Zo maar
Op
de stoep voor het kleurige Jugendstilpand hartje Kampen stonden lage,
helderrode tafels en op die tafels had de eigenaar van de bloemenzaak
‘miniatuurtuintjes’ geschikt. Kleurig en vrolijk, hoewel een serene schikking
in wit uitnodigde tot verstilling. Hier en daar stond een verweerd beeld uit de
Griekse mythologie; planten en beelden verhoogden elkaars schoonheid.
Wellicht was ik op dat moment gevoeliger voor oogstrelende dingen vanwege mijn hand, waarin tien kersverse hechtingen de huid in bedwang hielden na een akelige valpartij. Ik liep de winkel binnen en voelde me opgenomen in schemer en zoete geuren, een klein paradijs vol bloemen en andere beelden. Aan de wanden hingen ingelijste schikkingen van droogbloemen, schors, boomstammetjes en andere natuurlijke materialen; ze deden denken aan fantasiebomen.
De eigenaar dook op
en even meende ik Jan Kruis, de schepper van Jan, Jans en de kinderen, te
herkennen. Op mijn vraag of ik even mocht rondkijken was het antwoord gul en
uitnodigend. Voorzichtige schuifelde ik rond, verbaasde me over hoe schoonheid
en creativiteit wedijverden. ‘Maakt u dat zelf?’, vroeg ik en wees naar de
kunstwerken. ‘Ja, ik pruts wat in elkaar. Boven staan er veel meer. Begin dit
jaar vormden ze samen de expositie ‘Dromen over bomen’. Het begon te dagen. Was
hij niet Nederlands kampioen Bloemschikken geworden in 1989? Was hij niet op
een haartje na Wereldkampioen geworden in Tokio en was hij weer later niet als
tweede geëindigd bij een wedstrijd om de Wereldcup Bloemschikken in Amsterdam?
Dan is er dat bijzondere gesprek, dat gesprek dat de dag kan kleuren. Hij
vertelde over zijn leven, dat in Holland en in Korea afspeelt. ‘Veel jaren heb
ik daar samen met mijn gezin gewoond. Mijn vrouw woont daar nog en maakt ook
van deze ‘schilderijen’, hij wijst achteloos naar een fantasieboom, ‘alleen is
haar manier van werken verfijnder. Inmiddels heeft ze een netwerk van centra
opgezet door het hele land, waar deze kunst wordt overgebracht op
geïnteresseerden.’ Hij wacht even en vertelt dan dat hij om gezondheidsredenen
naar Nederland is teruggekeerd. ‘Mijn nieren werkten niet, vier keer in de week
spoelen is zwaar. Onze vier dochters gingen om de tafel zitten en besloten dat
één van hen een nier zou afstaan bij geschiktheid. Het lukte! Ik heb een nieuw
leven gekregen en keer terug naar Korea.’
Wanneer ik hem vraag of het lastig is om afstand te doen van dit alles, zegt hij lachend: ‘Nee hoor.’ De kunst van het loslaten in de meest brede zin, steeds opnieuw. En wie die kunst verstaat, leeft voluit.
Wellicht was ik op dat moment gevoeliger voor oogstrelende dingen vanwege mijn hand, waarin tien kersverse hechtingen de huid in bedwang hielden na een akelige valpartij. Ik liep de winkel binnen en voelde me opgenomen in schemer en zoete geuren, een klein paradijs vol bloemen en andere beelden. Aan de wanden hingen ingelijste schikkingen van droogbloemen, schors, boomstammetjes en andere natuurlijke materialen; ze deden denken aan fantasiebomen.
Wanneer ik hem vraag of het lastig is om afstand te doen van dit alles, zegt hij lachend: ‘Nee hoor.’ De kunst van het loslaten in de meest brede zin, steeds opnieuw. En wie die kunst verstaat, leeft voluit.
Drie
sterke mannen droegen haar in mijn tuin en nu kan ik vanaf mijn schrijfplek
naar haar kijken en herinner me de les, die ik kreeg. Zo maar…