Overbrugd

Overbrugd

maandag 24 oktober 2016


Zo maar 


Op de stoep voor het kleurige Jugendstilpand hartje Kampen stonden lage, helderrode tafels en op die tafels had de eigenaar van de bloemenzaak ‘miniatuurtuintjes’ geschikt. Kleurig en vrolijk, hoewel een serene schikking in wit uitnodigde tot verstilling. Hier en daar stond een verweerd beeld uit de Griekse mythologie; planten en beelden verhoogden elkaars schoonheid.


Wellicht was ik op dat moment gevoeliger voor oogstrelende dingen vanwege mijn hand, waarin tien kersverse hechtingen de huid in bedwang hielden na een akelige valpartij. Ik liep de winkel binnen en voelde me opgenomen in schemer en zoete geuren, een klein paradijs vol bloemen en andere beelden. Aan de wanden hingen ingelijste schikkingen van droogbloemen, schors, boomstammetjes en andere natuurlijke materialen; ze deden denken aan fantasiebomen.

 
De eigenaar dook op en even meende ik Jan Kruis, de schepper van Jan, Jans en de kinderen, te herkennen. Op mijn vraag of ik even mocht rondkijken was het antwoord gul en uitnodigend. Voorzichtige schuifelde ik rond, verbaasde me over hoe schoonheid en creativiteit wedijverden. ‘Maakt u dat zelf?’, vroeg ik en wees naar de kunstwerken. ‘Ja, ik pruts wat in elkaar. Boven staan er veel meer. Begin dit jaar vormden ze samen de expositie ‘Dromen over bomen’. Het begon te dagen. Was hij niet Nederlands kampioen Bloemschikken geworden in 1989? Was hij niet op een haartje na Wereldkampioen geworden in Tokio en was hij weer later niet als tweede geëindigd bij een wedstrijd om de Wereldcup Bloemschikken in Amsterdam? Dan is er dat bijzondere gesprek, dat gesprek dat de dag kan kleuren. Hij vertelde over zijn leven, dat in Holland en in Korea afspeelt. ‘Veel jaren heb ik daar samen met mijn gezin gewoond. Mijn vrouw woont daar nog en maakt ook van deze ‘schilderijen’, hij wijst achteloos naar een fantasieboom, ‘alleen is haar manier van werken verfijnder. Inmiddels heeft ze een netwerk van centra opgezet door het hele land, waar deze kunst wordt overgebracht op geïnteresseerden.’ Hij wacht even en vertelt dan dat hij om gezondheidsredenen naar Nederland is teruggekeerd. ‘Mijn nieren werkten niet, vier keer in de week spoelen is zwaar. Onze vier dochters gingen om de tafel zitten en besloten dat één van hen een nier zou afstaan bij geschiktheid. Het lukte! Ik heb een nieuw leven gekregen en keer terug naar Korea.’


Wanneer ik hem vraag of het lastig is om afstand te doen van dit alles, zegt hij lachend: ‘Nee hoor.’ De kunst van het loslaten in de meest brede zin, steeds opnieuw. En wie die kunst verstaat, leeft voluit.

Losjes gleed mijn hand langs een been van Aphrodite. Ze stond op een sokkel en leek te zeggen: ‘Je hoort het, loslaten!’ Lag het aan de schemer en de bloemengeur, aan het gesprek met de pauzes, lag het aan mijn gehavende hand, voor ik het wist had ik Aphrodite gekocht.

Drie sterke mannen droegen haar in mijn tuin en nu kan ik vanaf mijn schrijfplek naar haar kijken en herinner me de les, die ik kreeg. Zo maar…