Overbrugd

Overbrugd

dinsdag 2 augustus 2016


LUTHERVERTREKKEN ZIJN ONDERGESCHIKT (5)

Wie Coburg aandoet moet kiezen. Kiezen tussen het slot Ehrenburg en de vesting Coburg, kiezen tussen de slaapka­mer van koningin Victoria van Engeland en de slaapkamer van Maarten Luther...


Coburg ligt er vandaag glanzend bij. Op de terrassen genieten toeristen van de schone en fantasierijke gebouwen, bewoners doen de dagelijkse dingen, duiven zoeken ongehinderd naar alles wat eetbaar is. Hoog boven dat alles verheft zich majestueus de Veste Coburg, één der grootste burchten van Duitsland. Vanwege haar imposante ligging kreeg ze de bijnaam 'fränkische Krone'. De burcht werd gebouwd in de 11e eeuw en herhaaldelijk verbouwd en uitgebreid. Aan de voet ontstond een kleine nederzetting, het huidige Co­burg. De gemaal van koningin Victoria, Albert van Sachsen-Coburg, groeide op in Schloss Ehrenburg, Luther verbleef in 1530 voor eigen veiligheid enige tijd in de Veste Coburg. Kiezen is moeilijk, loten is gemakkelijker. Luther wint, het wordt de vesting.

 
We nemen het open treintje bergopwaarts. De kaartjesman zegt bestraffende woorden tegen een passagier die zit te smullen van een hamburger. Van schrik laat hij alles vallen, past de boel weer in elkaar en eet schichtig het restant.

De trein voert ons langs kastanjebomen, kersenbomen en dennen, veel lage struiken en bloemen in helgeel. Overdrijvende stapelwolken verhogen de schoonheid van deze zwaar ommuurde burcht. Rood en blauw pannenwerk wisselen elkaar af, torens groot en klein, veel kleine vensters. De flora langs het pad rond de vesting is uitbundig en dat lokt vogels, vlinders en insecten. We dalen af langs een brokke­lige stenen trap, gaan door een smal poortje, weer een trap, dan zijn we bij de hoofdpoort. Rustieke binnenplaatsen, fotogenieke beelden. Tassen in kluisjes. Op mijn vraag of er gefotografeerd mag worden is het antwoord ontkennend. Hup, de camera gaat ook de kluis in en dat voelt onthand. De vesting wordt nu gebruikt als museum, en is vooral bekend om haar indrukwekkende verzameling Europese kunst uit 9 eeuwen. Verder pronkt ze met de grootste wapencollectie van heel Duitsland. De Lutherver­trekken zijn slechts onderge­schikt. We volgen de looproute en vergapen ons aan ridders te paard met lange lansen. Tegen de muur, bleek en schrikkerig door al die vechtlust staan de aposte­len Johannes en Andreas. Johannes heeft in zijn arm een lam en Andreas draagt een dik boek. En dat is vreemd, bij Johannes zijn alle tenen van de rechter voet keurig afgezaagd en Andreas mist beide grote tenen. Maar mooi zijn ze, levensgroot, in warm bruin met een vleugje goud. Gobbe­lins, vazen en schilderijen. In de Lutherkamer is het stil en heel vol. Kleine eerbiedige pasjes nemen, anders val je op. Een strenge suppoost controleert met röntgenogen de bezoekers. Donker­bruin bewerkte houten wanden en eenzelf­de plafond. De lichte houten vloer is glimmend gepoetst en lijkt van latere leeftijd. Kleine glas-in-lood vensters met brede nissen, waarop het aangenaam rusten is. Een bruine werktafel met rustieke banken. Luther zelf overziet vanaf een schilderij de zwijgende kluwen bezoe­kers. Adam en Eva zijn ook op een schilderij neergestreken. Een crucifix en een grote zandloper, dat is het. Door de tussendeur is nog net een groep Amerikanen te zien. Ze staan in een grote kring met gevouwen handen en gesloten ogen en zeggen hardop een gebed. Als ze het vertrek hebben verla­ten ontdek ik waar ze zo eerbiedig voor waren. Op de muur staat in grote letters in het latijn de lievelings­spreuk van Luther naar ps. 118: NON MORIAR SED VIVAM ET NARRABO OPERA DOMI­NI(Ik zal niet sterven, maar leven en de werken des Heren verkondigen). De originele tekst heeft hij tijdens zijn vrijwil­lige gevangenschap iets daaron­der gekrast in kleine moeilij­ke letters. Schilde­rijen van hertogen sieren de kleine kamer. In het midden hangt hertog Heinrich V von Meckelenburg Schwerin. Hij heeft een bol gezicht en lijkt op onze prins Hendrik. Persoonlij­ke dingen van Luther in een vitrine en Luther van top tot teen gevangen in deftige schilde­rij­lijst. Ik adem nog eens diep in deze kamer, geen Luther-gevoel. En net als ik me wil om­draai­en zie ik een groot schilderij met een kerkinte­rieur. Er gebeurt van alles in die grote half duistere kerk. Vrouwen met mutsjes zitten in de twee middenvakken, mannen zitten hoog op de galerij. Ieder kijkt naar de preekstoel, daarop wat schimmig een voorganger. Onder het orgel krijgt een bruidspaar de zegen, meer naar rechts staat het doop­vont. De pastoor of dominee houdt een poedelnaakte zuigeling in zijn grote hand en in de andere hand heft hij een kan. De ouders leunen verrukt op de rand van het doopvont, een in fluweel gekleed jongetje staat bang toe te zien. Achter een pilaar krijgen kinderen catechisatieles, er lijkt zo te zien niet zoveel veranderd qua sfeer. Helemaal links staat een andere geestelijke achter een altaar en schenkt wijn in een kelk en in het midden van het schilderij is een heus koortje afge­beeld. De dirigent gebruikt een onwijs lange dirigeer­stok. Achterin de kerk is nog net te zien hoe een slechterik zijn zonden opbiecht, achter de biechte­ling staat iemand lacherig mee te luisteren. Het doek van deze onbekende schilder is uitermate boeiend. Er hangt een donkere waas over en dat geeft iets geheim­zinnigs. Met moeite maak ik me er van los en wandel door de andere zalen, langs fonkelend glas­werk en hoge keramiek vazen, tussen geweren en kogels door. Ik verbaas me over de duivelse martel­werktuigen uit de oud­heid en voel de romantiek bij de arresleden uit lang vervlogen winters. Maar de kerk waar van alles te doen is, raak ik niet kwijt. Nog even ga ik kijken. Dit doek zou eigenlijk in onze kerk moeten hangen, er is nog een kale muur. Hoe inspire­rend om tijdens een saaie preek de kerk­dienst van onze voorouders te bestu­de­ren. Ik wil het even aanraken, heel even maar. De suppoost komt in bewe­ging...