In de Bourgogne
De stilte van de Karmel bij Mazille
(1)
Een
dag van opgenomen worden in de verkeersstroom. Wereld van snelheid, blinkend
metaal, uitlaatgassen, ononderbroken geraas. Plakkerige warmte.
De
onverwachte ontmoeting met een goede vriend biedt de mogelijkheid een moment te
vertoeven in een wereld zo anders. Een wereld waarin contemplatie de voeding
is voor een dienend en beschouwend leven in stilte.
Moe
en verreisd kijken we onwennig rond op de verzorgde camping van Cluny, een
kleine stad in de Bourgogne. We zoeken een verblijfplaats in de schaduw, maar
die is hier nauwelijks te vinden. Net wanneer we besluiten toch maar de plek
met een dun-bladige berk voor lief nemen klinkt een bekende stem. 'Konden
jullie het vinden?' Het weerzien is onverwacht en blij. Elkaar te treffen zo
ver van huis is daarbij wonderlijk.
Uitpakken.
Wat sjouwt een mens allemaal mee voor een paar weken weg. We kunnen niet zonder
dit, we kunnen niet zonder dat. Snel en ordentelijk opruimen is een gave die
maar weinigen bezitten. De chaos lijkt alleen maar groter te worden. 'Over een
uurtje ga ik naar de vesper bij de zusters van de Carmel, als je zin hebt...'
Tussen alle rommel door kijkt de goede bekende en maakt een vage handbeweging
in de ruimte. Het is een heerlijk aanbod maar twijfel komt boven. Op adem komen
in een klooster of solidair zijn en de woonplek helpen inrichten. 'Een
prachtkans', zeggen de anderen, 'dat moet je zeker doen. Wij redden ons best.'
In
fraai namiddaglicht rijden we even later richting Mazille. Enkele kilometers
ten noordoosten van dit dorp ligt het Convent de Carmélite. Het is een landschap
van verstilde schoonheid waarin primitieve Romaanse plattelandskerkjes het
hart sneller doen kloppen.
Mijn
gastheer voor even kent het gebied bij uitstek, wijst aan, stopt af en toe bij
iets moois en vertelt ondertussen in het kort de geschiedenis van de karmelietenorde.
'In de 12e ontstond deze orde van kluizenaars-in-gemeenschap. Ze leefden naar
het voorbeeld van Elia op de berg Karmel. De mannelijke tak behoorde tot de
bedelordes, dit in tegenstelling tot de in de 15e eeuw gestichte
karmelietessenorde, die zuiver contemplatief was. Grote hervormer voor de
vrouwelijke tak was Theresia van Avila (1515 - 1582). Ze stichtte in 1562 een
nieuw klooster in de stad Avila. De bisschop kwam kijken en was verrukt over
het verstandige bestuur van dit klooster. Theresia kreeg volmacht meer
kloosters met dezelfde opzet te stichten. Ze maakte gebed, stilte, eenzaamheid
en boetedoening tot de vier pilaren van haar geestelijk bouwwerk. Tijdens haar
leven al ontstonden er 16 karmelietessenkloosters van de door haar hervormde
orde.'
We
zijn haast ongemerkt bij het doel van de rit aangekomen. In de berm een onopvallend
bordje met een pijl: CARMEL. Auto parkeren, uitstappen, een duik in de stilte.
Halfhoge gestapelde ruw-stenen muurtjes omzomen de paden. Lommerrijke
grasvelden, een karakteristieke boerderij. Onder eeuwenoude bomen wat
verloren een witte klapstoel. Een omgeving waar je een Franse familie in kunt
plaatsen zittend aan een lange tafel, de wijn genietend in zorgeloos samenzijn.
De
zusters karmelietessen, zo hoor ik, voorzien in eigen onderhoud. Ze leven van
de opbrengst van de boerderij. Verdere inkomsten zijn de boekbinderij en het
gastenverblijf. Het kloostercomplex zelf is opgetrokken uit beton. De schilderachtige
omgeving verzacht de hardheid van het materiaal. Boven de eenvoudige strakke
hoofdingang zijn de woorden NOUS AVONS CONNU L'AMOUR ET NOUS Y AVONS CRU - ST.
JEAN moeilijk leesbaar. Ze staan voor 'Wij hebben de liefde gekend en wij
hebben er in geloofd - St. Jan'. Bakken met bloeiende geraniums fleuren de
grijsheid op.
Even daarnaast ligt de kapel. Openslaande deuren maken het
mogelijk de tuin zonodig te betrekken in een viering. In de kleine strakke
toren is het silhouet van een klok zichtbaar. Bovenaan de trap staand nemen we
de verstilling beneden ons op.
Dan dalen we af en betreden de kapel. Ruimte en
rust, eerste indrukken. Strakke lichte wanden. Het rood en blauw van de twee
glas-in-lood ramen achter het altaar maken dat de muur leeft. Een eenvoudig
crucifix en een eenvoudig orgel. Twee in halve cirkels geplaatste biezen
krukken doen vermoeden dat er heel wat zusters zijn. Tegen de muur zorgvuldig
geschikte knielkussen in sprekende kleuren. Op een fijn-bloemig beschreven vel
naast de deur staat de orde van deze dienst vermeld. Nog juist om de hoek is
een gedeelte van de stilteplek te zien, bloemen, kaarsen en een icoon met de
Moeder Gods. Voor het mooiste echter moet ik het hoofd in de nek leggen: het is
een glazen koepel van het teerste blauw. De kapel lijkt in directe verbinding
te staan met de hemel, lijkt de stilte door te geven. In de stilte valt de
stilte horen...
Ze
komen twee aan twee in een lange rij vanuit de ruimte onder de kapel. In de
gauwigheid tel ik zeker dertig zusters. Het is alsof ze uit de vloer oprijzen.
Bruin habijt, bruine sluier, witte koormantel, merendeels verwonderlijk jong. Ze
schuiven geruisloos op de stoelen vlak voor ons en dan komt hun zang, zuiver en
schoon. Vanachter de lezenaar doet de abdis de eerste lezing. Ze lijkt streng.
Opnieuw zang, nu tweestemmig. Dan volgt een lezing door een jonge zuster vanaf
haar zitplaats. De zachte ronding van haar gelaat wordt voor altijd op het
netvlies vastgelegd. Een kleine haarkrul kruipt speels onder de sluier uit. Ik
heb moeite met deze jongheid. Is alles gezien, is alles doordacht? Moet een
mens voor deze zware beslissing niet veel meer tijd vragen? Ik kijk naar de
ranke ruggen vlak voor me. De koormantel heeft bij ieder op dezelfde plaats
een scherpe vouw. Orde en discipline, natuurlijk. Maar krijgen deze jonge
lijven wel alles aan voeding, aan sport, aan ontspanning? Gedachten die
tijdens de gebeden nabroeien. Dan volgt de stille aanbidding. Vanuit geknielde
houding buigen de zusters zich diep voorover. Het lijkt een eeuwigheid.
Wanneer we de kapel verlaten liggen nog drie zusters geknield.
De
natuur voegt zich naar ons, in stil afwachten. Het is alsof ze onze verwondering
en ons respect voor de keuze van deze jonge vrouwen deelt.
In
de gouden gloed van de laagstaande zon rijden we terug. Een wandelaar, spelende
kinderen bij een boerenhuis, fietsers, een paard onder de boom, alledaagse
beelden. Om ons heen hangt nog de niet alledaagse zang. Zang tussen hemel en
aarde... 


