Pater Henk Vergeer
(1929 – 2006)
Op tafel ligt het overlijdensbericht van Pater Henk
Vergeer, hij werd 77 jaar. Ik ben bedroefd. Bedroefd vanwege een beginnende
vriendschap, die bruut is afgebroken.
Tijdens
een retraite bij de zusters Trappistinnen in Berkel-Enschot ontmoette ik Henk
gedurende zijn verlofperiode. We waren als enige gasten op elkaar aangewezen.
En het was niet slecht in zijn nabijheid te verkeren. Als missionaris in
Oeganda had hij veel te vertellen over het schrikbewind van Idi Amin. Maar ook
over de diepere dingen was het goed met Henk van gedachten te wisselen. Alleen
waar het de Eucharistie en het Onze Vader betrof, zaten we niet op één lijn.
Henk verbaasde zich er over dat hij mij in de kring van zusters zag staan voor
het ontvangen van brood en wijn. Ik op mijn beurt kon hem niet bijhouden in de
gebeden.
De
rouwbrief vermeldt een indrukwekkende staat van dienst. In 1956 begon hij als
missionaris in het bisdom Totogo. Achtereenvolgens werd hij benoemd in het Kumi
Teso district, het Bukwa Sabei district en in Sipi. In Kaproron, het hart van
Sabei, bouwde hij een missiepost. Daarbij stelde hij de moeilijke Sabei taal op
schrift. Vervolgens werd hij benoemd in Butiru en Magale. In beide missies
bouwde hij een nieuwe kerk en een nieuwe pastorie. Hij sloot zijn
Oeganda-periode af als aalmoezenier voor de ‘Sisters of Mary’.
In
2005 keerde deze dienstbare priester definitief naar Nederland terug. Vierde
zijn 50-jarig Priesterfeest en werd benoemd tot Ridder in de Orde van
Oranje-Nassau. Hij nam zijn intrek in het Sint Jozefhuis in Arnhem bij andere
missionarissen. Het werd een ontspannen periode, waarvan hij zeer genoot. Veel
lezen en wandelen, ook leerde hij e-mailen.
Maart
2006 schreef hij Rector Paul in O.L.V. abdij van Koningsoord te gaan assisteren
in de Stille Week. Of ik ook naar de zusters Trappistinnen kwam? Hij zag er naar uit. Ik schreef terug deze
dagen altijd bij mijn dierbaren door te brengen. In diezelfde brief maakte ik
melding van de tragedie die zich heel langzaam in ons gezin voltrok. Hij was
geschokt en schreef troostende brieven in zijn karakteristiek handschrift.
Nu
is hij aan de Overzijde, de plek waar hij steeds meer naar toeleefde. ‘In
overgave’, zo staat in zijn rouwbrief. En zachtjes voeg ik toe: ‘En in
dienstbaarheid’…