Overbrugd

Overbrugd

maandag 4 mei 2015


Kerkhof van Garmerwolde   

Is het kerkje van Garmerwolde bezienswaardig, het kerkhof rond de kerk mag er ook wezen. Op een schrale voorjaarsdag wandelen we rond tussen de oude stèles en zerken. Mensenlevens trekken voorbij. Wie waren zij, hoe leefden zij, waar kregen ze mee te maken? Wat vertellen de teksten op de achterzijde van de verschillende 19e eeuwse grafstenen over hun geloof? Ik ga op onderzoek uit.
 

Naast de ingang van de kerk is het graf van Hinderktje Harms Wigboldus.
Op de voorzijde van de steen is een tak met blaadjes en een vlindertje afgebeeld, daaronder staat haar naam.
Geboortedatum en sterfdatum vertellen samen dat zij 37 jaar is geworden, was gehuwd met T.H. Dolfijn en moeder van zes jonge kinderen. Op de achterzijde van de steen staat een engeltje, daaronder de woorden:

Een jonge, lieve, zachte vrouw,
Voor echtgenoot en kind’ren trouw,
Rust in dit stille graf.
Hoe ook bemind, toch ging zij heen,
’t Geloof in God geeft troost alleen,
Hij nam haar van mij af.

 
 
Die laatste zin is lastig; mijn theologisch denken is door de jaren heen veranderd. We wandelen verder, lezen namen en jaartallen, proberen de liefdevolle teksten op de achterzijde van bijzondere stenen te ontcijferen. Het is een vriendelijk kerkhof, goed onderhouden, verschillende families liggen naast elkaar begraven. Er gaat troost van uit. Een kleurige haan op een graf vertelt over de opstanding, op de achtergrond waakt het oude kerkje. Prille voorjaarsbakjes geven eerste kleur, een vergeten kerststukje doet dapper mee. Twee dames brengen bloemen naar een graf, goede zorg. Dicht bij de toren staat een hoge grafzuil. Op alle vier zijden staat een tekst. Ik loop er omheen en lees hardop: ‘VREDE, DOOR, HET BLOED, DES KRUISES’. Daaronder staan op elke zijde de namen van vader, moeder en zonen. Vervolgens staat onder de naam van vader ‘wij geloven’. Door opnieuw rond de steen te wandelen lees ik op iedere zijde: ‘ZIJ, LEVEN, IN, HEERLIJKHEID’. Geloof en creativiteit omarmen elkaar hier. Een paar mussen spelen krijgertje rond het monument. Mooi zijn ook de grafstenen van een echtpaar. Al zijn de teksten op de achterzijde verschillend, de symboliek is hetzelfde: een houweel bij de stam van een boom en een zandloper.

Lang valt er te kijken naar een stèle van een jongeman, zijn voornaam begint met een ‘H’. Tussen versierselen is een ronde ruit aangebracht. Achter die ruit ligt tussen groen een roos, bijeen gehouden door een fraaie strik. Op het ene uiteinde staat: ‘Rust zacht’ en op het andere uiteinde ‘Jonge vriend’. Waar de strik begint staat: ‘Gem. Zangver.’ Op de achterzijde van de steen lees ik:

Gelijk een bloem des velds,
Is ook het menschelijk leven,
Hoe jong hoe schoon hoe sterk;
Moet ieder eindelijk wezen,
Leef dan niet slechts voor d’aard,
Maar voor het eeuwig leven.  

 
Ook hier stemt de laatste zin tot nadenken. Maar is er niet dezelfde boodschap als bij de kleurige haan in de verwijzing naar het leven na dit leven? Met een lange blik neem ik afscheid van deze jonge zanger. En van dit rustieke kerkhof…