LUTHERVERTREKKEN
ZIJN ONDERGESCHIKT (5)
Wie
Coburg aandoet moet kiezen. Kiezen tussen het slot Ehrenburg en de vesting
Coburg, kiezen tussen de slaapkamer van koningin Victoria van Engeland en de
slaapkamer van Maarten Luther...
Coburg
ligt er vandaag glanzend bij. Op de terrassen genieten toeristen van de schone
en fantasierijke gebouwen, bewoners doen de dagelijkse dingen, duiven zoeken
ongehinderd naar alles wat eetbaar is. Hoog boven dat alles verheft zich
majestueus de Veste Coburg, één der grootste burchten van Duitsland. Vanwege
haar imposante ligging kreeg ze de bijnaam 'fränkische Krone'. De burcht werd
gebouwd in de 11e eeuw en herhaaldelijk verbouwd en uitgebreid. Aan de voet
ontstond een kleine nederzetting, het huidige Coburg. De gemaal van koningin
Victoria, Albert van Sachsen-Coburg, groeide op in Schloss Ehrenburg, Luther
verbleef in 1530 voor eigen veiligheid enige tijd in de Veste Coburg. Kiezen is
moeilijk, loten is gemakkelijker. Luther wint, het wordt de vesting.
We
nemen het open treintje bergopwaarts. De kaartjesman zegt bestraffende woorden
tegen een passagier die zit te smullen van een hamburger. Van schrik laat hij
alles vallen, past de boel weer in elkaar en eet schichtig het restant.

De
trein voert ons langs kastanjebomen, kersenbomen en dennen, veel lage struiken
en bloemen in helgeel. Overdrijvende stapelwolken verhogen de schoonheid van
deze zwaar ommuurde burcht. Rood en blauw pannenwerk wisselen elkaar af, torens
groot en klein, veel kleine vensters. De flora langs het pad rond de vesting is
uitbundig en dat lokt vogels, vlinders en insecten. We dalen af langs een
brokkelige stenen trap, gaan door een smal poortje, weer een trap, dan zijn we
bij de hoofdpoort. Rustieke binnenplaatsen, fotogenieke beelden. Tassen in
kluisjes. Op mijn vraag of er gefotografeerd mag worden is het antwoord
ontkennend. Hup, de camera gaat ook de kluis in en dat voelt onthand. De
vesting wordt nu gebruikt als museum, en is vooral bekend om haar
indrukwekkende verzameling Europese kunst uit 9 eeuwen. Verder pronkt ze met de
grootste wapencollectie van heel Duitsland. De Luthervertrekken zijn slechts
ondergeschikt. We volgen de looproute en vergapen ons aan ridders te paard met
lange lansen. Tegen de muur, bleek en schrikkerig door al die vechtlust staan
de apostelen Johannes en Andreas. Johannes heeft in zijn arm een lam en
Andreas draagt een dik boek. En dat is vreemd, bij Johannes zijn alle tenen van
de rechter voet keurig afgezaagd en Andreas mist beide grote tenen. Maar mooi
zijn ze, levensgroot, in warm bruin met een vleugje goud. Gobbelins, vazen en
schilderijen. In de Lutherkamer is het stil en heel vol. Kleine eerbiedige
pasjes nemen, anders val je op. Een strenge suppoost controleert met
röntgenogen de bezoekers. Donkerbruin bewerkte houten wanden en eenzelfde
plafond. De lichte houten vloer is glimmend gepoetst en lijkt van latere
leeftijd. Kleine glas-in-lood vensters met brede nissen, waarop het aangenaam
rusten is. Een bruine werktafel met rustieke banken. Luther zelf overziet vanaf
een schilderij de zwijgende kluwen bezoekers. Adam en Eva zijn ook op een
schilderij neergestreken. Een crucifix en een grote zandloper, dat is het. Door
de tussendeur is nog net een groep Amerikanen te zien. Ze staan in een grote
kring met gevouwen handen en gesloten ogen en zeggen hardop een gebed. Als ze
het vertrek hebben verlaten ontdek ik waar ze zo eerbiedig voor waren. Op de
muur staat in grote letters in het latijn de lievelingsspreuk van Luther naar
ps. 118: NON MORIAR SED VIVAM ET NARRABO OPERA DOMINI(Ik zal niet sterven,
maar leven en de werken des Heren verkondigen). De originele tekst heeft hij
tijdens zijn vrijwillige gevangenschap iets daaronder gekrast in kleine
moeilijke letters. Schilderijen van hertogen sieren de kleine kamer. In het
midden hangt hertog Heinrich V von Meckelenburg Schwerin. Hij heeft een bol
gezicht en lijkt op onze prins Hendrik. Persoonlijke dingen van Luther in een
vitrine en Luther van top tot teen gevangen in deftige schilderijlijst. Ik
adem nog eens diep in deze kamer, geen Luther-gevoel. En net als ik me wil omdraaien
zie ik een groot schilderij met een kerkinterieur. Er gebeurt van alles in die
grote half duistere kerk. Vrouwen met mutsjes zitten in de twee middenvakken,
mannen zitten hoog op de galerij. Ieder kijkt naar de preekstoel, daarop wat
schimmig een voorganger. Onder het orgel krijgt een bruidspaar de zegen, meer
naar rechts staat het doopvont. De pastoor of dominee houdt een poedelnaakte
zuigeling in zijn grote hand en in de andere hand heft hij een kan. De ouders
leunen verrukt op de rand van het doopvont, een in fluweel gekleed jongetje
staat bang toe te zien. Achter een pilaar krijgen kinderen catechisatieles, er
lijkt zo te zien niet zoveel veranderd qua sfeer. Helemaal links staat een andere
geestelijke achter een altaar en schenkt wijn in een kelk en in het midden van
het schilderij is een heus koortje afgebeeld. De dirigent gebruikt een onwijs
lange dirigeerstok. Achterin de kerk is nog net te zien hoe een slechterik
zijn zonden opbiecht, achter de biechteling staat iemand lacherig mee te
luisteren. Het doek van deze onbekende schilder is uitermate boeiend. Er hangt
een donkere waas over en dat geeft iets geheimzinnigs. Met moeite maak ik me
er van los en wandel door de andere zalen, langs fonkelend glaswerk en hoge
keramiek vazen, tussen geweren en kogels door. Ik verbaas me over de duivelse
martelwerktuigen uit de oudheid en voel de romantiek bij de arresleden uit
lang vervlogen winters. Maar de kerk waar van alles te doen is, raak ik niet
kwijt. Nog even ga ik kijken. Dit doek zou eigenlijk in onze kerk moeten
hangen, er is nog een kale muur. Hoe inspirerend om tijdens een saaie preek de
kerkdienst van onze voorouders te bestuderen. Ik wil het even aanraken, heel
even maar. De suppoost komt in beweging...
