Moskou
en Sint-Petersburg (5)
Vandaag
gaan we met de dagtrein naar Sint-Petersburg. Spullen pakken, onder bedden
turen naar vergeten dingen, een laatste blik in kleerkasten en badkamer, bagage
naar de lift zeulen. Dag Hiltonhotel, het was hier aangenaam vertoeven. We
verlaten Moskou en nemen het dichtstbijzijnde station. Voordeel van een
georganiseerde reis is dat voor kaartjes en de juiste instapplek wordt gezorgd.
Er valt veel te zien op het station, informatieborden ontcijferen is
ondoenlijk. Teleurstelling bij het zien van een splinternieuwe trein van Duitse
makelij; een authentieke Russische trein was zoveel echter. Het landschap is
vlak en saai, hier en daar een datsja, soms stopt de trein bij een stadje met
niet uit te spreken naam. Mogelijk is de Wolga op sommige plekken breder, maar
op dit traject stelt de rivier niets voor en is de IJssel bij Kampen
bruisender. Praten, puzzeltjes doen, proviand aanspreken, inlezen. Daar waar de
rivier de Neva uitmondt in de Finse Golf ligt Sint-Petersburg. De stad is
gesticht door Peter de Grote in 1703. Zonder rekening te houden met de drassige
grond bedacht hij hier een Russisch ‘paradijs’. Duizenden mensen kwamen bij de
werkzaamheden om, misschien is daarom het lot van Sint-Petersburg wel zo
tragisch. In de herfst gaan de stormen te keer over de langgerekte oevers van
de Neva, soms wordt dat gevolgd door verschrikkelijke overstromingen zoals in
1724, 1824 en 1924. Niet alleen de weergoden, ook satanische geesten zorgden
voor veel leed. Van september 1941 tot januari 1944 vond de gruwelijkste
blokkade in de geschiedenis plaats, waarbij 1 miljoen mensen omkwam. Men at het
behang van de muren, men at zelfs elkaar, Sint-Petersburg was uitgehongerd maar
niet gebroken. Deze meest onrussische stad van alle Russische steden heeft
ondanks de narigheid veel te bieden. Daar zijn de witte nachten, daar zijn de
kerken, de paleizen, de buitenverblijven, de grachten en de musea. Liefhebbers
van kunst kunnen in deze stad hun hart ophalen. Voor dat laatste is vooral
Catharina de Grote verantwoordelijk. Ze verzamelde verwoed schilderijen,
beeldhouwwerken, zilver en porselein. Sankt-Peterburg werd in 1914 Petrograd,
werd in1924 Leningrad en werd in 1991 Sint-Petersburg. Ik tuur naar buiten, het
landschap schiet voorbij, nog een half uur, dan zijn we in Sint-Petersburg.
Op
station Moskovski Vokzal klinkt parademuziek wanneer onze trein binnenkomt. Een
welkom? Veelzeggender zijn de ronduit vijandige blikken van een groep in blauwe
werkkleding gestoken mannen en vrouwen, die voor het schoonmaakwerk zorgen.
Deze houding staat oogcontact in de weg. De bus brengt ons naar een hotel aan
het Plein van de Overwinning. Veel groen, veel bloemenperken en veel
plantenbakken onderweg. De eerste aanblik van de stad is verzorgd, vrolijk en
ontspannen. Het monument voor de ‘Heldachtige verdedigers van Leningrad’ is
indrukwekkend en ligt tegenover de ingang van het hotel. De tegenstelling met
‘het nu’ is niet te bevatten. Een obelisk, die oprijst vanuit een gebroken
ring; op de sokkel de sculpturen van soldaten, matrozen en burgers. In Memorial
Hall onder het monument is de geschiedenis van hongerblokkade te volgen.
Waar
de sfeer van het Hilton verwijst naar de buitensporigheden van het verleden,
ons nieuwe onderkomen is vooral eigentijds. Het uitzicht is hier wijds en
weinig opwindend, terwijl het uitzicht in het vorige hotel ons betrok in het
gebeuren van Moskou. Na het diner trekken we er toch nog even op uit; de
donkerte van de avond is nog ver weg. Doel is een wandeling rond de
Isaäks-kathedraal. Helaas is de kerk op dit moment gesloten, maar Nataliya
beschrijft het interieur vol passie. ‘In
1858 was de Isaäks-kathedraal voltooid na veertig jaar zwoegen.Voordat de
loodzware kerk, die voornamelijk uit graniet en marmer bestaat, kon worden
gebouwd op de weke ondergrond, werden er 24.000 boomstammen de grond
ingeslagen.
Er was meer dan 100 kilo bladgoud nodig om de 21.8 meter hoge bol
te bedekken. Onder de bol is een kring van engelen te zien; ze lijken de
verbinding te vormen tussen het hemelse en aardse. De kathedraal mag zich tot
één van de grootste ter wereld rekenen. Alleen de Sint Pieter in Rome, de Saint
Pauls in Londen en de Santa Maria del Fiore in Florence overtreffen haar.
Talloze halfedelstenen en mineralen zijn in het kerkinterieur verwerkt, de vele
mozaïeken en fresco’s zijn van grote schoonheid. Maria in Heerlijkheid kijkt
vanaf een enorme plafondschildering naar beneden. Er is een indrukwekkend
hoofdaltaar met gebrandschilderd glas, koninklijke deuren van verguld brons en
staan ze open dan wordt een helder gekleurd raam met een afbeelding van
Christus zichtbaar. Uniek is dat Christus is gekleed in het katholieke rood in
plaats van het orthodoxe blauw. En wat te denken van de zuilen van malachiet en
van lapis lazuli?’ Ik tuur naar de kring van engelen onder de bol; ze lijken de
verbinding tussen het hemelse en het aardse. En wie de moed heeft de 262 treden
te beklimmen wordt beloond met een groots uitzicht over Sint-Petersburg.
Kerkelijk
vertoon, dan ook wereldlijk vertoon.
In de luwte van de kathedraal galoppeert
keizer Nicolaas I al vanaf 1859 op zijn steigerend ros. Indrukwekkende
gebeurtenissen uit zijn leven zijn in reliëf op de sokkel afgebeeld. We
wandelen langs ‘Hotel Astoria’, waar de groten der aarde logeren. Maar de echte
groten zijn de bouwers van deze machtige Isaäks-kathedraal, met eenvoudig
gereedschap in doodsverachting; met gebeden in het hart…