Overbrugd

Overbrugd

maandag 9 februari 2026

'Rouw om huisdieren is soms dieper dan om mensen', dat stond boven een artikel in Trouw. Het trok mijn aandacht, omdat ik daar drie keer mee te maken kreeg. Het gaat om een emotionele bandTrouw vervolgt: Voor veel mensen weegt het verlies van een huisdier net zo zwaar als dat van een familielid of vriend. Voor één op de vijf was het verlies van een dier zelfs zwaarder. Volgens een nieuwe studie. Zover wil ik niet gaan in het verlies van mijn dierbare katten, maar ingrijpend is het zeker. Pure rouw, je bent van slag en ook een beetje ziek. Vooral als jezelf de beslissing moet nemen. En dan kan de dierenarts wel troostend zeggen: 'Het is liefde om je dier niet langer te laten lijden. U hebt de juiste beslissing genomen', het blijft rouw en rouw kan heel rauw aanvoelen.

Lodewijk, zo heette onze grote zwarte kater, met een witte plek op de kop en vier gedeeltelijk witte poten. Het leek of hij kousen droeg. We waren zeer op hem gesteld en hij op ons en verdedigde onze tuin tegen buurkatten. Dat werd uiteindelijk zijn dood, want één van de katten had kattenaids, zo werd na de dood van Lodewijk vastgesteld en had hem besmet. Acht jaar werd hij en we waren alle zes ontdaan. Ons gezin was niet meer compleet. Ik schreef een paginagroot artikel over Lodewijk en stuurde dat naar Christelijk Weekblad. Eindredacteur Theo Klein twijfelde of dit wel geschikt was, tenslotte stond het er toch in. Een schot in de roos. Lezers waren ontroerd vanwege de herkenning, er kwamen veel reacties.

Na verloop van tijd deed Willem zijn intrede, nu een rode kater, opnieuw uit het dierenasiel. Willem vond moeiteloos een plek in ons gezin. Eerst nog wat verlegen, maar weldra voelde hij zich thuis. Was speels en wandelde graag door de tuin. Hij had een reuze hekel aan Minetje de buurkat. Zat ze in onze tuin te zonnebaden, dan joeg hij haar opgewonden naar het huis waar ze hoorde. Soms sprong hij op het aanrecht om poolshoogte te nemen. Hij was er toen we door diepe dalen gingen vanwege de ziekte van mijn lief. Troostend. Achttien jaar was hij toen het niet meer ging. De dierenarts kwam en we waren zeer bedroefd. Hij werd net als Lodewijk begraven in de tuin, op een plek waar hij graag zat. De eerste weken stond ik vaak aan zijn grafje.

Na een half jaar ben ik opnieuw gezwicht, nu voor Abel. Weer een kater, heel licht rood en een Britse korthaar. Opnieuw uit het asiel. Abel was niet alleen heel mooi, maar ook nog eens heel lief. Hij liep statig door huis en mocht in eerste instantie naar buiten. Maar dat leverde problemen op met een griezelige vechtersbaas van de achterbuurman. Abel werd een huiskat en dat ging heel goed. Op warme dagen lag hij in de vensterbank met zijn poot door het half geopende raam. Vaak hoorde ik de krantenbezorgster met hem keuvelen. Soms tikte hij voorzichtig op mijn bovenarm om te melden dat hij er ook nog was. Ontroerend vond ik als hij zijn poten om mijn hals sloeg. Abel kreeg darmproblemen. Vermmoedelijk had hij een kwaadaardige tumor. Heel lang heb ik trouw alles opgeruimd, hij vermagerde en toen hij twee maal een schreeuw gaf, die ik duidde als een pijnkreet, heb ik de loodzware gang naar de dierenarts gemaakt. Bijna achttien jaar geworden en hij kreeg een graf tussen de zonneogen. Abel mis ik nog steeds hoewel het veertien maanden geleden is. Speeldingen en etensbakje heb ik bewaard, af en toe houd ik ze in mijn handen.

Waar zit nu die band tussen het dier en zijn baas? Vooral in het feit dat ze voelen wanneer je slecht in je vel zit of dat je bezorgd bent over iets. Er zijn zelden conflicten, ze zijn altijd blij als ze hun baasje zien. En trouw zijn ze, eindeloos trouw...

 



 Dit is Abel...