Een stille novice in Brancion
(2)
Het
gebied is een mozaïek van landschappen. Naast wijngaarden, bossen en weiden
zijn er beken, kale kalkplateaus en onverwachte hoogtes. Daartussen de rijke
resten uit lang vervlogen tijden. Kerken, kloosters en kastelen in een
wisseling van majestueus en imposant tot eenvoudig en primitief. Natuur en
cultuur omarmen elkaar in schoonheid. Bourgondië, het warm kloppend hart van
Frankrijk.
Ons
doel deze dag is het vestingdorp Brancion. Het ligt hoog op een heuvel tussen
twee ravijnen in en heeft als voornaamste bezienswaardigheid een burcht en een
kerk. De laatste, de 12e eeuws Église Sint Pierre, heeft onze belangstelling. Het
is tropisch warm. De wind, die de hitte draaglijk probeert te maken, lijkt
traag en vermoeid te worden. Naast de parkeerplaats even buiten Brancion,
geniet een Franse familie rond een stenen picknicktafel de maaltijd. Hun lachen
klinkt zorgeloos, ze nemen de tijd voor elkaar en voor wat op tafel staat. We
laten de auto hier achter, volgen de weg naar boven en gaan onder de poort
door. Brancion is een autovrij dorp en dat maakt onbekommerd ronddwalen
mogelijk. Een bruidspaar volgt nauwgezet aanwijzingen op van de fotograaf. De
bruid loopt wiebelig op de hoge hakken en tilt voorzichtig een tipje van de
jurk op. De bruidegom lijkt genoeg te hebben aan de hitte en ziet er bezweet
en gespannen uit.
Rust,
diepe rust op dit vroege middaguur. Geen dorpelingen, slechts een paar
toeristen met strohoeden. We dwalen door het dorp, gaan langs schilderachtige
plekjes. Stokrozen in rood en roze. Wilde wingerd geeft verweerde muren een
speels groen kleed. In een boomgaard wiegt zachtjes de was heen en weer. De
tijd heeft hier een eigen ritme. We volgen het pad verder omhoog. Tussen hoge
struiken licht de okergele breuksteen van het kerkje hel op in het harde
zonlicht. Dak en toren zijn gedekt met platte steen. Een enkel plantje heeft
zich hier tussen de stenen genesteld. Onder een brede haag naast de kerk
tokkelt een jongeman op zijn harp, zijn jas ligt losjes de grond. De buitenkant
van de kerk is ontroerend door het primitieve. Kleine vensters, massieve muren,
een goed voorbeeld van Romaanse bouw. Binnen is het koel en donker, de lucht
ruikt muf en verschaald. Door het ontbreken van banken krijgt het kerkje een
ruimere aanblik. Een nog gaaf fresco laat de geboorte zien van Christus. Aan
weerszijden van het venster in de apsis staan drie apostelen afgebeeld. Ze
staan onnatuurlijk, de stand van de voeten klopt anatomisch niet. Het altaar is
eenvoudig en de korte koorbanken weerszijden hangen scheef. Wie zongen hier
elkaar ooit toe. Het verleden laat zich horen in het heden. Een paar stoelen
staan klaar voor wie wil rusten of wat wil mediteren. We nemen de tijd. Een
bezoeker drentelt rond en leest ondertussen de informatiefolder. Binnenvallend
licht strijkt speels langs de ongelijke vloer van ronde en langwerpige
grafstenen.
We
verlaten de kerk en wandelen over het kleine kerkhof in de stovende zon. De
grafstenen zijn te nieuw en te gepolijst, ze passen niet bij het kerkje. Maar
de tijdloze uitvoering van het Kruis verbindt kerk en kerkhof met elkaar.
Voor
de afdaling kiezen we een andere route. Dan zomaar een bord aan een hek 'Benedictines
de Notre Dame de la Compassion'. Het hek staat uitnodigend op een kier, we
volgen de pijlen door de stille tuin tot aan een rode deur. Een bordje naast de
bel helpt verder 'Ici sonner' en een zuster doet open. Ze draagt een blauw
habijt met witte kap en ze is jong en mooi. Eigenlijk lijkt ze een beetje op de
Maria uit een platenbijbel. Ze lacht en wanneer we vragen hoe laat de vesper
begint, maakt ze ons duidelijk dat het over een half uur tijd is voor de
novice. 'Vijf minuten voor aanvangstijd kloppen', ze wijst naar de deur
bovenaan een trapje. We stralen en de zuster straalt mee.
Op
een terras aan de overzijde korten we de tijd bij een glas wijn, dan beklimmen
we de trap en kloppen. Door de wit gepleisterde gang gaat 'Maria' ons voor en
brengt ons naar een achterkamer. Ze maakt een uitnodigend gebaar naar de bidstoelen,
dan laat ze ons alleen. Openslaande deuren geven uitzicht op de tuin, waaruit
een zoete geur naar binnen drijft. Bladeren ritselen. Op het altaar staat een
icoon en een kaars. Aan de muur een crucifix, daaronder een vaas met bloemen.
De klok klept, een zuster komt binnen. De blauwe kap van haar habijt is over de
witte kap getrokken. Ze ziet er stuurs en hoekig uit, knielt kort gaat daarna
zitten. Dan ontspant zich het gezicht, de trekken worden zacht bij haar
gesloten ogen. Zonlicht valt strelend over haar gebogen hoofd. Is dit de adem
van God? Vijf zusters komen binnen en 'Maria' reikt ons een bundel met de
liturgie voor dit moment. Na een korte klop begint de novice. Het zingen klinkt
devoot en misschien glimlacht de Allerhoogste wel om een kleine onzuiverheid
in de zang. Na de lezing volgen de gebeden. We zijn de tekst inmiddels kwijt
maar het maakt het voelen des te dieper. In een stille achterkamer zijn zes
benedictinessen en drie gasten bij elkaar. Tijd valt weg. Opnieuw een klop, de
novice is afgelopen. De zusters vertrekken en wij volgen aarzelend. In een
zijkamer kopen we kaarten van iconen. 'Maria uit de platenbijbel' blijkt Marie
Ceciele te heten. Ze vertelt hoe de zusters voorbereidend werk doen voor het
schilderen van iconen. Een ander klooster neemt vervolgens het fijnere werk
voor rekening. Verder maken ze rozenkransen. Wanneer ze hoort dat we uit
Holland komen haalt ze uit de plooien van haar kleed een klein agendatje en
moeten wij op een mini-landkaart onze woonplaats aanwijzen. We schieten
allemaal in de lach: Nederland wordt helemaal in beslag genomen door
Amsterdam. Dan gaat ze ons voor in de brede gang. Achter één van de deuren
klinkt zacht stemmengeroes. Daar zitten vast vijf zusters aan de thee,
ondertussen rijgen ze rozenkransjes. In de deuropening wuift Marie Ceciele
ons na met haar kleine blanke hand. Buiten is het nog steeds warm...


