. Indrukwekkende gebeurtenissen uit zijn leven zijn in reliëf op de sokkel afgebeeld. We wandelen langs ‘Hotel Astoria’, waar de groten der aarde logeren. Maar de echte groten zijn de bouwers van deze machtige Isaäks-kathedraal, met eenvoudig gereedschap in doodsverachting; met gebeden in het hart…