Overbrugd

Overbrugd

maandag 20 april 2015


De hechte zusterband


Op de vroege zondagmorgen luister ik graag naar gewijde muziek. Af en toe hoor ik een lied uit vroeger jaren, groot is dan mijn vreugde. ‘Rijst op, rijst op voor Jezus’, zo zong een koor en meteen neuriede ik ‘Vormt meisjes nu tezamen, een hechte zusterband’. Bijkans vergeten woorden van het Bondslied van de meisjesvereniging Looft den Heere in het dorp uit mijn jeugd.

De beelden wisselden elkaar af. Twee leidsters hielden vijftien meisjes tussen de twaalf en zestien jaar in bedwang op een naschools middaguur. Hun motivatie was verschillend. Deed de één dit vrijwilligerswerk met een zekere tegenzin ter voorbereiding op haar toekomstige taak als predikantsvrouw, de ander zag het werk als werk voor de Heer en deed het met  grote toewijding. Aagje, zo heette de laatste, was begin veertig, ongehuwd en woonde samen met haar moeder in een rustiek pand. Ze opende het samenzijn met een bijbelverhaal, deze verhalen waren zeer naar onze tijd toegeschreven. Namen van bekende bijbelse figuren werden niet gewijzigd, dat zou te oneerbiedig zijn, maar de bijfiguren in de verhalen kregen eigentijdse namen, deden zelfs eigentijdse dingen. Aagje was op een speciale manier mooi. Haar kapsel bestond uit meerdere dikke rollen haar, die ze keurig in gelid vastprikte op het hoofd.  Soms zat er een netje overheen, dan kon de wind er weinig aan bederven.
Na het bijbelgedeelte werd de contributie geïnd. Haast vanzelf gleden we de pauze in. Het breiwerk voor verre en vage oorden kwam op tafel. ‘Het is daar warm, wat moeten die kindertjes met borstrokjes?’, zo vroeg ik me meermalen af.

We zwaaiden af, het voortgezet onderwijs riep. Aagje kwam in het vergeetboek totdat ze op een kille zomermiddag opeens in onze huiskamer zat. De grijze regenjas maakte haar bleek, de strakgetrokken ceintuur liet zien dat ze smal was geworden. Ze had een vraag. ‘Binnenkort zou de meisjesvereniging een dagje uitgaan, maar nu  bleek pas dat de bus maar slechts voor de helft was gevuld. Of wij als oud-leden geen zin hadden mee te gaan. Park Sonsbeek in Arnhem was het doel, er gingen  broodjes mee en prik, het werd vast gezellig.’
Aarzelend stemde ik toe, ze straalde en verdween. Ik keek haar na. Op haar rug bewoog zacht de dichtgeknoopte capuchon….