Overbrugd

Overbrugd

dinsdag 26 juli 2016


Een stille novice in Brancion (2)

Het gebied is een mozaïek van landschappen. Naast wijngaarden, bossen en weiden zijn er beken, kale kalkplateaus en onverwachte hoogtes. Daartussen de rijke resten uit lang vervlogen tijden. Kerken, kloosters en kastelen in een wisseling van majestueus en imposant tot eenvoudig en primi­tief. Natuur en cultuur omarmen elkaar in schoonheid. Bourgondië, het warm kloppend hart van Frankrijk.  

Ons doel deze dag is het vestingdorp Brancion. Het ligt hoog op een heuvel tussen twee ravijnen in en heeft als voornaamste bezienswaardigheid een burcht en een kerk. De laatste, de 12e eeuws Église Sint Pierre, heeft onze belangstelling. Het is tropisch warm. De wind, die de hitte draaglijk probeert te maken, lijkt traag en vermoeid te worden. Naast de parkeerplaats even buiten Brancion, geniet een Franse familie rond een stenen picknicktafel de maaltijd. Hun lachen klinkt zorgeloos, ze nemen de tijd voor elkaar en voor wat op tafel staat. We laten de auto hier achter, volgen de weg naar boven en gaan onder de poort door. Brancion is een autovrij dorp en dat maakt onbekom­merd ronddwalen mogelijk. Een bruidspaar volgt nauwgezet aanwijzin­gen op van de fotograaf. De bruid loopt wiebelig op de hoge hakken en tilt voorzichtig een tipje van de jurk op. De bruide­gom lijkt genoeg te hebben aan de hitte en ziet er bezweet en gespannen uit.
 

Rust, diepe rust op dit vroege middaguur. Geen dorpelingen, slechts een paar toeristen met strohoeden. We dwalen door het dorp, gaan langs schilderachtige plekjes. Stokrozen in rood en roze. Wilde wingerd geeft verweerde muren een speels groen kleed. In een boom­gaard wiegt zachtjes de was heen en weer. De tijd heeft hier een eigen ritme. We volgen het pad verder omhoog. Tussen hoge struiken licht de okerge­le breuk­steen van het kerkje hel op in het harde zonlicht. Dak en toren zijn gedekt met platte steen. Een enkel plantje heeft zich hier tussen de stenen genes­teld. Onder een brede haag naast de kerk tokkelt een jonge­man op zijn harp, zijn jas ligt losjes de grond. De buiten­kant van de kerk is ontroerend door het primitieve. Kleine vensters, massieve muren, een goed voorbeeld van Romaanse bouw. Binnen is het koel en donker, de lucht ruikt muf en verschaald. Door het ontbreken van banken krijgt het kerkje een ruimere aanblik. Een nog gaaf fresco laat de geboorte zien van Chris­tus. Aan weerszij­den van het venster in de apsis staan drie apostelen afgebeeld. Ze staan onnatuurlijk, de stand van de voeten klopt anatomisch niet. Het altaar is eenvou­dig en de korte koorban­ken weerszijden hangen scheef. Wie zongen hier elkaar ooit toe. Het verle­den laat zich horen in het heden. Een paar stoelen staan klaar voor wie wil rusten of wat wil mediteren. We nemen de tijd. Een bezoeker drentelt rond en leest ondertussen de informa­tiefolder. Binnenvallend licht strijkt speels langs de ongelijke vloer van ronde en langwerpige grafstenen.
 

We verlaten de kerk en wandelen over het kleine kerkhof in de stovende zon. De grafstenen zijn te nieuw en te gepolijst, ze passen niet bij het kerkje. Maar de tijdloze uitvoering van het Kruis verbindt kerk en kerkhof met elkaar.
 
 
Voor de afdaling kiezen we een andere route. Dan zomaar een bord aan een hek 'Bene­dictines de Notre Dame de la Compassion'. Het hek staat uitnodigend op een kier, we volgen de pijlen door de stille tuin tot aan een rode deur. Een bordje naast de bel helpt verder 'Ici sonner' en een zuster doet open. Ze draagt een blauw habijt met witte kap en ze is jong en mooi. Eigenlijk lijkt ze een beetje op de Maria uit een platenbijbel. Ze lacht en wanneer we vragen hoe laat de vesper begint, maakt ze ons duidelijk dat het over een half uur tijd is voor de novice. 'Vijf minuten voor aanvangstijd kloppen', ze wijst naar de deur bovenaan een trapje. We stralen en de zuster straalt mee.

Op een terras aan de overzijde korten we de tijd bij een glas wijn, dan beklim­men we de trap en kloppen. Door de wit gepleis­ter­de gang gaat 'Maria' ons voor en brengt ons naar een achterkamer. Ze maakt een uitnodigend gebaar naar de bidstoelen, dan laat ze ons alleen. Openslaande deuren geven uitzicht op de tuin, waaruit een zoete geur naar binnen drijft. Bladeren ritselen. Op het altaar staat een icoon en een kaars. Aan de muur een crucifix, daaron­der een vaas met bloemen. De klok klept, een zuster komt binnen. De blauwe kap van haar habijt is over de witte kap getrokken. Ze ziet er stuurs en hoekig uit, knielt kort gaat daarna zitten. Dan ontspant zich het gezicht, de trekken worden zacht bij haar gesloten ogen. Zonlicht valt strelend over haar gebogen hoofd. Is dit de adem van God? Vijf zusters komen binnen en 'Maria' reikt ons een bundel met de liturgie voor dit moment. Na een korte klop begint de novice. Het zingen klinkt devoot en misschien glimlacht de Aller­hoogste wel om een kleine onzuiverheid in de zang. Na de lezing volgen de gebe­den. We zijn de tekst inmiddels kwijt maar het maakt het voelen des te dieper. In een stille achter­ka­mer zijn zes benedicti­nessen en drie gasten bij elkaar. Tijd valt weg. Opnieuw een klop, de novice is afgelo­pen. De zusters vertrek­ken en wij volgen aarzelend. In een zijkamer kopen we kaarten van iconen. 'Maria uit de platen­bijbel' blijkt Marie Ceciele te heten. Ze vertelt hoe de zusters voorbereidend werk doen voor het schilderen van iconen. Een ander klooster neemt vervol­gens het fijnere werk voor rekening. Verder maken ze rozen­kran­sen. Wanneer ze hoort dat we uit Holland komen haalt ze uit de plooien van haar kleed een klein agenda­tje en moeten wij op een mini-land­kaart onze woonplaats aanwij­zen. We schieten allemaal in de lach: Neder­land wordt helemaal in beslag genomen door Amsterdam. Dan gaat ze ons voor in de brede gang. Achter één van de deuren klinkt zacht stemmen­geroes. Daar zitten vast vijf zusters aan de thee, ondertussen rijgen ze rozen­krans­jes. In de deuropening wuift Marie Ceciele ons na met haar kleine blanke hand. Buiten is het nog steeds warm...