Zegenbede over de stilte
In ons
kerkblad stond enige tijd geleden een bericht dat me trof. Het kopje luidde: ‘Vanaf
de orgelbank’, het was geschreven door de drie vaste organisten. In het bericht
vroegen de orgelbespelers om rust voorafgaande aan de kerkdienst omdat
concentratie nodig was voor het vaak ingewikkelde orgelspel. Het was een klein
bericht en daarbij was de toon nederig. Het leek even te helpen, maar ach het
verzoek was al gauw vergeten en men koutte er weer opgewekt op los. De meningen
daarover zijn verschillend. Vindt de één dat het een sociaal aspect is van een
hechte gemeenschap, de ander wil de gewijdheid voelen in het huis van God en
zich voorbereiden op wat komt. Regelmatig ben ik te gast in een romaans kerkje
in het noorden van Drenthe. Ook daar wordt gepraat, al tempert de ruimte het
geroezemoes enigszins. Hoe was dat vroeger in protestantse kerken? Zijn de
gelovigen van nu gemakkelijker geworden of zijn ze bang voor stiltes?
Ooit zei een
bevriende pastor tegen me: ‘Jullie protestanten praten zoveel, wij katholieken
zijn stil, want Hij is er al.’ Dat brengt me bij het koorgebed in de kloosters.
Die stiltes, die veelzeggende, die bemoedigende, die troostende, die vaak
sacrale stiltes, het zijn pareltjes. Het je langzaam opgenomen voelen en opgetild
naar het hogere, waar gedachten zich schoorvoetend terugtrekken.
Een beeld
komt boven uit mijn jeugd. Als jong kind ging ik met mijn moeder naar de kerk.
Ik droeg een beige manteltje, met bruine accessoires, daarbij van dezelfde stof
een baret. En op die baret zat een wulps donkerbruin strikje. Mijn moeder was
heel creatief en maakte alles zelf. Die baret haatte ik, maar die moest op naar
de kerk. Een monumentale kerk, waarin gemeenteleden zwijgend plaatsnamen en hun
handen vouwden. Zo ook mijn moeder en al vond ik het raar, er was nog geen
dominee, we gingen ook niet eten, ik deed ook mijn ogen dicht, maar loerde
tussen de kiertjes of anderen misschien al keken en ik dan mijn ogen mocht
openen. Het was zeker geen gewijde stilte, veel meer een angstige en
bestraffende stilte. Ik ademde ternauwernood.
En nu? Ook
ik zondig regelmatig, maar voel dan die innerlijke drang te zwijgen en
gedachten stil te laten vallen. Haast vanzelf open ik het Nieuwe Liedboek,
steeds word ik geraakt door de prachtige liedteksten, verbaas me over de vele
poëzie, die op passende plekken is geplaatst. Niet zelden denk ik: ‘Wat mooi,
in huis nalezen.’ Zo vond ik onlangs in het stille moment voorafgaand aan de
kerkdienst op blz. 1415 een veelzeggend gedicht van Jan Sutch Pickard, een
Schotse dichter, verteller, geestelijk leider en activist. Ze bracht veel tijd
door in de Iona Community in het westen van Schotland; een centrum dat
benedictijnse spiritualiteit combineert met een focus op rechtvaardigheid en
vrede.
Zegenbede
over de stilte
God,
luisterende God,we danken U voor de zegen van de stilte.
De stilte van de zon die opkomt.
De stilte van de mist over de heuvels.
De stilte van het luisteren.
De stilte aan het eind van het verhaal.
De stilte tussen de tonen in de muziek.
De stilte tussen vrienden.
Amen
Aan
bovengenoemde stiltes voeg ik heimelijk toe ‘de stilte voorafgaand aan de
kerkdienst’….